Jan en Iza van Gorsel verlaten straks met pijn in het hart Thoolse molen

Bijzonder behuisd
Jan en Iza van Gorsel voor de invaart. Links de rest van het woonhuis, rechts het winkeltje. beeld Erald van der Aa
3

Verknocht zijn Jan (69) en Iza (66) van Gorsel aan de molen in Tholen. Al bijna veertig jaar is De Verwachting hun droomwoning. Toch staat er nu een tekoopbord in de tuin.

„Hier stapte vroeger het paard binnen.” Jan wijst op de openslaande deuren tegenover de schouw. De invaart, in vaktermen. „Als het paard met zijn kop bij de kachel stond, kon je de zakken tarwe zo omhoog trekken naar de maalzolder.”

De ronde menvloer is nu ingericht als woonkamer. Van daaruit loop je zo de rest van het aangrenzende huis in. De verdiepingen boven het ronde gedeelte –maalzolder, steenzolder, luizolder en kapzolder– zijn sinds 2009 toegankelijk voor publiek. Wie naar boven loopt, komt Bijbelteksten en christelijke citaten in verschillende talen tegen, sommige gedrukt op kaartjes om mee te nemen. „Ik ben niet iemand die op straat mensen aanhoudt om te vragen wie Jezus voor hen is”, verklaart Jan. „Maar als ze zo’n kaartje pakken, kan God dat verder leiden.”

Waar vroeger de dorpsbewoners met tarwe aan huis kwamen en met meel de deur uit gingen, verwelkomt het echtpaar tegenwoordig toeristen uit de hele wereld die hun rijksmonument willen bewonderen. „Dan staat er een Australiër op de stoep, dan een Amerikaan, Fransman of Duitser. Ontzettend leuk. Iedereen die de molen beklimt, komt enthousiast terug.”

De Van Gorsels woonden eerst aan de overkant van de straat, maar grepen hun kans toen de molen –inclusief het woonhuis dat eraan vastzit– een nieuwe eigenaar zocht. Zij: „Het was een paleisje voor ons. Een heimweeplekje, denk ik nog altijd als ik vanaf de dijk naar de molen loop. Het went nooit.” Hij: „Ook na 39 jaar niet. Je wordt wakker, gaat voor het raam staan en ziet de molen. Dat blijft bijzonder.”

Toch denken ze ook aan de toekomst. Hij: „Als we gezond mogen blijven, kunnen we hier nog tien jaar wonen.” Maar nu er toestemming is om een restaurant bij de molen te beginnen, trekken ze zich terug. „Voor het stadje Tholen zou het geweldig zijn als hier horeca komt. Mensen vragen zo vaak: Kunnen we hier ook wat drinken?” Wijzend naar buiten: „Dan zaten ze daar nu aan de koffie of een pannenkoek.”

Drie jaar staat het bord in de tuin. Prijs: 750.000 euro voor het huis, de molen en de winkel. Met een koper zouden ze blij zijn. „Maar het mag nog best drie jaar duren.”

De winkelbel kondigt nieuwe bezoekers aan. Iza haast zich naar de voormalige garage aan de zijkant van het huis waar meel, souvenirs en Zeeuwse producten staan uitgestald. Thoolse molenkoekmix, Zeeuwse bolusmix en tientallen andere soorten meel voor brood, koek, cake en pannenkoeken gaan hier over de toonbank. Net als de bonbons en bakblikken in de vorm van de karakteristieke Zeeuwse knop, houten klompen en door Iza genaaide schorten en pannenlappen.

Vallende stenen

De korenmolen, die in bedrijf was tot 1966, onderging tien jaar terug een grondige restauratie. Toen de Van Gorsels er kwamen wonen, troffen ze rotte balken in de bovenste 10 meter van de molen aan. Later begonnen er zelfs stenen naar beneden te vallen. De twee wilden daarom het bovenste stuk weghalen, een nieuw dak erop leggen en klaar. Maar de gemeente hield hun plan tegen. Die oude, vervallen romp moest intact blijven. Omdat-ie beeldbepalend voor Tholen was.

Besloten werd de romp opnieuw te voegen en er een nieuw dak op te zetten, zodat de molen zich officieel rijksmonument mocht noemen. De vergunning was al binnen toen een medewerker van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg opbelde. „Zou je de molen niet maalwaardig willen hebben?” vroeg hij. Jan lachte: „Willen wel, maar wie gaat dat betalen?” Maar de man wist wel subsidiepotjes te vinden. Hij kende de mensen en de fondsen die nodig waren om de 6 ton kostende restauratie mogelijk te maken. Zo gebeurde het.

Sinds de feestelijke opening in 2009 draaien de wieken weer en lopen bezoekers –vooral in de zomer– af en aan. Vervelend vinden ze het niet, al die mensen aan huis. Integendeel, Iza verwacht de contacten in het winkeltje het meest te missen als ze straks de deur achter zich dicht moet trekken. Zij en haar man zijn vergroeid met het monumentale pand uit 1848. „Onze kleinkinderen noemen ons opa en oma molen”, vertelt Jan. „Het zal best pijn doen als we de molen achter ons moeten laten.”

serie

Bijzonder behuisd

Deel 7 in een serie over mensen met een opvallend huis: familie Van Gorsel woont in een molen. Zaterdag deel 8 (slot).