„In zwak land komt corona-uitbraak twee keer zo hard aan”

Buitenland
Juriaan Lahr, hoofd Internationale Hulpverlening van het Rode Kruis, vreest voor de uitbraak van corona in landen die door crises als ebola, droogte en sprinkhanenplaag verder verzwakt zijn. Foto: Rode Kruis-medewerkers begraven ebolaslachtoffers in Sierra Leone.  beeld ANP, Arie Kievit
2

Het publieke leven in Nederland ligt plat. De samenleving kan dat lang volhouden, denkt Juriaan Lahr van het Rode Kruis. Maar om landen waar de voorzieningen beperkt zijn, maakt hij zich grote zorgen. „Als het coronavirus in Oost-Afrika doordringt, wordt het een grote ramp.”

„Het is een uitermate bizarre, maar professioneel ook boeiende tijd”, zegt Juriaan Lahr, hoofd Internationale Hulpverlening van het Rode Kruis, aan de telefoon. „Het reguliere leven van Nederlanders wordt onderbroken. Gevoeld wordt dat basisvoorzieningen onder druk staan. Wat veel van onze medewerkers kennen van landen ver weg, komt nu dichtbij.”

Toch voorziet hij voorlopig geen grote problemen voor Nederland. „Er is enorme solidariteit. Ik zie een ongelofelijke hulpbereidheid, waarbij er veel aandacht is voor kwetsbare groepen. De crisisstructuur is voor zover ik kan zien ook op orde. Basisvoorzieningen zullen blijven draaien.”

Lahr woonde tussen 1998 en 2002 in Kabul, Afghanistan. Vanuit die plaats doorkruiste hij het hele land. Geruime tijd leefde hij ook in Georgië. Verder bezocht hij onder meer Syrië, Jemen en de Hoorn van Afrika. Wat hij daar aantrof, lijkt in de verste verte niet op waar Nederland in het slechtste scenario ook maar enigszins in de buurt kan komen. Dat Nederlanders de straat opgaan om hun onvrede te uiten als de huidige situatie langer duurt, ziet Lahr evenmin snel gebeuren.

Wel maakt de Rode Kruis-medewerker zich grote zorgen over landen waar de toegang tot voedsel en medische zorg minimaal is. „Het vertrekpunt is daar zo anders dan voor een West-Europees land. Hier kunnen we boodschappen vanuit huis doen. In zwakke landen is voor velen de toegang tot de markt cruciaal. Als in die landen het coronavirus uitbreekt, komt dat bij wijze van spreken twee keer zo hard aan. Vaak hebben de burgers ook minder weerstand, omdat ze al verzwakt zijn door de omstandigheden waarin ze leven. Dat geldt niet minder voor mensen die dicht bij elkaar in kampen verblijven.”

Met name over Oost-Afrika maakt Lahr zich zorgen. „Door jarenlange droogte zijn daar grote voedseltekorten. En omdat er nu een sprinkhanenplaag heerst, zullen ook aankomende oogsten mislukken. Het wordt daar steeds moeilijker om iedereen te voeden. Als het virus daar doordringt, wordt het een grote ramp.”

U bezocht veel gebieden met crises. Kunt u iets zeggen over hoe mensen de dagen doorbrachten?

„In het algemeen zijn mensen bezig met overleven. Families en vrienden blijven in contact en helpen elkaar. Maar de constante druk trekt een zware wissel op gemeenschappen. Zeker als steeds meer mensen wegvallen, zorgt dat voor onnoemelijk leed. Thuissituaties veranderen ook. Als een kostwinner overlijdt, moeten vrouwen noodgedwongen buitenshuis gaan werken, ook als dat cultureel ongebruikelijk is. Dat levert stressvolle situaties op, stress die wordt overgedragen op kinderen. Hoewel er vaak veel creativiteit is om dagelijks inkomen te genereren, nemen de zorgen vaak alleen maar toe.

Soms ontstaat er onrust als vitale voorzieningen verder onder druk komen. Bijvoorbeeld als de prijzen voor voedsel of brandstof fors omhoog gaan. Dan kan ook criminaliteit de kop opsteken.”

Zijn het vooral vrouwen en kinderen die het zwaarst worden getroffen door crises?

„Ook ouderen en mensen met een beperking zijn dan extra kwetsbaar. En mensen met een andere etniciteit hebben hun eigen moeilijkheden. In crisissituaties krijgen zij relatief vaak te maken met racisme, stigmatisering en uitsluiting. Ook nu zie je dat terug in sommige landen waar gevreesd wordt voor een corona-uitbraak. Buitenlanders worden gezien als mogelijke veroorzaker of drager van het virus en soms zelfs met geweld bejegend.”

Hoe waren de ervaringen van het Rode Kruis in ebolagebied?

„Ik ben daar ten tijde van ebola nooit geweest. Van collega’s die er werkten, weet ik dat ze veel tijd hebben besteed aan goede informatievoorziening over de ziekte. Met name hielpen ze ook om veilige en waardige begrafenissen te verzorgen. Daarmee werd verdere verspreiding van ebola grotendeels voorkomen. De schade die de epidemie aan de drie zwaarst getroffen landen, Guinee, Liberia en Sierra Leone, heeft aangericht, was maar liefst 16 procent van hun gezamenlijke bruto nationaal product. De effecten daarvan worden nog steeds gevoeld.”

Lahr hoopt dat de wereld gevrijwaard blijft van andere grote rampen. „De hulpverlening staat nu al onder zware druk. Je moet er niet aan denken dat er nu ergens een grote overstroming of aardbeving plaatsvindt.”