In Veenendaal zijn de panelen verschoven

In de Biblebelt
De Oude Kerk aan de Markt in Veenendaal. beeld RD, Anton Dommerholt
11

Je zou Veenendaal het zenuwcentrum van de Biblebelt kunnen noemen. Maar de tijd dat christelijke partijen in de gemeenteraad de overhand hebben, lijkt voorgoed voorbij. En DENK wil Zwarte Piet veranderen.

Toen er enkele weken geleden in de raadszaal van Veenendaal gelach klonk, was Gökhan Çoban (40) daar helemaal niet zo blij mee. Aanleiding voor de hilariteit was dat het DENK-raadslid protest aantekende tegen Zwarte Piet. Die is in Veenendaal nog zwart. „Hoe logisch is het dat de knecht van Sint in een schoorsteen kruipt en eruit komt als een zwarte man met kroeshaar, dikke rode lippen en oorringen?” hield de politicus zijn collega-raadsleden voor.

„Met zo’n Zwarte Piet kwets je sommigen. Oorringen doen denken aan slavernij”, blikt Çoban enkele dagen later terug. „Met een rode of groene Piet zonder oorringen hebben kinderen toch ook een fijn feest?”

Kiezers van DENK komen grotendeels uit allochtone kring. Van de 65.000 Veenendalers is zo’n 12 procent van niet-westerse afkomst. De Marokkaanse gemeenschap (zo’n 3500 mensen) is relatief groot. Pakweg 750 Veenendalers zijn van Turkse komaf. Menig allochtone gastarbeider ging in de jaren zestig aan de slag in de toenmalige textiel- en sigarenindustrie.

Mark en Mohammed

Mensen met een migratieachtergrond in Veenendaal hebben het vaak niet makkelijk, schetst Çoban. „Nee, ik kruip niet in een slachtofferrol.” Tevergeefs probeerde het raadslid, van Turkse komaf, onlangs het college via moties ertoe te bewegen in actie te komen tegen „discriminatie op de arbeids- en woningmarkt.” Çoban: „Als Mark en Mohammed dezelfde sollicitatiebrief versturen, wordt Mark eerder aangenomen. Eenzelfde soort discriminatie doet zich voor bij de particuliere verhuur van woningen. Het valt me tegen dat CU en SGP niet achter mij gaan staan. Die prediken barmhartigheid en medemenselijkheid, maar geven daar in de praktijk geen handen en voeten aan.”

Veenendaal

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Zeker Marokkaanse jongeren zorgden enkele jaren geleden voor overlast. Toenmalig burgemeester Ties Elzinga (CDA) zei in 2010 na gewelddadige incidenten dat je ’s nachts in Veenendaal beter niet alleen over straat kunt gaan. Hoe beziet Çoban problematiek rond rellende allochtone jongeren? Het raadslid reageert wat geprikkeld. „Misdaad moet worden bestraft. Maar rechtse politici en media moeten ermee ophouden criminaliteit te koppelen aan etniciteit. Dat is gevaarlijk. Als zo’n vuurtje wordt aangestoken, dooft dat niet snel.”

Zeker voor de eerste generatie Marokkenen en Turken is „meer dankbaarheid” op zijn plaats, stelt Çoban, eerder D66-raadslid. „Dat zijn de gastarbeiders die het vuile werk opknapten. Zoals mijn opa. Hij versleet zijn rug om zijn nakomelingen een goede toekomst te bieden.”

Markt in Veenendaal. beeld RD, Anton Dommerholt

Folklore

Schouderophalend reageert Tineke Bette-van de Nadort aan de keukentafel op de kritiek van het DENK-raadslid op Zwarte Piet. Bette is fractievoorzitter van collegepartij CU, met 8 van de 33 zetels veruit de grootste partij. „De discussie over Zwarte Piet leeft niet in de raad. Ik voel me ongemakkelijk bij de kritiek van DENK. Ik mag Çoban graag, maar hij sleept er nu van alles bij om zijn punt te maken. Zwarte Piet is folklore. Laten we ons richten op belangrijker zaken, zoals de ondergrondse aanleg van hoogspanningslijnen en de aanpak van de drukke Rondweg-Oost.” Ze benadrukt zich „mordicus” te keren tegen geweld van hooligans tegen anti-Pietbetogers.

Ook met klachten over discriminatie op de Veenendaalse arbeids- en woningmarkt kan ze niet uit de voeten. „Hij komt met vermoedens in plaats van bewijzen. Zo wijst hij op een onderzoek naar discriminatie op de woningmarkt in Gent. Maar zo’n rapport kun je niet zomaar toepassen op Veenendaal. Laten we als partijen begrip zoeken voor elkaars standpunten; wat mij betreft geen polarisatie.”

Veenendaal is, kun je zeggen, hoofdkwartier en denktank van de Biblebelt. De uitdijende stad telt een keur aan kerken en geloofsgemeenschappen, reformatorisch en evangelisch. Ook zijn in de centraal gelegen gemeente tal van christelijke organisaties gevestigd. Zoals de RMU, Stichting Schuilplaats, de Bond tegen vloeken, de NPV, KOC-Diensten (Ds. G. H. Kerstencentrum), landelijke bureaus van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Hersteld Hervormde Kerk en Groot Nieuws Radio.

Verder is Veenendaal thuishaven voor tal van bekende mensen in christelijke kring. Zoals daar zijn SGP-senator Peter Schalk, EH-directeur Els van Dijk, oud-RD-directeur Klaas Bokma, vertrouwensarts Alie Hoek-van Kooten, theologen als prof. dr. Jan Hoek en prof. dr. Bram van de Beek en de Kamerleden Carla Dik-Faber (CU) en Roelof Bisschop (SGP). Een bekende Veenendaler is ook wijlen Rik Valkenburg (1923-1994). Hij was eerst kapper en werd later interviewer en auteur van christelijke boeken, bijvoorbeeld over GPV-boegbeeld en jeugdboekenschrijver Piet Jongeling, alias Piet Prins.

Winkelstraat in Veenendaal. beeld RD, Anton Dommerholt

Vloekverbod

Onmiskenbaar is Veenendaal van kleur verschoten. In 1985 was nog ongeveer 70 procent van de Veenendalers kerkelijk, in 2014 zo’n 50 procent. Het betrof in 2014 32.500 kerkleden, blijkt uit onderzoek van de CU. Illustratief is een interview met Roelof Bisschop (nu SGP-Kamerlid) in 2007 in een lokaal SGP-blad waarin hij terugblikt op zijn jarenlange raadslidmaatschap in Veenendaal. Hij betreurt de afschaffing van het ambtsgebed en het vloekverbod.

„Een multiculturele stad”, typeert de 20-jarige studente Angela Sultani Veenendaal. „Er komen hier de laatste tijd meer vluchtelingen, zoals Somaliërs en Syriërs. Ook bij ons in de flat.” Met name zondags valt de vrouw met Afghaanse roots de christelijke inslag van Veenendaal op. „Dan zie je veel kerkmensen op straat.” Al merkt ze dat het christelijk karakter van de stad „minder” wordt. „Bijvoorbeeld omdat winkels nu zondags open zijn.”

De tijd dat christelijke partijen de lakens uitdeelden, lijkt voorgoed voorbij. Decennialang, tot 1994, vormden CDA, CU (of hun voorlopers) en de SGP een meerderheid. Sindsdien werd het stuivertje wisselen tussen het confessionele en het niet-confessionele blok. Met 18 van de 33 zetels haalden de niet-confessionelen in maart een meerderheid. CU (8 zetels) en SGP (4) zitten wel in het college, samen met VVD (5) en ProVeenendaal (4).

Zondagsrust is al jaren een heet hangijzer. Vorig jaar besliste de raad dat winkels in het centrum jaarlijks twaalf zondagen open mogen. Menigeen vindt dat besluit een kantelpunt voor Veenendaal.

„Ik heb nooit kunnen begrijpen dat christelijke partijen de rest van de Veenendaalse samenleving willen opleggen dat ze op zondag niet mogen winkelen”, verzucht Jaap Pilon (68). Hij is een bekende Veenendaler en was jarenlang actief in de lokale politiek, eerst voor D66, later voor Lokaal Veenendaal. Pilon zegt dit soort zondagskwesties niet op de spits te willen drijven. „Ik zal mijn auto zondags niet wassen als ik dan mijn christelijke buurman erger.”

De belangrijkste „scheidslijn” in Veenendaal loopt tussen christenen en niet-christenen, concludeert sociaal geograaf dr. Maarten Hogenstijn in 2008 in zijn proefschrift, dat deels gaat over politieke conflicten in Veenendaal. Daarin beschrijft hij hoe het christelijke en het niet-christelijke deel van de raad elkaar in de haren vliegen over onder meer zondagsrust. Onkerkelijken hebben nogal eens een minderwaardigheidsgevoel overgehouden aan hun jeugd, schrijft hij. „Ik voel me op zondag altijd een soort heiden, ik hoor bij de slechten”, citeert Hogenstijn een Veenendaler.

Ds. W. G. Teeuwissen, sinds 1994 woonachtig in Veenendaal en vanaf 2009 predikant (Gereformeerde Bond) van de hervormde Westerkerk, heeft niet het idee dat onkerkelijken in hun gaan en staan worden belemmerd. „Ik hoor nooit dat een christen tegen een niet-kerkelijke buurman zegt: „Wil jij zondags stoppen je auto te wassen?” Al kan ik niet uitsluiten dat zoiets wordt gezegd.”

De Adventkerk van de gereformeerde gemeente is een van de grootste kerken in Veenendaal. beeld RD

Theater

De predikant ziet eerder dat scheidslijnen tussen kerkelijken en niet-kerkelijken in Veenendaal vervagen. „Tegenwoordig zijn er ook christenen die het niet zo’n punt vinden zondags een boodschap te doen.” Hij bespeurt bij sommigen aversie tegen christenpolitici. „We krijgen SGP’er Kats als burgemeester. Op sociale media zie je dan meteen mensen negatief reageren: „Dan zal theater De Lampegiet wel dichtgaan.” Ik denk dan: beoordeel zo’n man op z’n daden en fakkel hem niet meteen af.”

De schemer daalt in guur Veenendaal. Vlak bij de eeuwenoude Oude Kerk aan de Markt stopt een oude, grijze man. Slecht geschoren, verward haar, matte oogopslag. Thuis, vroeger, kwam na het eten steevast de Bijbel op tafel. Later moest hij zijn door ziekte gesloopte dochter begraven. Hij is ooit benaderd door kerkmensen en kreeg christelijke lectuur. Zijn hand aan het fietsstuur trilt. „Om me te lokken. Maar het hoeft van mij niet meer. Ik hoop niet dat ik u nu teleurstel.”

Entree van Veenendaal. beeld RD, Anton Dommerholt

„Groepen leven langs elkaar heen”

Autochtonen en allochtonen leven in Veendaal vooral langs elkaar heen. Dat zegt Jaap Rademaker (53), verslaggever Veenendaal voor dagblad de Gelderlander. „Het zijn gescheiden werelden.” Dat geluid hoor je vaker in Veenendaal. Wel ontplooien in de stad diverse kerken initiatieven om met migranten in contact te komen.

Hoewel er in het openbaar „weinig over wordt geschreven en gezegd” heerst er „onderhuidse” onvrede bij sommige Veenendalers over allochtone stadsgenoten, zegt Rademaker. „Bijvoorbeeld over de komst van DENK in de raad en over allochtone jongens die meisjes op een vervelende manier naroepen.” Al wil Rademaker vermeende spanningen niet opblazen. „Ik hoor niet van knokpartijen.”

Zelf woont de journalist in een van de tientallen flats in Veenendaal. „Hier huist allerlei slag mensen. Van een 90-jarige buurman die het RD leest tot een Senegalees.”

De Veenendaalse SGP-fractievoorzitter Dick Both zegt „heel weinig” te merken van spanningen tussen bevolkingsgroepen. „Onder anderen Marokkaanse jongeren veroorzaken weleens overlast in winkelcentra. Maar ik merk niet dat groepen niet door één deur kunnen. In Gouda, waar ik ben opgegroeid, durfden buschauffeurs en de politie sommige probleemwijken niet in vanwege relschoppers. Maar dat soort toestanden doet zich in Veenendaal nu gelukkig niet voor.” Onlangs reed de SGP-voorman een nachtje mee met de politie. „Ik zag dat problemen ontstaan door alcohol en drugs en dat overlastveroorzakers uit alle bevolkingsgroepen komen.”

Was Veenendaal voorheen een industriestad, nu werken velen in de dienstverlening. De gemeente in de Gelderse Vallei profileert zich als ict-stad en maakt deel uit van de FoodValley (voedselregio). In de wijk De Pol, het Staphorst van Veenendaal genoemd, wonen veel mensen uit reformatorische kring.

serie In de Biblebelt

Wat houdt plaatsen in de Biblebelt bezig? Twaalf portretten. Deel 5.