In een drone naar je werk

Drones
Dronesdeskundige ir. Bart Remes met de Delftocopter. beeld Gerhard van Roon

Je stapt je drone in. Een halfuur later landt je luchtauto 300 kilometer verderop. Nu is dat niet mogelijk. Maar over enkele tientallen jaren zou het werkelijkheid kunnen zijn, zegt ir. Bart Remes, dronedeskundige aan de Technische Universiteit Delft.

Nu al verheugt Remes zich op een dronefestijn in september in Australië. Met een team van de TU Delft doet hij mee aan wedstrijd met zogeheten volledig autonome drones. Die zet je met een druk op de knop in werking. Daarna moet het luchtvaartuigje zelf zijn weg door de lucht banen. Zonder hulp van een dronepiloot op de grond.

Drone

De ploeg uit Delft gooit de zogeheten Delftocopter in de strijd. „De opdracht is dat de drone naar een plek 30 kilometer verderop moet vliegen. Daar staat dan zogenaamd een persoon in nood. Die man moet een bloedmonster in de drone stoppen. Volledig automatisch moet de drone weer terug naar de startplek.”

Schiermonnikoog

Anders dan in China zul je in Nederland vrijwel geen zelfstandig vliegende drones zien. Altijd is er binnen enkele honderden meters een dronepiloot te vinden. Toch verwacht Remes, werkzaam op de afdeling lucht- en ruimtevaarttechniek op de TU Delft, dat dit soort drones over enkele tientallen jaren vaker te zien zullen zijn in het luchtruim.

De TU Delft was onlangs betrokken bij een test op dit terrein. Autonome drones vlogen met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur van Lauwersoog naar Schiermonnikoog, op een hoogte tussen de 150 en 500 meter. Ooit moeten dit soort drones in vijf minuten levensreddende medicijnen of medische apparatuur kunnen vervoeren.

Zo’n autonome drone kan ook interessant zijn voor boeren, legt Remes uit. „Met zo’n luchtvaartuigje kan een boer zijn land in kaart brengen, bijvoorbeeld om te bepalen waar hij zijn gewassen met bestrijdingsmiddelen moet besproeien. De boer hoeft geen dronepiloot meer in te huren. Dat scheelt veel loonkosten.”

Taxidrone

De drone als luchtauto. Ook over zo’n vernuftige luchtmachine breken technici hun hoofd. „Zo’n drone kun je vergelijken met een zelfrijdende auto. In Duitsland werken ze aan de Volocopter, een drone die lijkt op een helikoptertje. Het heeft zo’n 20 rotoren en biedt plaats aan maximaal twee personen. Je voert startpunt A en eindpunt B in. Vervolgens bestuurt de Volocopter zichzelf. De bemande drone bepaalt volledig automatisch zijn route en zal obstakels ontwijken.”

In april werd in de Amsterdamse Arena een taxidrone getest. Gast was onder meer prins Pieter-Christiaan (46), zoon van Pieter van Vollenhoven en prinses Margriet. KPN-topman Jacob Groote schetste het scenario dat een donororgaan via zo’n taxidrone snel getransporteerd kan worden.

Nog een toekomstige toepassing: drones die in zwermen vliegen. Remes en zijn team onderzoeken de mogelijkheden. „Met groepen drones kun je snel onherbergzame of ondergelopen gebieden uitkammen, op zoek naar een vermist persoon. Slimme technologie zorgt ervoor dat de drones niet met elkaar botsen.”

Bang

Toekomstplannen te over, maar werkelijkheid is het nog niet. Het kabinet dubt over nieuwe wet- en regelgeving. Het luchtruim moet veilig zijn. Autoriteiten zijn bang dat drones ander luchtverkeer hinderen. Remes: „Stel dat webwinkels pakketjes bezorgen met drones. Dan dienen die zich te houden aan duidelijke voorschriften. Zo moeten hulpdiensten voorrang krijgen.”