In coronatijd niet naar Bali, wel naar Bedum

Nederland
Nogal wat Nederlanders vierden vakantie in eigen land. Campings deden goede zaken, al konden ze in het voorjaar geen droog brood verdienen. Foto: Het Friese Lemmer.  beeld Getty Images

Niet met het vliegtuig naar Bali, wel met de sleurhut naar Bedum of Boekelo. Veel Nederlanders bleven de afgelopen zomermaanden dicht bij huis. In het hoge noorden boerde menige camping en restaurant goed. Al blijft de pijn van misgelopen inkomsten tijdens de lockdown.

Hier zijn niet zo veel coronabesmettingen, hier is het veiliger dan in Zuid-Europa. Robbert van Barneveld, eigenaar van camping Marenland in het Groningse Winsum, ving afgelopen zomerweken dat soort opmerkingen van gasten meer dan eens op.

Bijzonder druk had Van Barneveld het in juli en augustus. „Door alle onzekerheid vanwege corona blijven veel mensen in Nederland. Nogal wat gasten kiezen voor Groningen”, zegt de campingbaas donderdagmorgen. Anders dan in voorgaande jaren waren alle vijftig staanplaatsen op zijn camping bezet. „Ik heb zelfs extra plekken bijgebouwd.” Ook de verhuur van kano’s en andere bootjes liep als een trein. Elders in het noorden doet de recreatiesector eveneens goede zaken, merkt Van Barneveld. „Bed-and-breakfasts en campings zitten vol.”

Frisse lucht

Storm liep het deze zomermaanden ook bij De Verborgen Hoek, een christelijke camping in het Friese Harich. „Alle 150 kampeerplaatsen en dertig chalets waren bezet. Plekken waren ook langere tijd bezet dan in voorgaande jaren. Ik heb vaker dan anders nee moeten verkopen”, zegt eigenaar Kees van de Merwe.

Of zijn gasten in juli en augustus naar De Verborgen Hoek kwamen om in een ‘coronavrije’ regio vakantie te houden, durft hij niet te zeggen. Dat sentiment bespeurde hij wel in het voorjaar. „Toen kwamen oudere mensen uit de Randstad die niet hutjemutje in de stad wilden zitten en het in hun aanleunwoning niet konden uithouden door de coronabeperkingen. Hier zochten ze ruimte en frisse lucht.”

Diensten

Al even tevreden over de zomermaanden is Tonnie Pellikaan (66). Samen met haar man Arie-Dirk (70) runt ze de christelijke camping De Wolfskuylen in het Drentse Gees. „Net als in andere jaren zaten we een week of vier vol. Ik heb daar niet voor hoeven te adverteren”, zegt Pellikaan. Met genoegen denkt ze terug aan zondagse diensten in de open lucht. Honderden vakantiegangers kwamen erop af. „Refo’s, pinkstermensen en vrijgemaakten namen hun stoel of baddoek mee. We zongen de psalmen langzaam. Prachtig.”

Toch neemt het gunstige zomerseizoen de pijn van de lockdown niet zomaar weg. Camping De Wolfskuylen ging dit voorjaar, tijdens de lockdown, voor zo’n 50.000 euro het schip in. „Alles werd geannuleerd”, zegt Pellikaan. Het echtpaar stopt overigens met de camping en zegt een koper voor De Wolfskuylen te hebben gevonden.

Ook voor campinghouder Van Barneveld in Winsum was het dit voorjaar huilen met de pet op. „Het lag allemaal stil. Er was hier niks te doen.” Nog altijd wordt zijn groepsaccommodatie slechts mondjesmaat gehuurd.

Mooie zomer

De „mooie zomer” was een flinke steun in de rug voor ondernemers in de watersport- en recreatiesector, meldde brancheorganisatie Hiswa-Recron woensdag. De sector heeft zich „redelijk hersteld na de lockdown in het voorseizoen.”

Toch hakt de coronacrisis erin, waarschuwt Hiswa-Recron. „Veel bedrijven komen in zwaar weer terecht.” De totale schade van maart tot met september is 700 miljoen euro. Daarvan komt 16 procent voor rekening van de watersportbranche en 84 procent van de verblijfsrecreatie- en buitensportsector; 80 procent van de schade is geleden in het voorseizoen van maart tot en met juni.

Voorman Geert Dijks van de koepelorganisatie houdt zijn hart vast. „Er staat voor ruim 400 miljoen euro uit aan vouchers die in 2021 worden verzilverd. Bij veel bedrijven zal dit ten koste gaan van de normale boekingen in dat jaar. Want vol is immers vol. Daarnaast is de verwachting dat met name de bedrijven die zich richten op grotere groepen, zoals groepsaccommodaties, de zeilende chartervloot en de buitensportbedrijven nog lang de nasleep merken van het coronabeleid.”

De pandemie heeft een „ontzettende impact” op de toeristische industrie, stelt Elsje van Vuuren, zegsvrouw van NBTC Holland Marketing, de ‘landelijke VVV’. Zo bleven veel Nederlanders dit jaar in eigen land, al laten exacte statistieken daarover nog wel een paar maanden op zich wachten.

Uit een peiling over vakantieplannen bleek dat het aantal Nederlanders dat verwachtte dit jaar in eigen land de hort op te gaan steeg van 38 procent in het voorjaar tot 45 procent in de zomer.

Een vakantie boeken op het laatste moment is „enorm populair” in coronatijd. Vakanties voor augustus zijn in 50 procent van de gevallen in de twee maanden daarvoor geboekt. Duidelijk is ook dat toeristen uit Azië en Amerika het massaal laten afweten. „Er komt bijna geen enkele toerist uit die landen.”

Gaan Nederlanders de grens over, dan was Spanje –tot voor kort– populair. Ook weten velen Duitsland te vinden. „Mensen kunnen er met de auto naartoe en zo nodig snel weer terug”, betoogt zegsvrouw Alexandra Johnen van het Duits Verkeersbureau. Niet zelden nemen de Nederlanders in Duitsland hun toevlucht tot natuurrijke gebieden. „Ze zien Duitsland als veilig land met een goede gezondheidszorg. Duitsland hielp Nederland tijdens de coronacrisis aan ic-bedden.”