„Richel is beroemd om de rust”

Bij vloed staat de NIOZ ponton rondom in het water. Foto RD RD
6

RICHEL - Wie met de veerboot van Vlieland komt, ziet links nog een Waddeneiland liggen: Richel. Met enig geluk zijn op de zandplaat zeehonden te bewonderen. In de zomermaanden wordt het eiland af en toe bevolkt door onderzoekers die vogels vangen en tellen.

De nacht valt op Richel. Alleen het gekrijs van meeuwen en andere watervogels is te horen. In het oosten verdwijnt de zon achter de noordelijkste duinen van Vlieland. Ruisende golven nemen bezit van het lage gedeelte van de zandplaat. Het wordt vloed. Op het hogere stuk blijven enkele duintjes zichtbaar.

De golven spoelen ook om de ponton van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Het is deze nacht de slaapplaats voor een eenzame verslaggever. De ponton is eind juli door onderzoeksschip Navicula naar deze plek gesleept. Dit schip kon met een diepgang van 90 centimeter vrij dicht bij het eiland komen. Voor de laatste 200 meter werden de drie rubberboten van de Navicula ingeschakeld. Het schip blijft op deze afstand liggen. Het heeft een platte bodem, zodat het bij het droogvallen van het wad niet omvalt.

Het bereiken van de 20 meter hoge ponton te voet is niet zonder gevaar. Onder het ijzeren gevaarte komen tientallen krabben vandaan die op zoek gaan naar een prooi. Bezoekers op blote voeten lopen het risico met hun tenen in de sterke scharen van een krab terecht te komen. Eenmaal op de ponton is het gevaar geweken en kunnen de twee trappen naar het hoogliggende huisje worden genomen. Daar is het uitzicht rondom fenomenaal. De contouren van Vlieland en Terschelling steken scherp af tegen de oranje gekleurde lucht. De vuurtorens van Den Helder tot Schiermonnikoog laten hun lichtbundels over de zee schijnen.

De ponton, ook wel wadtoren genoemd, blijft tot oktober liggen. In die tijd komen waarnemers op vrijwillige basis vogels tellen. Ze letten dan vooral op de kanoetstrandloper en de roze grutto. Het NIOZ richt zich bij zijn onderzoek in de zomermaanden vooral op deze twee wadvogels. Al zestien jaar lang. Broeden doen deze vogels niet op Richel, ze foerageren er alleen. Bontbekplevier, strandplevier en dwergstern broeden wel op het eiland. Daarnaast is de zandplaat in november een rustige kraamkamer voor zo’n 500 grijze zeehonden. Daarom is het hogere gedeelte ook verboden gebied.

Op het lagere gedeelte zijn deze avond zes pleziervaartuigen drooggevallen. Daaronder is de Swarte Wietz, de lemsteraak van het echtpaar Stelwagen uit het Friese De Wilgen. Het stel is bezig met een drie weken durende tocht over de Waddenzee. Het echtpaar geniet zichtbaar van de avondstilte.

Zij: „De getijdenwerking van eb en vloed fascineert me enorm.”

Hij: „Richel is beroemd om de rust die er heerst. Het hogere gedeelte houdt de golven van de Noordzee tegen. De bodem is zanderig en dus stevig. Je kunt er prima op wandelen.”

Te voet is Richel moeilijk te bereiken. Het eiland is omgeven door diepe geulen, waaronder de vaargeulen voor de veerboten naar Vlieland en Terschelling. Per jaar maakt slechts een enkele zeer ervaren wadloper de oversteek van Vlieland of zelfs van Texel.

NIOZ-medewerker Maarten Brugge loopt vaak een rondje over het eiland om te jutten. De jonge Texelaar heeft vorig jaar twee bijzondere wijnflessen gevonden. „Ze waren van 1850 en de wijn zat er nog in. Ik heb ze thuis op de schoorsteenmantel staan.”

Om 01.00 uur gaat te wekker op de ponton. Tijd om de NIOZ-medewerkers een handje te helpen bij het vangen van vogels. De afstand naar de 3 meter hoge netten wordt deels wadend, deels per rubberboot afgelegd. Het vangen gebeurt alleen bij nieuwe maan, omdat het dan zo donker is dat de netten voor de vogels niet zichtbaar zijn. Het systeem werkt: tientallen wadvogels raken verstrikt in de netten. Op de Navicula onderwerpen acht NIOZ-onderzoekers de vogels aan een uitgebreid onderzoek. Daarna mogen ze de rust van Richel weer opzoeken.

Dit is het laatste deel in een serie over onbewoonde eilanden in Nederland.