Kamer haalt scheppingsleer over de hekel

ID in het nieuws
DEN HAAG – Minister Van der Hoeven van Onderwijs werd dinsdag in de Tweede Kamer stevig aan de tand gevoeld over haar voorstel een breed debat te voeren over het ontstaan van de wereld. Bij de interruptiemicrofoons staan de kamerleden te wachten. Aan het woord is Kranenburg van de LPF. Foto Dirk Hol Dirk Hol

Alle hoeken van de Kamer zou onderwijsminister Van der Hoeven zien. Hoe had zij het in haar CDA-hoofd gehaald op te roepen tot debat tussen evolutionisten en mensen die denken dat er misschien wel een fraai ontwerp achter het leven zit? De seculiere partijen peinzen er niet over. „Gaan we straks ook nog vertellen dat kinderen door de ooievaar worden gebracht?”

„Zó boos is hij in die 23 jaar dat hij hier zit nog nooit geweest”, veronderstelt de woordvoerder van de SGP-fractie. Hoofdschuddend komt de persoon in kwestie zijn werkkamer binnenwandelen. „In deze Kamer manifesteert zich een onvoorstelbaar verzet tegen alles wat met godsdienst te maken heeft”, zegt Van der Vlies. „Eerst dat debat over smalende godslastering, nu weer dit.”

Even daarvoor heeft het SGP-kamerlid ongebruikelijk hard uitgehaald. „Werkelijk onvolwassen en onvoldragen”, zo noemt hij in de plenaire vergaderzaal de felle reacties van „sommige van mijn gewaardeerde collega’s” op het pleidooi van minister Van der Hoeven om de open einden van de evolutietheorie eerlijk te bespreken. „Ik weiger mij als creationist buiten het speelveld van onderwijs en wetenschap te laten plaatsen.”

Dat doen zijn collega-kamerleden wel. Volop en hartgrondig. Volgens Azough (GroenLinks) is de scheppingsgedachte een groot „probleem” dat door (hoog)leraren „overwonnen” moet worden. Vergeer (SP) vindt dat schepping hooguit een plek in de godsdienstles moet krijgen, terwijl de biologieles uit evolutieleer bestaat. Voor Bakker (D66) staat de evolutietheorie net zo vast als de bolvormigheid van de aarde.

Dat minister Van der Hoeven zaterdag waagde te pleiten voor een breed debat tussen evolutionisten en andersdenkenden, is voor deze kamerleden uit den boze. Met hoge snelheid moest de bewindsvrouw gisteren uit Brussel naar Den Haag komen, om te verschijnen in het wekelijkse vragenuur. Ze had immers „cruciale grenzen” overschreden; grenzen tussen kerk en staat, tussen godsdienst en wetenschap.

„Christelijke en islamitische studenten die stellen dat God de aarde heeft geschapen, behoren goed onderwijs te krijgen”, geeft vragenstelster Azough aan. „Zij moeten niet ondersteund worden door een minister die beweert dat de evolutietheorie ook maar een theorie is. U maakt het hoogleraren en docenten die dat soort denken moeten overwinnen praktisch onmogelijk. De scheppingsgedachte ís niet gelijkwaardig.”

Volgens LPF-kamerlid Kraneveldt is het ongelofelijk dat een bewindspersoon zich positief uitlaat over een stroming als Intelligent Design, waarin wetenschappers wijzen op de onherleidbaarheid van levensvormen en daarom uitgaan van een hoger ontwerp. „Dat komt uit de nogal onfrisse koker van conservatieve Amerikaanse denktanks. Moeten we u straks minister van Onderwijs en Pseudo-wetenschappen noemen?”

„Marginaal, obscuur en fundamentalistisch”, noemt vice-fractieleider Bakker van D66 de ID-stroming. „Als we dáár aandacht aan besteden, gaan we dan straks ook nog vertellen dat kinderen door de ooievaar worden gebracht?”

Steun krijgt Bakker van zijn collega’s Balemans (VVD) en Hamer (PvdA). Waardoor alle seculiere partijen één blok vormen: de minister van Onderwijs mag zich met dit thema niet bemoeien.

„Het blijkt dat het moeilijk is om respect op te brengen voor elkaars opvattingen”, constateert CDA-kamerlid De Vries enigszins gelaten. „Terwijl de minister met haar initiatief juist het respect tussen aanhangers van verschillende opvattingen wil bevorderen.”

ChristenUnie-kamerlid Slob kiest de tegenaanval. Hij heeft altijd „veel bewondering voor mensen die geloven in een van de vele evolutietheorieën.” Volgens hem is daarvoor „meer geloof nodig dan voor het eenvoudige geloof in een persoonlijke God.”

De seculiere partijen zouden de vrijheid van meningsuiting een dienst bewijzen door voor die opvatting in elk geval „ruimte te laten”, aldus Slob.

SGP’er Van der Vlies vraagt aandacht voor de vrijheid van onderwijs, die door de opvattingen van de seculiere partijen zwaar onder druk komt. „De botsing tussen de verschillende overtuigingen en theorieën heeft in Nederland altijd een plaats gekregen binnen het onderwijsbestel. We moeten ons vooral niet beroven van de vrijheid om je over deze theorieën een ethisch oordeel te vormen.”

Minister Van der Hoeven schaart zich wat dat betreft volledig aan zijn zijde. Ze wijst erop dat de wetenschap tegen telkens weer nieuwe vragen aanloopt. „Meer en meer leren we daaruit dat we elkaar over dit soort opvattingen niet mogen verketteren.”

Het lijkt voorlopig aan dovemansoren gericht. Wat de christelijke minderheid terug doet denken aan het recente debat over smalende godslastering, toen minister Donner van Justitie het bij de seculiere meerderheid moest ontgelden. „Je ziet de vijandigheid toenemen”, stelt Van der Vlies op zijn werkkamer vast.