„Homonota moedig, principieel en eerlijk”

Visienota refoscholen
Ds. Visscher
2

Homoseksualiteit op reformatorische scholen beter bespreekbaar maken. Dat pleidooi staat in de maandagmorgen gepresenteerde visienota van de stuurgroep homoseksualiteit voor het christelijk en reformatorisch onderwijs. Twee reacties.

Herman van Wijngaarden, medewerker van de hervormde jeugdbond HGJB, ziet de nota als een positieve impuls voor de beleidsvorming binnen deze scholen. „Ik hoop dat ze zo ook wordt ontvangen, zowel door de scholen als door minister Plasterk. Voor de homoseksuele leerlingen en leerkrachten op de reformatorische scholen zou dat goed zijn.”

Het sterke aan de nota is volgens Van Wijngaarden, zelf homofiel, dat er niet te veel wordt ingegaan op de bekende losse Bijbelteksten. „Terecht wijst men vooral op de doorgaande lijn in Gods Woord, die seksualiteit alleen binnen het huwelijk van man en vrouw een positieve plaats geeft. Zo’n benadering helpt bij het gesprek over homoseksualiteit.”

De nota is ook „een knappe poging” om zich als christenen te verantwoorden voor het forum van politiek en samenleving, meent de HGJB-medewerker. „Er wordt zorgvuldig geformuleerd. In het algemeen is geprobeerd om vervreemdend taalgebruik voor niet-refo’s te voorkomen. De volgende zin heb ik onderstreept: „De begeleiding en hulpverlening dienen zich niet in de eerste plaats te richten op de verandering van de seksuele gerichtheid, maar op verbetering van het psychologisch welbevinden.” Dat vind ik een gezonde en pastorale instelling.”

Van Wijngaarden vindt het jammer dat de nota de homoseksuele gerichtheid expliciet als zonde benoemt. „Dat is pastoraal gezien belemmerend en Bijbels gezien onnodig. De Bijbel veroordeelt de homoseksuele daden en de gevoelens die daarop zijn gericht. Maar homofiele gevoelens zijn niet per definitie ook homoseksuele begeerten. Het kan een homoseksuele jongere enorm helpen als je daarop wijst.”

De HGJB-medewerker hoopt dat er een goede handleiding komt over hoe scholen de begeleiding van een homoseksuele leerling kunnen vormgeven. „Het is positief dat de nota pleit voor steun voor en begeleiding van de homoseksuele leerling of docent, maar ik mis waar die steun en begeleiding dan uit bestaat. Zelfs met een positieve bedoeling kun je nog veel brokken maken. Ik krijg ook de indruk dat men geen afzonderlijke les aan het thema homoseksualiteit wil besteden. Als dat inderdaad het geval is, vind ik dat een zwaktebod.”

Heilzaam
„Het is een moedige, principiële en eerlijke nota”, reageert ds. W. Visscher, predikant van de gereformeerde gemeente in Amersfoort. „De nota is moedig, omdat de ophef rond de CU-gedragscode ons duidelijk heeft gemaakt dat het hier gaat om iets wat in de samenleving totaal anders ligt.”

Principieel is de nota volgens ds. Visscher ook. „Het doorlopende getuigenis van de Schrift wordt duidelijk benoemd. Homoseksueel gedrag is zonde voor God. De ernst van deze zonde moeten we niet verbloemen, wat de samenleving er ook van mag vinden. Het betreft hier een zaak waarin we ons genormeerd weten vanuit de Schrift. We spreken bovendien in continuïteit met de kerk der eeuwen. We schuwen ook niet zonodig lijstjes van ernstige zonden te maken.”

De stuurgroep is ook eerlijk, stelt de Amersfoortse predikant. „Er wordt gewezen op de strijd van onze homofiele naaste, zijn worsteling en zijn vragen. De nota wijst erop dat dit kruis, dat niet gering is, mag worden gedragen. Voor Bijbelse uitgangspunten hoeven we ons niet te schamen. Die zijn heilzaam voor alle mensen.”

De duidelijke orthodox-christelijke normering, het oog voor het maatschappelijke kader en de concrete handvatten voor beleid noemt ds. Visscher sterke punten van de nota. „Het ministerie zal niet kunnen zeggen dat er op onze scholen geen werk van dit onderwerp wordt gemaakt. De kracht van de nota -kort en bondig- is tegelijk haar zwakte. De doorlopende lijn in de Bijbel wordt wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt. Het maatschappelijke kader vraagt verdere doordenking, ook gelet op onze seculiere cultuur. Maar laten we eerst proberen handen en voeten te geven aan deze nota.”

Er is volgens ds. Visscher in de achterban een breed beraad nodig over deze en andere principiële thema’s. „Het is niet eenvoudig om deze standpunten helder en duidelijk in een seculiere cultuur uit te dragen. Het is nodig dat scholen werkelijk inhoud geven aan de beleidsadviezen die in de nota staan. Wellicht kan het goed zijn nog eens diep na te denken hoe we dit soort zaken communiceren in de samenleving.”