Hoeveel aandacht moet een terrorist krijgen?

beeld EPA

De Franse krant Le Monde heeft woensdag bekendgemaakt geen propaganda­materiaal van terreurgroepen of beelden van aanslagplegers meer te tonen. Le Monde wil op die manier dwarsbomen dat daders postuum worden geëerd.

Het besluit van Le Monde staat niet op zichzelf. Een dag eerder maakte Hervé Béroud, de chef bij de Franse nieuwssite BFMTV, al bekend te stoppen met het tonen van portretten van aanslag­plegers.

Het debat over het publiceren van foto’s en uitgebreide daderinformatie werd na de aanslag in Nice aangezwengeld door psycholoog en jihadexpert Fatih Benslama. Hij pleit ervoor terroristen in de media anoniem te maken. „Geen foto, geen naam, geen uitgebreid daderprofiel.” Benslama: „Door hen met naam en toenaam in de journalistieke kolommen een plaats te geven, promoveren deze mannen tot helden. Die postume roem is een aansporing voor anderen om ook aanslagen te plegen.”

Het debat speelt niet alleen in Frankrijk. De Amerikaanse zender CNN besloot al in 2014 niet meer de namen van daders van schietpartijen te noemen. Die beslissing was mede het gevolg van de aanhoudende pleidooien van psychiater Park Dietz uit Californië. Hij constateert een patroon: „Uitgebreide berichtgeving over een massale moord leidt binnen enkele weken tot een volgende.” Media moeten volgens hem veel terughoudender zijn. „Zieke geesten worden op het idee gebracht om ook een slagveld aan te richten voordat ze zichzelf van het leven beroven. Zo krijgen ze bij hun dood de aandacht die ze tijdens hun leven nooit kregen.”

Uitgebreide daderinformatie over terroristen speelt volgens Dietz IS in de kaart. „Brede media-aandacht maakt IS groot. Daarmee wordt het beeld versterkt dat IS overal is en altijd kan toeslaan. Bovendien vergroot dat hun aanhang. Want ook mensen die niets met IS te maken hebben, oriënteren zich op deze groep en willen een daad stellen.”

Niet ieder is ervan overtuigd dat een ban op daderinformatie zin heeft. De Franse jihadexpert en journalist David Thomson stelt dat het de terroristen meer gaat om verbreiding van de ideologie dan om eigen roem. Bovendien wijst hij er in de Volkskrant op dat jihadstrijders en IS hun eigen kanalen hebben om de helden­verhalen te verspreiden, zoals sociale media.

Van de Nederlandse media hebben er nog maar weinig een standpunt bepaald. Annabel de Winter, vervangend algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), meldt desgevraagd dat de NVJ het vooral belangrijk vindt dat media zich rekenschap geven van het beleid dat ze in deze kwestie voeren en daarvan ook verantwoording afleggen richting hun lezers of kijkers. „Er zijn media die zich een soort zelfcensuur opleggen als het om deze zaken gaat. Andere media willen het juist zo nadrukkelijk mogelijk tonen om mensen wakker te schrikken. Ons gaat het erom dat je duidelijk maakt waarom je wat doet.”

Het besluit van Le Monde vindt hoofdredacteur Wim Kranendonk van deze krant „een belangrijke impuls tot bezinning.” Hij constateert dat berichtgeving over terreuraanslagen elke redactie voor een groot dilemma plaatst. „Als krant heb je de taak mensen te informeren over nieuws en daarbij achtgrondinformatie en duiding te geven. Tegelijk weet je dat mensen door die informatie op verkeerde ideeën kunnen worden gebracht. Het is keer op keer een afweging die bij het maken van de krant wordt gemaakt.”

Kranendonk noemt die afweging „heel lastig.” Hij wijst erop dat zeker bij ingrijpende gebeurtenissen het redactioneel werk onder hoge druk moet gebeuren. „Daarbij worden soms foute inschattingen gemaakt en verkeerde of te snelle conclusies getrokken.”

De hoofdredacteur van het RD ziet het besluit van Le Monde als een aansporing om nog soberder te zijn in de berichtgeving over aanslagplegers. „We moeten bij het geven van daderinformatie ons meer bewust zijn dat dit kan bijdragen aan heldenverering of kopieergedrag. Soberheid bij de informatie over daders is inderdaad belangrijk. Materiaal van IS, zoals internetfilmpjes die van hen afkomstig zijn, plaatsen we in principe niet meer.”