Historicus: Verzetsman uit Grou was verrader

Rode Kruisschepen met Duitse krijgsgevangenen passeren in mei 1945 Grou, dat aan het Pikmeer, de Kromme en de Rechte Grou ligt. beeld NIOD
3

Juridische bewijzen zijn er nooit gevonden om de beschuldiging te staven dat kort na de oorlog leefde tegen Arjen de Leeuw uit Grou (Fr.). Hij zou veel verzetsmensen hebben verraden aan de Duitsers.

Amateurhistoricus Hessel Bouma uit Hoornsterzwaag is ervan overtuigd. „Echt nieuwe bronnen heb ik niet ontdekt, maar ik heb de puzzel­stukjes in elkaar gepast. Zo kom ik tot de conclusie dat Arjen de Leeuw een verrader moet zijn geweest.”

Momenteel doet Bouma onderzoek voor zijn boek ”De Lege Geaën in de oorlog”, met name in bronnen van Tresoar (het Fries historisch en letterkundig centrum in Leeuwarden) en het NIOD, in krantenarchieven en boeken. De Lege Geaën is een streek ten noorden van het Sneeker­meer.

Bouma dook ook in bronnen die het reilen en zeilen van Arjen de Leeuw beschrijven. Het hoofdstuk daarover heeft hij inmiddels af. Hij komt tot een opmerkelijke conclusie, namelijk dat De Leeuw een verrader is door wie vele verzetsmensen tegen de lamp zijn gelopen en onderduik- en wapenopslagplaatsen werden ontdekt.

Nooit sluitend

Tot nu toe wisten juristen en historici de bewijzen hiervoor nooit sluitend te krijgen. „Het gaat erom dat alle puzzelstukjes op de juiste plaats moeten worden geplaatst. Dat heb ik gedaan, en er is maar één conclusie mogelijk: hij was een verrader, wat na de oorlog niet aan het licht mocht komen.”

In Leeuwarden werkte De Leeuw (1909-1965) bij het provinciaal elektriciteitsbedrijf, waar hij bekendstond als pro-Duits. Hij sloot zich in het begin van de oorlog aan bij de SS en vertrok naar Duitsland. In 1944 keerde hij terug om op de vliegbasis Fliegerhorst Leeuwarden als opzichter van dwangarbeiders te werken.

De Leeuw stuurde een monteur die niet hard genoeg werkte op transport naar Duitsland. Eind 1944 meldde hij zich bij kapitein Camping, chef-staf van de Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) in Friesland. Hij overhandigde daarbij tekeningen en stafkaarten van de Fliegerhorst. „Hij zei dat hij zijn fouten wilde goedmaken door deze geheime stukken te stelen en aan het verzet te geven.”

Camping was verguld met de kaarten en stuurde ze door naar Engeland. Op zijn voorspraak werd De Leeuw opgenomen in het verzet. Hij werd hoofd inlichtingen bij District IX van de NBS, het gebied rond Grou tussen Goutum en Sibrandabuorren. In de volgende maanden bleek de bezetter opmerkelijk vaak op de hoogte te zijn van verzetshandelingen, -personen en -locaties.

Aangenomen wordt dat dit kwam door de arrestatie van kapitein Pander en adjudant Wierda in Tjerkwerd in februari 1945, waarbij de Duitsers lijsten met adressen zouden hebben bemachtigd. Bouma: „Die Tjerkwerdlijsten waren helemaal niet zo uitgebreid. De SD wist duidelijk meer.”

Piet Stavast van de Friese afdeling van de Knokploeg (KP) schreef later in zijn dagboek ”Vlucht en verzet”: „Steeds vielen in het hart van de NBS in ons district arrestaties, alleen een insider kon die weten.”

De Knokploeg besprak deze situatie. Ze kwamen tot de conclusie dat De Leeuw de mol moest zijn, en gingen naar hem toe om hem te ondervragen. Enkele uren voor aankomst bleek De Leeuw echter te zijn ingerekend door de SD. Volgens de boer in Grou waar hij zat ondergedoken, was De Leeuw een dag eerder nog op en neer naar Leeuwarden geweest.

Twee puzzelstukjes die Bouma voor het eerst in elkaar heeft gepast, verzwaren de verdenking tegen De Leeuw. „Hij meldde zich in december 1944 bij het verzet met die kaarten van de vliegbasis. Maar in ”Wespennest Leeuwarden” van Ab A. Jansen staat dat de Duitsers zich al begin september 1944 van de Fliegerhorst hadden teruggetrokken. Die kaarten waren dus waardeloos.”

De verzetscommandanten Tinkelenberg en Camping waren ook van verschillende kanten herhaaldelijk gewaarschuwd om De Leeuw niet binnen te halen. Binnen een week na de bevrijding van Friesland in april 1945 werd hij opgepakt op verdenking van spionage voor de SD.

De Leeuw zat anderhalf jaar vast, waarna hij zonder proces werd vrijgelaten. In 1950 is hem zonder nadere verklaring het Nederlanderschap ontnomen. In 1965 overleed hij in Duitsland. Bouma: „Het is allemaal in de doofpot gestopt, omdat Camping en Tinkelenberg zo geblunderd hadden door De Leeuw binnen het verzet te halen.”

In het eerder dit jaar verschenen boek ”Oarloch yn en om Grou” beschrijft Ulke Brolsma uitgebreid de ”zaak-De Leeuw”. Hij geeft echter aan dat hij „graag zou concluderen” dat De Leeuw een verrader was, maar dat hij dat toch niet aandurft op basis van de beschikbare bronnen.

Brolsma voert wel verslagen van het naoorlogse tribunaal op waaruit blijkt dat De Leeuw regelmatig op de ”Dienststelle” van de SD in Leeuwarden is gezien.

Deze puzzelstukjes maken voor Bouma het plaatje compleet. „De Duitsers hadden zo veel informatie; die kon alleen een insider weten. In theorie kon een ander de verrader zijn geweest, maar er waren maar een paar mensen die alles wisten. Die zijn allemaal door de Duitsers opgepakt.”

Geen wettig bewijs

Maar Tweede Wereldoorlog-historicus Jack Kooistra wil die conclusie niet trekken. „Er is absoluut geen enkele arrestatielijst, NSB-lijst, proces-verbaal of wat dan ook waarop zijn naam staat. Let wel: ik ben het ermee eens dat De Leeuw fout is geweest, maar ik kan niet onderschrijven dat hij een verrader was.

Kooistra gaat uit van het principe: „Als er geen wettige en overtuigende documenten zijn, mag je nooit iemand beschuldigen of veroordelen. Met name in dit soort situaties is een valse beschuldiging zeer schadelijk voor de persoon in kwestie en nabestaanden. Het is een stempel waar een familie nooit van afkomt.”