„Het liefst slaap ik morgen weer buiten”

Reportages
Door het koude weer is het aanmerkelijk drukker in de nachtopvang van instanties als het Leger des Heils. „Het is een gekkenhuis", zegt zorgcoördinator Mark Voorneveld van de nachtopvang van het Leger in Amsterdam. Foto ANP. ANP.

Een blauwe vuilniszak met een deken erin. Dat is de bagage waarmee Sipke (48) zich meldt bij het Leger des Heils in Amsterdam. Normaal slaapt hij buiten, maar vanwege de vorst zoekt hij deze winteravond onderdak. „Ik word een beetje ouder.”

Dinsdagavond, even na zes uur. In de nachtopvang van het Leger des Heils aan het Hekelveld in Amsterdam zitten zo’n twintig daklozen aan tafeltjes. De meesten zitten achter een bord met rijst, kip en bloemkool. Twee mannen spelen een potje schaak. Anderen dutten wat.

Het zijn vooral vaste klanten die de kou van de straat hebben verruild voor de warmte van het opvanghuis. Langzamerhand druppelen ook nog wat onbekende bezoekers binnen, op zoek naar een warme hap en een bed.

Tegen achten komt Sipke -ruige baard, blauwe vuilniszak in de hand- binnenlopen. Hij vertelt dat hij in 1990 „door een conflict met de buren” dakloos raakte. Sindsdien slaapt hij soms bij een broer, maar meestal in de openlucht. Al achttien jaar. „Op een mensenleven is dat niet veel”, relativeert de 48-jarige dakloze.

Vanwege de winterkou meldde Sipke zich maandag bij het Leger des Heils voor een slaapplek. „Ik dacht: Laat ik maar onderdak zoeken voordat ik aan de kou ten onder ga. Ik word een beetje ouder.” De organisatie reserveerde een plek voor hem bij een opvangvoorziening in Amsterdam-Oost. „Daar moest ik heen lopen en dat trok ik even niet. Daarom heb ik afgelopen nacht maar weer buiten geslapen. Je moet het nemen zoals het is.”

Bij het grofvuil vond Sipke een deken waaronder hij enige beschutting zocht. Nu kan hij alsnog bij het Leger slapen. „Ik laat de deken hier drogen. Dan kan ik hem nog eens gebruiken als het nodig is. In de zomer is een jas voldoende, maar het wordt me nu toch wat te gortig.”

Sipke hoopt dat de vorst niet te lang aanhoudt. „Het liefst slaap ik morgen weer buiten.” Hij neemt een slok koffie. Dan: „Kent u Nietzsche? Die kreeg zijn diepste inzichten op een hoge berg, als de omstandigheden niet comfortabel waren, klimatologisch gezien.”

Sinds zaterdag kunnen notoire buitenslapers als Sipke in Amsterdam een beroep doen op de zogenaamde winteropvang. Diverse instellingen bieden tijdelijke extra slaapplaatsen -soms niet meer dan een matras op de vloer van een pension- om zo veel mogelijk daklozen van dienst te zijn.

„Het is een gekkenhuis”, zegt zorgcoördinator Mark Voorneveld van de nachtopvang en de mobiele service -in de volksmond ”soepbus”- van het Leger de Heils. Voor de winteropvang moeten daklozen zich bij het Leger melden, waarna ze gratis een plek in een van de Amsterdamse opvanglocaties krijgen toegewezen.

„Rond de Kerst begon het drukker te worden. Zaterdag hadden we een kleine vijftig extra slaapplaatsen nodig. Inmiddels zijn dat er ruim 135”, aldus Voorneveld. Zijn eigen opvanglocatie heeft de krap vijftig slaapplekken inmiddels met tien uitgebreid. „Als het moet, kunnen er nog zeven bij.”

Voorneveld verwacht dat de stroom van extra aanmeldingen de komende dagen verder doorzet. „Als het langere tijd vriest kloppen ook mensen die nu nog in een tentje, auto of caravan slapen bij ons aan. Of mensen die in een leeg gebouw, misschien wel een kraakpand, bivakkeren. Het wordt gewoon te koud.”

Afgezien van de kou heerst er in de opvangcentra altijd een aparte sfeer aan het eind van het jaar, merkt de zorgcoördinator. „Het is bijna per definitie een lastige tijd voor mensen. Ze missen familie en alles wat ze ooit hadden, worden onrustig. Maar oud en nieuw verloopt over het algemeen prima. De mensen proberen er met elkaar toch iets van te maken.”

Dankzij de extra opvangplaatsen kan ook Samuel deze nacht bij het Leger des Heils terecht. De 26-jarige man uit Eritrea, die onder de 1F-regeling (vermeende oorlogsmisdadigers) valt, belandde vanuit een asielzoekerscentrum op straat. Een kerkelijke organisatie betaalde de afgelopen twee weken zijn onderdak in het Amsterdamse christelijke jeugdhotel The Shelter. Gisteren liep de termijn af. „Ze wilden die niet verlengen en konden niets meer voor me doen.”

Hoe het verder moet, weet Samuel niet. Voor de komende nacht is zijn hoop in ieder geval op het Leger des Heils gevestigd. Met een zucht van verlichting zet hij zijn bagage -een kleine rugzak en een plastic tas- neer, als blijkt dat er een plek voor hem is. Buiten vriest het inmiddels 5 graden.