Halsema: ging om lege woonboot en nepwapen

De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema spreekt tegen dat haar vijftienjarige zoon een gewapende inbraak heeft gepleegd. Ook is volgens haar geen sprake van een doofpot. Dat schrijft Halsema in een brief aan alle Amsterdammers, waarin ze reageert op berichtgeving in De Telegraaf.

Halsema zegt dat haar zoon samen met vriendjes aan het „klieren” was en selfies aan het maken met een alarmpistool, een verboden nepwapen. Uit verveling drongen zij een verlaten woonboot binnen en spoten ze brandblussers leeg. „De politie is op de overlast af gekomen, mijn zoon is gaan rennen, heeft paniekerig het nepwapen weggegooid, is toen alsnog gestopt en ingerekend. Daarmee heeft hij de wet overtreden - hij had het nepwapen niet bij zich mogen hebben en hij had de verlaten boot niet mogen betreden - en daarvoor zal hij de gevolgen moeten dragen.”

Halsema zegt dat er geen sprake is van een doofpot, zoals in de krant wordt gesuggereerd. Zo heeft het Openbaar Ministerie in Amsterdam de zaak overgedaan aan het OM in Haarlem, juist om „te vermijden dat er een verwijt van bevoordeling of de suggestie van een ‘doofpot’ zou kunnen ontstaan”, aldus de burgemeester. „Er is sprake van een privékwestie, van een jongen van vijftien jaar wiens gegevens in vergelijkbare zaken nooit openbaar zouden zijn gemaakt.”

Halsema ontkent dat zij de politie heeft gevraagd de naam af te schermen. Wel hoopte ze dat „men discreet zou zijn omdat mijn functie mijn zoon kwetsbaar maakt voor publiciteit die hem jaren kan achtervolgen.”

De inbraak van half juli en de arrestatie van haar zoon heeft Halsema direct gemeld bij de gemeentesecretaris en het integriteitsbureau van de gemeente. „Omdat ik geen enkele verstrengeling wil laten ontstaan tussen mijn bezorgdheid als moeder en mijn verantwoordelijkheid als burgemeester. In de driehoek heb ik er niet over gesproken, aan de commissaris en de hoofdofficier heb ik laten weten dat wij als ouders de zaak met de dienstdoende beambten afhandelen.”

Ze maakt zich boos over de handelwijze van de krant: „Voordat er een rechterlijk oordeel is geveld heeft De Telegraaf hem op de voorpagina veroordeeld voor een delict dat hij niet heeft gepleegd. (..) Mijn zoon is een gewone Amsterdamse jongen die inderdaad een fout heeft begaan die hij moet herstellen. Hij verdient geen extra publieke straf, alleen omdat hij mijn zoon is.”