„Groenonderhoud kostbaar voor eigenaren buitenplaatsen Utrechtse Heuvelrug”

Kasteel Amerongen. Het onderhoud aan gebouwen is vaak wel terug te verdienen. Voor het opknappen van het groen op landgoederen is dat veel moeilijker. beeld hollandfoto.net
5

Het groenonderhoud van historische buitenplaatsen kost zo veel geld dat het nauwelijks kan worden terugverdiend. Dat zegt Anne van Rooij-van Wijngaarden, die vrijdag een boek presenteerde over buitenplaatsen op de Utrechtse Heuvelrug.

Maar liefst 44 historische buitenplaatsen en landgoederen zijn er in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De statige huizen met hun oranjerieën, koetshuizen en uitgebreide parken en tuinen worden belicht in het boek ”Buitenplaatsen op de Utrechtse Heuvelrug”. Ze bepalen het karakter van dorpen zoals Driebergen, Doorn, Leersum en Amerongen.

Wethouder G. Boonzaaijer (SGP) is er maar wat trots op: zijn gemeente heeft in Nederland het grootste oppervlak aan van rijkswege beschermde historische buitenplaatsen. Bijna 868 hectare, zo becijferde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. „Ook toekomstige generaties moeten kunnen blijven genieten van de fraaie buitens”, aldus Boonzaaijer. „De buitenplaatsen zorgen voor een aantrekkelijke woonomgeving: natuur, cultuur en heel veel monumenten. Veel tuinen en parken zijn opengesteld; ze zijn geliefd bij wandelaars en recreanten.”

Vanaf de zeventiende eeuw raakte de Utrechtse Heuvelrug erg in trek bij rijke stedelingen die wilden ontsnappen aan de drukte en viezigheid van de stad. In de groene en glooiende omgeving van de Heuvelrug bouwden ze imposante buitenverblijven en legden ze romantische landschapstuinen aan. Zo ontstond de Stichtse Lustwarande, een strook van buitenplaatsen tussen De Bilt en Rhenen.

Christelijke bestemming

Bijzondere buitens zijn Sparrendaal in Driebergen-Rijsenburg, met een voornaam achttiende-eeuws huis, en Broekhuizen in Leersum, met een groots park in Engelse landschapsstijl. In christelijke kring zijn of waren onder andere Hydepark (Protestantse Kerk in Nederland), Lindenhorst (Youth for Christ) en De Horst (Kerk en Wereld) bekend. Onder de buitenplaatsen zijn ook eeuwenoude kastelen, zoals Huis Doorn en Kasteel Amerongen.

„Het is in deze tijd niet eenvoudig om buitenplaatsen, met hun kostbare gebouwen en veel onderhoud vergende tuinen en parken, in stand te houden”, schrijft wethouder Boonzaaijer in zijn woord vooraf in het boek van Anne van Rooij-van Wijngaarden. Van Rooij, in het dagelijks leven adviseur monumenten en cultuurhistorie bij de gemeente Utrechtse Heuvelrug, beaamt dat. De exploitatie knelt volgens haar vooral op het onderdeel groen. „Onderhoud van de groene elementen van een landgoed of buitenplaats, met name de instandhouding van een historische tuin- en parkaanleg met rechte lanen, bosvakken en speciale bloemperken, is kostbaar. Het gaat vaak om grote bedragen voor grote oppervlakten, die nauwelijks op een goede manier kunnen worden terugverdiend.”

Erfpacht

Bebouwing is veel beter te exploiteren. Van Rooij: „Afhankelijk van de aard en de locatie van een gebouw kan er een bepaalde functie in worden ondergebracht. Dit levert eigenaren inkomsten op uit bijvoorbeeld verhuur of erfpacht. Gebouwen staan er doorgaans dan ook beter bij dan het groen. Een historische groene aanleg gaat zonder tijdig onderhoud of herstel snel achteruit.”

Leegstand van gebouwen dient instandhouding niet, aldus Van Rooij. „De aanwezigheid van een gebruiker is een impuls om een buitenplaats goed te verzorgen. Daarom is de gemeente er blij mee dat er in Broekhuizen, dat een aantal jaren leegstond, nu een hotel-restaurant is geves- tigd.” Boonzaaijer: „Door deze nieuwe bestemming blijft het landgoed toegankelijk voor wandelaars. Dankzij het onderhoud kunnen de gebouwen weer jaren mee.”

Onderhoud

Om eigenaren een steun in de rug te bieden, heeft de gemeente het onder meer gemakkelijker gemaakt dat er op de buitenplaatsen nieuwe functies worden gerealiseerd, zodat die extra inkomsten kunnen opleveren voor onderhoud en herstel van de historische gebouwen: een theeschenkerij in een voormalige portierswoning bijvoorbeeld, of een bouwkavel voor twee of drie woningen.

Boonzaaijer: „Uiteraard moeten plannen geen afbreuk doen aan de uitstraling van de buitenplaats en eerbiedigen we natuurrichtlijnen, maar met zulke oplossingen kan duurzaam jaarlijks onderhoud gefinancierd worden. Vroeger werd onderhoud nogal eens bekostigd met de verkoop van weer een hectare grond. Duurzaam was dat bepaald niet. Bestaande structuren gingen erdoor verloren. Wij zijn erg voor ongedeelde landgoederen.”

De inzet van vrijwilligers is volgens Van Rooij voor veel buitenplaatsen onmisbaar. „Zij zorgen ervoor dat er tijdig gesnoeid wordt en bewerken bijvoorbeeld moestuinen op Zuylestein en bij Kasteel Amerongen. Door vrijwilligers blijven tuinen en parken er mooi uitzien.”

Buitenplaatsen op de Utrechtse Heuvelrug, Anne van Rooij-van Wijngaarden; uitg. Matrijs, Utrecht, 2017; ISBN 978 90 5345 527 2; 144 blz.; € 19,95.