Grapperhaus: Kerken, gebruik je gezond verstand

Kerk en corona
Grapperhaus. beeld ANP, Bart Maat

Argwanend jegens de kerken en hun omgang met de coronacrisis is hij zeker niet. Maar voor de zekerheid geeft justitieminister Ferd Grapperhaus ze toch een aansporing: Gebruik nou je gezond verstand.

Zondag en woensdag overlegde Grapperhaus telefonisch met diverse kerkgenootschappen over de noodmaatregelen van het kabinet. Zoals: beleg geen samenkomsten meer met meer dan honderd mensen, ook niet voor een eredienst in een kerkgebouw.

Veel kerken hebben die boodschap gelukkig goed verstaan, denkt de bewindsman. Toch proefde hij op beide dagen dat bij een aantal van hen nog wat onzekerheid leeft. Met het oog op de komende zondagen wil hij maximale helderheid bieden over wat de overheid verwacht en dus regelden zijn woordvoerders vrijdagmiddag dit interview. Daarin duikt één zinnetje al in de eerste minuten bij herhaling op. Kerken, zegt Grapperhaus met nadruk, moeten Ruttes maatregelen „cumulatief” bezien.

Cumulatief, wat betekent dat?

Grapperhaus: „Ik hoop niet dat de kerken denken: mooi, honderd is de limiet. Wij hadden zondag 99 kerkgangers, dus we deden het goed. Dat is het niet, de minister-president zei meer. Ik noem wat: mensen moeten ook anderhalve meter afstand tot elkaar houden. Dus beschik je over een kleine kerkzaal met maar honderd plekken, dan is niet honderd, maar misschien zestig of dertig de grens. Dat is dan glashelder, want al de maatregelen moet je in hun onderlinge samenhang bezien. Mijn oproep is dus: Dominees, ambtsdragers, het gaat om het beschermen van kwetsbaren. Dus houd elkaar scherp en check vooraf: is dit wat het moet zijn?”

Wat zouden kerken onbedoeld over het hoofd kunnen zien?

„Ik kan daarin niet uitputtend zijn. Maar heel essentieel is bijvoorbeeld ook of er genoeg mogelijkheden zijn om extra de handen te wassen. Ook de ventilatie kan dermate te wensen overlaten dat je moet zeggen: honderd is gewoon te veel. De kern is: maak die lijst met aandachtspunten, loop hem langs. En laat het onderste vinkje of aandachtsstreepje zijn: hebben we ons gezonde verstand gebruikt?”

Overigens, zegt Grapperhaus, de oproep tot voorzichtigheid geldt breed, ook voor bijvoorbeeld de Bijbelkring. „Zit je daar op, ga dan facetimen met elkaar. Je wilt niet weten welke mogelijkheden telefoons daar tegenwoordig voor bieden. En het mooie is, ook eventuele kringleden die thuis in quarantaine zitten, kunnen dan mee blijven doen.”

Behoren kerken tot de instanties waar uw ministerie dezer dagen extra argwanend naar kijkt?

„Argwanend? Nee. Ik hoor genoeg mooie verhalen van kerkmensen die naar de woning van een alleenstaande oudere wandelen, voor het raam gaan staan en zwaaien. En een mandje paaseieren bij de deur zetten. Geweldig. Zo’n klein gebaar maken, is ook naastenliefde, is ook barmhartigheid. Het voorkomt dat je ouderen die het in deze dagen toch al zwaar hebben nog kwetsbaarder maakt in hun eenzaamheid.”

Even terug naar de zondagse dienst. Bedoelt u eigenlijk te zeggen: kerken, wees toch wijs en schakel 100 procent over op digitaal?

Grapperhaus denkt even na. Dan: „Zo ver hoeven ze nog niet te gaan. Kijk, als een derde van hun leden oud of broos is, ja, dan kan ik me voorstellen dat ze tegen iedereen zeggen: We zetten het alleen op beeldscherm. Dan bekijken we het allemaal gelijkelijk vanuit huis. En hoeven we niet alleen tegen die kwetsbaren te zeggen: Je mag niet komen. Want dan maak je ze nog eenzamer. Maar én én, dus live voor een kleine groep en voor de thuisblijvers een camera, kan ook.”

Ga er nu eens even van uit dat de voorgangers die de knoop moeten doorhakken, net als ik, vrij Bijbelvast zijn, zegt Grapperhaus. „Nou, dan weten we met elkaar dat er in het Boek voldoende teksten staan over het gezonde verstand en hoe dat te gebruiken. Het inzetten van ons eigen denkvermogen is iets wat ons van Boven beslist wordt toegelaten. Daar ben ik van overtuigd. Dus als kerken alle grenzen goed in acht nemen en daar op een heel voorzichtige manier mee omgaan, dan kunnen ze zeggen: We gaan de omvang zeer beperken, maar we organiseren nog wel een dienst.”