Gevangenis wordt azc: tralies eruit, asielzoekers erin

Achtergrond
Bestuursvoorzitter Goet van het COA (l). Foto COA COA
2

Vakantieparken, gevangenissen en kazernes. Door de sterke toestroom van vluchtelingen worden aan de lopende band leegstaande voorzieningen omgebouwd tot asielzoekerscentra (acz). „Als we komen, hangt er een spandoek: ”Blijf weg!”, maar als we vertrekken, klinkt het vaak: „Ga níét weg!””

Alarmerend. Zo noemde staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) afgelopen maand de plotseling sterk gestegen instroom van asielzoekers. Kwamen er het eerste kwartaal van dit jaar zo’n duizend per maand ons land binnen, begin mei stond de teller op duizend per week. Onder hen bevinden zich grote aantallen uit Syrië en Eritrea. Bij de laatsten lijkt er sprake te zijn van georganiseerde mensensmokkel.

De enorme piek plaatst het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) voor een flinke uitdaging, zegt bestuursvoor­zitter Jan-Kees Goet op het hoofdkantoor in Rijswijk (ZH). Zijn organisatie biedt momenteel aan 18.600 mensen opvang. „We hebben vaker te maken gehad met een grote instroom. Maar de stijging die vanaf april inzette, is uniek. Zo’n sterke groei in een paar weken tijd hielden we bijna niet voor mogelijk. Doorgaans gaat het geleidelijker.”

Het COA hanteert standaard een buffer van 1200 bedden om een onverwachte toename te kunnen opvangen. „Gemiddeld verlaten 250 tot 300 mensen per week de opvang. Bij de recente instroom van 1000 hadden we wekelijks dus 700 tot 750 extra plaatsen nodig. We waren heel snel door onze buffer heen. Vervolgens werden onder meer recreatieruimtes en leslokalen in azc’s omgebouwd tot slaapzalen om mensen voor korte tijd op te vangen.”

Wonen en slapen

De zoektocht naar nieuwe locaties werd intussen in de hoogste versnelling voort­gezet. Daarbij waren onder meer voormalige kazernes en gevangenissen in beeld. „Gebouwen die eerder al werden gebruikt voor wonen en slapen, zijn vrij snel geschikt te maken voor opvang van asielzoekers.”

Zodra een locatie bruikbaar lijkt, overlegt het COA met de gemeente en andere betrokken partijen, zoals naburige scholen en instellingen voor gezondheidszorg, over de mogelijkheden. Volgens Goet zijn gemeenten doorgaans welwillend, mede vanuit het oogpunt van werkgelegenheid. In Doetinchem, Overloon en Overberg gaan binnen enkele weken azc’s open. Breda gaf woensdag groen licht voor de opvang van 400 asielzoekers in bijgebouwen van de voor­malige penitentiaire inrichting De Boschpoort in het centrum van de stad, later dit jaar.

Ooit de angst gehad dat het niet zou lukken om op tijd voldoende opvangplekken te hebben?

„Nee, maar het was de afgelopen tijd heel spannend. Soms was echt het laatste bed bezet. In 2009, toen er ook een hoge instroom was, zijn er op drie plaatsen grote paviljoens geplaatst, vaak tentenkampen genoemd. Daarin konden mensen na aankomst in ons land kort verblijven, voordat ze hun asielprocedure startten. Als de recente instroom van duizend asielzoekers per week langer had aangehouden, was die optie weer in beeld gekomen. De laatste weken zakte het aantal echter terug naar 500, wat overigens nog steeds hoog is en betekent dat er per maand 2 nieuwe azc’s nodig zijn. De zoektocht naar locaties gaat daarom onverminderd voort.”

In onder meer Budel, Overberg en Breda leidde de komst van een azc tot heftige reacties. Hoe verklaart u de grote weerstand bij de bevolking?

„Eerlijk gezegd vind ik die weerstand meevallen. Wel hebben mensen veel vragen, zoals: Wat doen asielzoekers de hele dag? Krijgen we geen last van hen? Dat begrijp ik. Al die vragen nemen we serieus. Voor de opening van elke locatie is er een bijeenkomst waarbij de gemeente en het COA aanwezig zijn. Dan belichten we de achtergronden en kan iedereen z’n vragen kwijt. Daar investeren we in. Zo waren we in Budel met twintig COA-medewerkers aanwezig.

Natuurlijk is er altijd een groep die nooit vrienden met ons zal worden, maar meestal sluiten we zo’n informatieavond in een goede sfeer af. Vrijwilligers melden zich bij ons. Anderen bieden kleding of fietsen aan. We maken altijd afspraken over een structureel vervolgoverleg met onder anderen de omwonenden waarin alle vragen en problemen die genoemd zijn, terugkomen.”

Het COA vraagt buurtbewoners nadrukkelijk signalen over zaken die misgaan door te geven. „Dan kunnen we die oppakken. Nieuwe bewoners van een azc weten niet altijd hoe ze zich in Nederland moeten gedragen. Sommigen beseffen niet dat bloemen plukken in de natuur iets anders is dan wanneer ze achter een hekje staan, in een tuin dus. Dat leggen we dan uit. En als we horen dat er asielzoekers langs de A2 lopen, maken we duidelijk dat de snelweg geen wandelpad is.”

Kookwedstrijd

De ervaring leert, zegt Goet, dat bezwaren van de buurt na verloop van tijd meestal verdwijnen. „In Onnen werd vorige maand een azc geopend op een voormalig vakantie­park. Vooraf werden er veel kritische vragen gesteld. Toen het azc eenmaal klaar was, zeiden de kerken: We gaan iets organiseren voor de asielzoekers die hier komen, om hun het gevoel te geven dat ze welkom zijn.”

De directeur noemt ook een initiatief van studenten op het azc in Sint Annaparochie. „Zij organiseerden een internationale kookwedstrijd. De gerechten van mensen uit onder meer Afghanistan, Iran en Armenië werden beoordeeld door een jury van buitenaf. Daarna gingen mensen uit allerlei landen samen eten. Dat zijn mooie initiatieven.”

Goet merkt op dat de sfeer bij de opening van een azc vaak heel anders is dan bij een sluiting. „Als er ergens een nieuw azc komt, hangen er spandoeken: ”Blijf wég!” Vertrekken we een paar jaar later, dan klinkt vaak het omgekeerde: „Ga níét weg!” Dan blijkt dat onder meer scholen blij zijn met de leerlingen uit het azc, en lokale winkeliers met onze bewoners die inkopen bij hen doen.”

Op diverse plaatsen zijn kerken actief rond azc’s. Hoe kijkt u daartegen aan?

„Het COA is een neutrale instelling, maar ook organisaties met een specifieke identiteit zijn welkom om activiteiten te organiseren. In Drachten is bijvoorbeeld een grote baptistengemeente, van ds. Bottenbley. Die heeft veel vrijwilligers die zich voor asielzoekers inzetten. We zorgen dat we goed contact met zo’n kerk hebben en maken heldere afspraken over de huisregels op het azc. Belangrijk uitgangspunt voor ons is dat het voor bewoners leefbaar en veilig blijft.”

Vroegere penitentiaire inrichtingen worden verbouwd tot azc’s. Wat is ervoor nodig om van een gevangenis een opvangplek voor asielzoekers te maken?

„Mijn insteek is: kijk niet naar het verleden van het gebouw, maar naar wat je ervan kunt maken. Bij een gevangenis worden de hekken en tralies als eerste verwijderd. Een asielzoeker komt niet achter een celdeur met een luikje. Jeugdgevangenissen, zoals in Overberg en Doetinchem, hebben vaak al een opener karakter met paviljoens, veel groen, leslokalen en werkplaatsen. Die ogen anders dan een klassiek cellen­gebouw.”

Bouwend Nederland

„Voor al onze locaties geldt een standaardprogramma van eisen. Dat heeft te maken met onder meer de noodzakelijke oppervlakte, sanitaire voorzieningen en brandveiligheid. Vaak zie je dat een deel van een kazerne bijvoorbeeld al in gebruik wordt genomen, terwijl er verderop op het terrein nog volop wordt getimmerd en verbouwd.” Glim­lachend: „Als ik op nieuwe locaties rondloop en zie wat voor bedrijven daar allemaal bezig zijn, denk ik: We geven een behoorlijke impuls aan bouwend Nederland.”

U werft personeel onder voormalige werkers in justitiële inrichtingen. Vergt het werk in de opvang van asielzoekers geen andere kwaliteiten dan het beroep van gevangenbewaarder?

„Als een penitentiaire inrichting sluit, zitten er mensen in de omgeving zonder werk. Als daar een azc komt, kijken we onder meer naar die groep. Vanuit hun vorige baan beschikken ze over mensen­kennis, weten ze wat nodig is om een locatie leefbaar en veilig te houden en mensen te stimuleren aan hun toekomst te werken, want ook dat gebeurt in een gevangenis.

Ieder nieuw personeelslid volgt bij ons een introductietraining. Op elke startende locatie gaat een ervaren manager van het COA aan de slag. Ongeveer de helft van het personeel dat daar komt, is ook ervaren. Die groep wordt aangevuld met nieuwe mensen. Zij worden meegenomen in het team en leren, na de eerste training, gaande­weg hoe we werken.”

Wat is het lastigste in de hectiek van dit moment?

„We groeien nu enorm snel, maar houden er rekening mee dat er ook weer een krimp kan komen. Dat vraagt continu veel flexibiliteit van ons personeel, dat de afgelopen periode een enorme extra inzet heeft getoond, maar ook van gemeenten en scholen waarmee we samenwerken. Zij willen graag weten voor welke periode er een azc in hun omgeving komt. Op dit moment zeggen we: Voor een jaar, met de optie het met een jaar te verlengen. We houden de stroom asielzoekers vanuit onder meer Noord-Afrika nauwlettend in de gaten. Als COA moeten we altijd klaar zijn voor groei én krimp. Zo gaat dat nu eenmaal met vluchtelingen­stromen.”


Kleurrijk straatbeeld in Overloon

De voormalige jeugdgevangenis Maas­hegge in het Brabantse Overloon (gemeente Boxmeer) is de afgelopen weken verbouwd tot een asielzoekerscentrum dat plaats moet bieden aan 600 tot 800 personen. Maandag worden de eerste bewoners verwacht, zegt burgemeester K. W. Th. van Soest. „Ze zijn hier welkom.”

Van Soest had de achterliggende tijd geregeld contact met de Rijksgebouwendienst over een mogelijke herbestemming van de panden, die sinds twee jaar leegstaan. In een eerder stadium was daarbij ook het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in beeld. „In april zei het COA nog dat het geen belangstelling had. Op 2 mei kreeg ik ineens bericht dat het, vanwege de enorme stroom asielzoekers uit Syrië en Eritrea die naar ons land kwam, toch van deze locatie gebruik wilde maken.”

De burgemeester van VVD-huize legde het verzoek „vanuit humanitaire over­wegingen” met een positieve insteek aan het college voor. Dat ging snel akkoord. „Nederland heeft de taak asielzoekers op te vangen. Als gemeente moet je helpen dat mogelijk te maken. En de gebouwen stonden toch leeg.”

Een gezamenlijke informatiebijeenkomst van het COA en de gemeente trok zo’n 
300 bezoekers. „De reacties waren over­wegend positief. Sommige mensen hoopten in het azc een baan te kunnen krijgen.”

Dat er geen weerstand was, verklaart Van Soest mede uit eerdere ervaringen. „De kern Stevensbeek, die 700 mensen telt en dicht bij het azc Overloon ligt, heeft in een ver verleden al eens een azc gehad. In het begin gaf dat veel commotie, maar toen het uiteindelijk dichtging, werd dat met teleurstelling begroet.”

De komst van het azc zal de nodige impact hebben op het 3600 inwoners tellende Overloon, verwacht Van Soest. „Mensen vluchten niets voor niets. Ik zie het zelf als een christelijke plicht hen te helpen. Hopelijk kunnen ze weer gelukkig worden, hier of op termijn in hun eigen land. Want misschien zullen er ook asielzoekers terug moeten naar de plek waar ze vandaan komen. De komende jaren wordt ons straatbeeld in ieder geval wat kleurrijker.”


Vluchteling in de ogen kijken

De uitbreiding van het aantal asielzoekerscentra biedt „nieuwe mogelijkheden om gastvrij te zijn voor vluchtelingen.” Dat zegt directeur Jan Pieter Mostert van stichting Gave. Deze organisatie benadert kerken in de om­geving waar een azc komt om „invulling te geven aan de Bijbelse opdracht naar vreemdelingen om te zien.”

De komst van een azc roept meer dan eens protest op. Ook onder christenen komt Mostert soms „huiver en kritiek” tegen als er een opvanglocatie bij hen om de hoek komt. „Tegelijk merk ik dat ze vaak heel snel een beweging maken van een negatieve naar een positieve houding. Dat heeft wellicht te maken met gehoorzaamheid aan wat Jezus van ons vraagt. Dit wordt vaak nog eens versterkt als mensen eenmaal een vluchteling in de ogen hebben gekeken.”

Als er ergens een nieuw azc komt, benadert Gave kerken in de omgeving. „We proberen een voorlichtingsavond te geven, zo mogelijk gevolgd door een cursus van vier bijeenkomsten. Het kan namelijk best lastig zijn te maken te krijgen met andere culturen en godsdiensten, maar ook met trauma’s van asielzoekers. Na de cursus blijven we als vraagbaak beschikbaar en werven we zo mogelijk ter plekke een medewerker.”

In Overberg, waar binnenkort een azc komt, is recent een voorlichtingsbijeenkomst geweest en wordt een cursus gepland. Ook rond andere nieuwe azc’s hoopt Gave die de komende tijd te kunnen aanbieden. „In vier maanden tijd gaan er elf centra open. Dat hebben we niet eerder meegemaakt. Om de problematiek van de vele asiel­zoekers aan God voor te leggen, houden we op 21 juni in de Joriskerk in Amersfoort een gebedssamenkomst. Die avond geven ook enkele vluchtelingen een getuigenis.”

Volgens Mostert heeft Gave voldoende mogelijkheden om op de toename van het aantal azc’s in te spelen. „Juist de afgelopen twee jaar, toen het aantal asielzoekers terugliep, maakten we als organisatie een onstuimige groei door. We kregen een nieuw pand als het ware in de schoot geworpen en het aantal medewerkers verdubbelde bijna, tot 46. Misschien zijn we wel een beetje klaargemaakt voor het nu groeiende aantal asielzoekers.”