Geen boodschap aan boeren

De man die wordt verdacht van de moord op Pim Fortuyn kwam enkele maanden voor de dood van de Nunspeetse milieuambtenaar Chris van de Werken met hem in botsing. Volkert van der G. wilde een ammoniakreductieplan voor de Noordwest-Veluwe blokkeren, maar Van de Werken wist het plan toch door te zetten.

Op zondagmiddag 22 december 1996 werd het lichaam van de 43-jarige Van de Werken door wandelaars in de bossen bij Nunspeet gevonden. Met twee schoten in de rug was hij gedood. Een dader is nooit gevonden. Van de Werken was destijds als milieucoördinator in dienst van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe (ISV).

Justitie liet vorige week weten een mogelijk verband tussen de moordaanslag op Fortuyn en de liquidatie van Van de Werken serieus te zullen onderzoeken.

Het ammoniakreductieplan (arp) was een initiatief van het ISV. Dit plan moest beantwoorden aan de wens van de landelijke overheid de uitstoot van ammoniak sterk te verminderen. Tegelijkertijd bood het veehouders de mogelijkheid hun veestapel uit te breiden als ze hun bedrijf zouden verplaatsen van de bossen naar het Randmerengebied.

Hoe meer een individueel boerenbedrijf aan ammoniakneerslag reduceerde, hoe hoger het percentage waarmee een veehouder zijn veestapel mocht uitbreiden. ISV-milieucoördinator Van de Werken deed er alles aan om enerzijds de veehouders tegemoet te komen en anderzijds rekening te houden met de wensen van milieugroepen zoals Vereniging Milieu-Offensief (VMO).

Milieuambtenaar H. J. de Vos van de gemeente Nunspeet bevestigt dat Volkert van der G. als woordvoerder van VMO meer reductie van ammoniak wenste dan het ISV in de persoon van Van de Werken. „Volkert gaf aan dat hij pas akkoord zou gaan met de plannen als alle wensen van VMO vervuld zouden zijn. Het interesseerde hem en zijn groepsgenoten niet of een boer failliet ging. Opgeruimd stond netjes, zo was hun devies.”

J. van de Horst uit Hierden nam als vertegenwoordiger van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) ook deel aan het overleg. „Het ging er in de klankbordgroep soms fel aan toe”, weet Van de Horst te vertellen. „Volkert was altijd aanwezig en ging vasthoudend door totdat hij bereikte wat hij wilde. Hij zag met zijn vereniging het liefst dat alle veehouders uit het gebied zouden vertrekken. Dat was zijn doelstelling.”

Toen het arp uiteindelijk door de partijen ondertekend moest worden, stapte VMO uit het overleg. „Dat was voor ons een enorme klap. Van begin af aan leek Volkert met zijn groepering op een compromis aan te werken. Toen puntje bij paaltje kwam, stapte hij eruit. Hij had een strategie van meewerken om vervolgens aan het einde van de rit harde eisen te stellen.”

Van de Horst vindt het niet vreemd dat justitie het verband onderzoekt tussen de moorden op Van de Werken en op Fortuyn. „Van de Werken was een rustige, integere man die eropuit was enerzijds de boeren tegemoet te komen en anderzijds de milieubewegingen gerust te stellen. Ik kan me niet voorstellen dat hij iemand is die snel ruzie maakt. Volkert daarentegen kwam bij mij over als een koel en berekenend persoon die doorging tot het uiterste om zijn doelen te bereiken. Bovendien destilleer ik uit de kranten verschillende verbanden die toch treffend zijn voor de twee moordzaken.”

Veehouder P. Olofsen uit Hierden vindt dat de overheid de afgelopen vijftien jaar zo veel wetten en regeltjes heeft gemaakt dat het nauwelijks meer mogelijk is om een milieuvergunning te maken die exact klopt. Daarmee speelt de overheid volgens hem een groep als Milieu-Offensief in de kaart. „Jongens als Volkert van der G. zijn uiterst geraffineerd en weten heel goed waar ze het over hebben.”

Eenmaal ontmoette Olofsen Van der G. Hij vroeg hem toen of Volkert wel besefte dat hij met zijn acties vele boerengezinnen tot totale wanhoop dreef. „Daar heb ik geen enkele boodschap aan”, antwoordde Volkert.

Van de Werken was volgens voorzitter J. Platte van Bedrijfsvrijheid in de Landbouw (BVL) een milieuambtenaar met wie je compromissen kon sluiten. „Van de Werken dacht aan de boeren en aan het milieu en wilde daar evenwicht in aanbrengen. Volkert van der G. was echter volstrekt tegen enige vorm van tegemoetkoming aan de boeren. In zijn houding was hij tegendraads. Uit onvrede over zijn gedrag heb ik hem al tijdens de tweede vergadering van de klankbordgroep geen hand meer gegeven.”

Platte weet zich niet te herinneren of Van de Werken een ernstig conflict had met Van der G. „Het OM zocht de aanleiding van de moord op Van de Werken destijds meer in een mogelijke ruzie tussen veehouders en Van de Werken. Het is best mogelijk dat Volkert gefrustreerd raakte door de meer gematigde houding die Van de Werken tegenover de boeren innam. Dat moet onderzoek van justitie maar uitwijzen. Voor mevrouw Van de Werken en haar twee kinderen is het in ieder geval heel belangrijk voor de verwerking als ze weten wie de dader was van de laffe moord op hun man en vader.”