Gedragsdeskundige: Opvolgen regels moet mensen makkelijker gemaakt worden

Nederland
Gedragsdeskundige en epidemioloog Esther Metting van de Rijksuniversiteit Groningen. beeld RD

Vier weken gaat het land in een gedeeltelijke lockdown. De afgelopen maanden nam het draagvlak voor het coronabeleid in de samenleving af. Wat gaat ervoor zorgen dat mensen zich nu wel aan de regels houden?

„Het is aan u”, zei premier Mark Rutte dinsdag tijdens de persconferentie. Het kabinet neemt de maatregelen, maar voor het slagen daarvan moeten burgers zich wel aan de regels houden. De bereidheid daartoe leek de afgelopen maanden af te nemen.

Toch ziet gedragsdeskundige en epidemioloog Esther Metting het nu positief in. „De kans dat mensen zich aan de maatregelen houden, is groot”, aldus Metting, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens haar heeft dat alles te maken met de oplopende besmettingen. „Nu mensen de urgentie voelen, zijn ze geneigd de maatregelen beter na te leven. Niemand zit erop te wachten dat een naaste of hij zelf corona krijgt.”

Ontbreekt dat urgentiebesef, dan vallen mensen terug in hun oude gedrag en gewoontes. Dat verklaart volgens Metting de verslapping van de afgelopen zomermaanden. „Ingesleten gewoontes verander je niet zomaar. Veel je handen wassen en 1,5 meter afstand houden is onnatuurlijk. Dus is het niet gek dat we de teugels lieten vieren in de zomer.”

Mondkapjesplicht

Om Nederlanders nu datzelfde urgentiebesef als in maart te geven, is duidelijkheid belangrijk. Metting is daarom blij dat er een mondkapjesplicht komt. Het helpt daarnaast als de juiste informatie over het virus wordt verspreid. Het besef dat corona niet alleen een kleine groep aantast, is volgens Metting nog onvoldoende doorgedrongen. „Ook mensen die een milde besmetting oplopen, kunnen soms nog lang klachten hebben.”

Nederland is ten opzichte van andere landen koploper in het aantal besmettingen. Kost het Nederlanders meer moeite de regels na te volgen? De gedragsdeskundige denkt niet dat de oorzaak in een bepaalde volksaard ligt. Een logischer verklaring vormt volgens haar het testbeleid. „Daarin zijn tussen de landen duidelijke verschillen. In Duitsland kunnen mensen ook getest worden als ze geen symptomen hebben. Nederland kan het testen van personen met klachten al niet aan.”

De ontoereikende testcapaciteit heeft zijn weerslag op het gedrag, zegt Metting. Doordat het lang duurt voor er een testlocatie beschikbaar is en de uitslag vaak pas na dagen komt, wordt het mensen te moeilijk gemaakt. „Dat kan ertoe leiden dat ze zich minder goed aan de maatregelen houden.”

Het opvolgen van de regels moet de weg van de minste weerstand worden, betoogt ze. „Vergelijk het met een trap. Wil je mensen stimuleren om die te nemen in plaats van de lift, dan zet je de lift achterin de hal. De trap kleed je mooi aan. Hetzelfde geldt voor het testen. Dat moet laagdrempelig kunnen, met een uitslag binnen 24 uur. Je moet het mensen makkelijk maken.”