Gebruik dubbele achternamen is oud gebruik

Evert du Marchie Van Voorthuysen (l.), hier als student, noemde zichzelf Van Voorthuysen. beeld Tekstservice Vermeulen Meteren

„Du Marchie”, zeiden de mensen, maar zelf noemde de oud gereformeerde predikant zich Van Voorthuysen. Dubbele achternamen zijn niet nieuw. Feitelijk stelt de Tweede Kamer voor het gebruik in ere te herstellen.

Hendrikus van Voorthuysen trouwde met Margaretha du Marchie Sarvaas. Hun kind –de grootvader van de predikant– werd Evert du Marchie van Voorthuysen genoemd. Zonder Sarvaas. Evert trouwde met Adolphine Julie Wttewaall van Stoetwegen. Hun kinderen kregen niet de familienaam van hun moeder. Een constructie als Henrick Evert Jules Ferdinand Wttewaall van Stoetwegen du Marchie van Voorthuysen zou voor ademnood hebben gezorgd.

Het gebeurde vaker dat moeders familienaam als eerste of tweede achternaam werd gehanteerd. Als eerbetoon, of om moeders familienaam voor uitsterven te behoeden, of misschien uit trots. Lambertus Corstius en Immetje Catharina Brandt kregen in 1833 een zoon, Melchior. Die wilde ook de familienaam van zijn moeder dragen. Op 22 februari 1877 werd bij Koninklijk Besluit vastgelegd dat „hij zich met zijne wettige nakomelingen voortaan zal mogen noemen en teekenen Brandt Corstius.”

Ene Morilyon voegde daar de achternaam Loijsen aan toe. In 1830 kwam er nóg een naam bij. De zoon van ds. P. Morilyon Loijsen heette dan ook ds. J. E. Steenbakker Morilyon Loijsen.

Het was niet altijd moeders achternaam die werd toegevoegd. Nakomelingen van Michiel de Ruyter besloten in 1813 de naam van hun beroemde voorvader te conserveren. Sindsdien heet hun familie De Ruyter de Wildt.

Ds. J. W. Kersten, predikant in de Gereformeerde Gemeenten, had geen dubbele achternaam. De achternaam van zijn moeder, Wisse, had hij als tweede doopnaam meegekregen. Dat was wel gemakkelijk toen hij in een omgeving kwam waar men het niet zo op zijn vader had. Hij stelde zich daar voor als Jan Wisse, en dat was naar waarheid gesproken.

Het CBG Centrum voor familiegeschiedenis in Den Haag heeft geen cijfers paraat over het aantal niet-adellijke families met een dubbele naam. Tot die groep behoren overigens ook veel Spanjaarden en Iraniërs die zich vrij recent in Nederland hebben gevestigd. Wat nu in Nederland wordt voorgesteld, is in het buitenland soms de norm: alle Latijns-Amerikanen hebben de familienaam van hun moeder als tweede achternaam.