Gebedsoproep vraagt uiterste van tolerantie

In de moskee klinkt de oproep al vijfmaal per dag. Een oproep buiten is omstreden. beeld Dick Vos Dick Vos
2

OLDENZAAL (ND). Gebedsoproepen vanuit moskeeën wekken wrevel in de Nederlandse samenleving. De Fatihmoskee in Oldenzaal begint onder kritiek met een proef. De reactie legt volgens promovendus Pooyan Tamimi Arab bloot dat veel Nederlanders niet tolerant zijn, maar dat tolerantie wordt afgedwongen door wetten en bestuurders.

Vrijdag over een week zal om één uur ’s middags in Oldenzaal voor het eerst de ”azan”, de oproep tot gebed, klinken vanaf het dak van de Fatihmoskee. De buurt wacht gespannen af. Niemand weet hoe zinnen als ”Allahoe akbar” (”Allah is de grootste”) tweeënhalve minuut lang zullen klinken. Hoe ver reikt het geluid van maximaal 70 decibel? De buurtbewoners zijn er niet gerust op. „Er wonen helemaal geen moslims in deze wijk”, zegt Jan Aarninkhof. „Zij dringen de islam op aan direct omwonenden, maar wij willen dat gejank helemaal niet horen.” De tegenstanders weigerden vorige week een door de burgemeester voorgesteld herenakkoord te tekenen dat de oproep niet vaker dan eens per week te horen zal zijn. De Fatihmoskee gaat nu drie maanden proefdraaien, waarna een evaluatie volgt.

De situatie in de Twentse stad is tekenend voor de moeizame wijze waarop de azan wordt ingevoerd door Nederlandse moskeeën. Antropoloog en filosoof Pooyan Tamimi Arab promoveert woensdag op onderzoek naar wat de invoering van de azan zegt over tolerantie in Nederland. Arab is geboren in een seculier gezin in Iran en op jonge leeftijd verhuisd naar Nederland. „De azan is een voor Nederlanders vreemd geluid. Je kunt het alleen in juridische termen gelijkstellen aan het luiden van een kerkklok. Dat een moskee met ‘vreemde’ architectuur in de wijk wordt gebouwd, is vaak nog acceptabel. Maar geluid dat tot in de woonkamer komt, is indringend. Hier stuit je echt op de grenzen van tolerantie.”

De gebedsoproep is al zo’n dertig jaar te horen in Nederland. Tiel, Leiden en Den Haag waren in 1986 de eerste steden waar moskeeën werd toegestaan de gebedsoproep met luidsprekers in de buurt te laten horen. De gemeenten liepen daarmee vooruit op de nieuwe Grondwet van 1988. Daarin werden de laatste restricties tegen rooms-katholieken opgeheven, zoals het processieverbod. Besloten werd de rechten ook te laten gelden voor nieuwe religies in de samenleving, zoals de islam. Ook de oproep tot gebed, of die nu via het luiden van klokken of door de oproep van de muezzin klinkt, werd voor elke groepering toegestaan. Alleen GPV, RPF en SGP stemden tegen. Arab: „Moslims maken gebruik van rechten die door protestanten en katholieken zijn bevochten.”

Over de grens

Voor Aarninkhof en zijn straatgenoten Herman Blokhuis en Leo van de Woning is hun tolerantiegrens met de plannen van de moskee overschreden. De gepensioneerde Oldenzalers wonen in een straat met vooral vrijstaande woningen. Het is geen plek waar je om de hoek een moskee zou verwachten. De Fatihmoskee kreeg hier in de jaren tachtig echter een plek toegewezen in een oud, leegstaand gebouwtje. De moslimgemeenschap kocht de grond en toen er in 2005 plannen werden gemaakt voor nieuwbouw, werd er automatisch aan deze locatie gedacht.

De buurt streed destijds tot aan de Raad van State tegen de bouwplannen. Moskee, gemeente en buurt werden gesommeerd er onderling uit te komen. De moskee werd gebouwd, maar onder een aantal restricties, zoals het ontbreken van minaretten. De buren dachten daarmee ook een oproep tot gebed te vermijden, maar dit werd niet op papier vastgelegd. De mannen houden zich nu vast aan de belofte van Sedettin Mumcu, voorzitter van de moskeevereniging. „Overlast veroorzaken wij niet, en dat zal in de toekomst ook niet zo zijn”, tekende regionale krant Tubantia in 2005 uit zijn mond op.

Op wat overlast rond de verkoop van Turkse pizza’s aan leerlingen van de nabijgelegen school na heeft de moskee die belofte gehouden, oordelen de mannen. „Maar nu maken ze kapot wat ze in al die jaren hebben opgebouwd”, zegt Aarninkof. „Op het moment van overleg is alles prima, maar na een tijdje doen ze net of ze die belofte vergeten zijn”, vult Blokhuis aan. „Nu is het voorstel maximaal 70 decibel eens per week, maar hen kennende is het over een paar jaar harder en vaker te horen.”

Om die angst te beteugelen, stelde burgemeester Schouten (PvdA) juist voor om afspraken op papier vast te leggen waar alle partijen zich in kunnen vinden. Een deel van de buurt is hier ook voor. Maar omdat de tegenstanders dwarsliggen, is er een proefperiode afgesproken. Als de gemeente de moskee beperkingen wil opleggen, moeten die ook gelden voor de basiliek in de stad, gebouwd in het jaar 1000, stelt Schouten. „Als je die klokken als referentie neemt voor de moskee, dan ben je er niet met 70 decibel. De moskee heeft het grondwettelijk recht om op te roepen tot gebed. Zelfs vijf keer per dag. Als het bestuur zich de beperking oplegt dit eens per week te doen, mag je blij zijn.”

Stille reus

De opstelling van Schouten is typerend voor de houding van lokaal bestuurders die met dergelijke verzoeken te maken krijgen, signaleert promovendus Arab. „De staat en vooral de Grondwet is de stille reus op de achtergrond van deze discussies. Buurtbewoners worden van bovenaf gedisciplineerd zich bij de wens van de moskeeën neer te leggen.”

Arab concludeert dan ook dat tolerantie meer wordt afgedwongen dan dat die vanuit mensen zelf komt. „De wetten en instituties voor tolerantie zijn er wel en mensen houden zich daar ook aan. Er zijn geen massale demonstraties. Maar dat neemt niet weg dat moslims geleidelijk steeds meer aanspraak kunnen maken op hun rechten. Er is nog een grote weerstand tegen moslims in de samenleving.”

Volgens Arab heeft die opstelling ook te maken met onbekendheid bij de bevolking van de rechten en plichten ten opzichte van religieuze groeperingen. „De Grondwet opende nieuwe mogelijkheden voor moslims. Daar leren we nu met vallen en opstaan mee om te gaan.”

Arab schat dat inmiddels zo’n 10 procent van de 450 Nederlandse moskeeën de gebedsoproep in de wijk laat klinken. Dit percentage neemt de laatste jaren sterk toe, merkt hij. „Er worden meer nieuwe moskeeën gebouwd, waar vanaf het begin de azan klinkt. En moslimgemeenschappen emanciperen zich. Zij komen op voor hun rechten en horen ook van moskeeën in andere steden dat zij die rechten hebben.”

De grote vraag blijft: waarom willen moslims van de ene op andere dag openbaar oproepen tot gebed? „Het is altijd een hartenwens van de gemeenschap geweest”, zegt Murat Yildirim, voorzitter van de moskeevereniging in Oldenzaal. De oproep is niet verplicht, maar wordt in de hadith (overleveringen van Mohammed, red.) wel belangrijk genoemd. „Bidden hoort bij de moskee en bij het gebed hoort de azan”, stelt Yildirim. „Anders dan de eerste generatie beseffen wij dat we hier voorgoed blijven. Dus willen we de mogelijkheden benutten om ons geloof te beleven.”

Dat de moslims die het betreft niet in de wijk wonen, is volgens Yildirim geen reden om daarvan af te zien. De oproep is volgens hem niet bedoeld om ongelovige inwoners van Oldenzaal te bekeren. Hij wijst naar de picknicktafels die rond de moskee staan. In de moskee kom je eerst in een ruimte die op een soort kantine lijkt. „De moskee is niet alleen gebedshuis, maar ook ontmoetingsruimte. We bidden vijfmaal daags. De hele dag zijn hier mensen die voorafgaand aan het gebed even koffie komen drinken. Zij willen graag de gebedsoproep horen als het tijd is om te gaan bidden.”

In de moskee klinkt de azan al vijf keer per dag. Maar waarom zijn een paar kleine speakers op het terras niet voldoende? „Het gaat ons om het totaalplaatje. We willen de azan duidelijk laten horen, maar we houden ons aan de geluidsnormen.”

„Als ze die gebedsoproep willen laten klinken, laat ze dan een speaker in hun eigen wijk ophangen”, zegt Aarninkhof. Hij is teleurgesteld in de burgemeester. „Onderneem actie door actief beperkingen op te leggen, of praat hun het idee uit het hoofd.”

Christenen

Arab kan nog het meest begrip opbrengen voor critici die vanuit hun geloof kritiek hebben op de azan. „Ik begrijp dat mensen vanuit hun eigen innerlijke overtuiging vinden dat de azan niet in een christelijk landschap thuishoort.” Toch roept hij ook orthodoxe christenen op hun persoonlijke overtuiging niet boven de wet te stellen. „Je kunt blijven zeggen dat jouw religie de enige ware is, zonder dat je rechten van een ander ontkent. Bovendien zijn christenen uiteindelijk afhankelijk van dezelfde rechten als moslims om hun religie publiek te uiten.”

Echte tolerantie wordt volgens Tamimi Arab pas bereikt als mensen de azan niet eens meer opmerken, net als de kerkklok. Die situatie is nog ver weg, beseft de promovendus. „Ik stond pas bij de moskee in Den Haag tijdens de oproep tot gebed. „Nederland is Nederland niet meer”, verzuchtte een jonge voorbijganger. Hij wist niet dat die oproep daar al langer klinkt dan hij leeft.”