Geallieerden roofden regio Nijmegen en de Betuwe leeg

Betuwenaren die in het laatste oorlogsjaar waren geëvacueerd, troffen bij terugkeer hun huizen kapotgeschoten en leeggeplunderd aan. Geallieerde soldaten roofden alles wat van waarde was. Het Vrijheidsmuseum in Groesbeek wijdt aan de lang verzwegen gebeurtenissen een expositie en een boek. beeld Vidiphoto

„Het zijn onze bevrijders, onze helden, dat zijn het nog. Maar we laten nu ook de andere kant zien. De geallieerden hebben tijdens de laatste oorlogsmaanden de regio rond Nijmegen en de Betuwe leeggeplunderd.”

Aan het woord is directeur Wiel Lenders van het Vrijheidsmuseum in Groesbeek. Vrijdag start daar de expositie ”Bezet, bevrijd en geplunderd” en presenteert het museum een boek met dezelfde titel; het resultaat van twee jaar speurwerk door de amateurhistorici Paul Klinkenberg en Paul Thissen.

Jarenlang werd verzwegen dat het gebied rond Nijmegen compleet is leeggeroofd door Amerikaanse, Canadese en Engelse militairen. En wat ze vergaten mee te nemen, viel later ten prooi aan de Belgische brigade Piron, die deelnam aan veldtochten in de Betuwe. „Het is voor het eerst dat een Nederlands museum zo’n presentatie aandurft.”

Bewoners van grote delen rond Nijmegen en de Betuwe werden na de mislukte operatie Market Garden geëvacueerd. Niet alleen werd er maandenlang hevig gevochten, de Betuwe kreeg ook te maken met inundatie. De terugtrekkende Duitsers zetten het gebied onder water om de geallieerde opmars te vertragen. Toen de evacués na de oorlog terugkeerden, troffen ze hun huizen kapotgeschoten en leeggeroofd aan. De vrijheid werd letterlijk duur betaald.

Zolang er oorlogen bestaan, wordt er geplunderd, vertelt auteur Paul Klinkenberg. Maar waarom niet alleen bij de vijand, maar ook in bevrijd gebied? „Daar waren tal van redenen voor: verveling, groepsdruk, zelfverrijking en souvenirjacht. Ze plunderden allemaal, maar de Amerikanen waren het ergst. Losgelagen jongens, cowboys zeg maar, buiten het bereik van de sociale mores van thuis. Ook wel verklaarbaar als je beseft wat ze sinds Normandië hadden meegemaakt. Voor hen was het een vorm van ontlading.”

Metaaldetectors

„Veel burgers had voor hun vertrek kostbare bezittingen in de tuin begraven. Met metaaldetectors werden die opgespoord. Kluizen gekraakt, pakhuizen leeggeroofd, kostbare bezittingen gestolen.

De eerste dag dat Nijmegen was bevrijd beroofde een Amerikaanse militair de bank aan de Mariënburg. De procureur werd bedreigd en moest de kluis openen. Zo werd er 30.000 gulden buitgemaakt. Een vertegenwoordiger van het Nederlandse militaire gezag heeft dit later gerapporteerd, maar het effect was dat de rapporteur zelf –op verzoek van de Amerikanen– op non-actief werd gesteld.”

Het waren volgens Klinkenberg niet alleen de gewone soldaten die zich verrijkten. Ook officieren van hoog tot laag deden eraan mee, en de militaire politie zag het allemaal door de vingers. „Drank werd het meest geroofd. Dat was een soort eerste levensbehoefte. En verder alle soorten van kostbaarheden uit woonhuizen, banken, fabrieken, kloosters en kerken. Slechts een klein deel is teruggevonden of door spijtoptanten teruggestuurd. Enkele items zijn te zien in de expositie. De rest van de eigendommen zwerft over de hele wereld.”

De hervormde gemeente van Valburg-Homoet werd twee jaar geleden getipt dat bij een veilinghuis in Hilversum een zilveren avondmaalsbeker uit 1675 werd aangeboden die aan de inscriptie te zien uit de dorpskerk afkomstig was. Na enige speurwerk werd duidelijk dat de beker samen met nog enkele andere kostbaarheden is gestolen in de periode dat Amerikaanse en Engelse militairen in het dorp en omgeving hun bivak hadden. Direct na de oorlog heeft de kerkenraad hiervan aangifte gedaan. Het politierapport is teruggevonden in het archief van de kerk.

Een poging om de gestolen avondmaalsbeker terug te krijgen is tot nog toe zonder resultaat gebleven. De nieuwe eigenaar, die anoniem wenst te blijven, bood de hervormde gemeente via een advocaat wel aan om het historisch waardevolle bezit terug te kopen, „voor de aanschafwaarde.” Dat bleek voor de kleine gemeente financieel niet haalbaar.

Losse handjes

Wrang is volgens Klinkenberg dat de Duitse bezetters ten opzichte van bezittingen van burgers gedisciplineerder waren dan de bevrijders. „Plunderende Duitse soldaten werden zwaar gestraft. Amerikanen, Canadezen, Engelsen, Belgen en later Nederlandse vrijwilligers: allen hadden ze losse handjes en verrijkten ze zichzelf ten koste van de bevolking. Van de Duitse Wehrmacht had men nog het minst last.”