Frans de Koeijer was orgaandonor, past status aan

Frans de Koeijer. beeld Frans de Koeijer

Frans de Koeijer (26) was altijd uit volle overtuiging orgaandonor. Maar de nieuwe wet stuit hem zo tegen de borst dat hij zijn donorstatus heeft aangepast. Zijn familie mag nu beslissen. „Ik vertrouw hen meer dan de staat.”

Zijn motivatie om orgaandonor te zijn, is niet veranderd. Voor De Koeijer, communicatieadviseur en godsdienstdocent, is het beschikbaar stellen van zijn organen na zijn overlijden altijd voortgekomen vanuit zijn persoonlijke relatie met God. „Ik heb mijn lichaam van God gekregen, als ik met mijn organen van betekenis kan zijn voor een ander, dan doe ik dat graag. Ik vind het een mooie gedachte dat een jong iemand die in de kracht van zijn leven staat eventueel wat aan mijn organen heeft en dan nog 40 jaar kan leven.”

Familie

De Koeijer heeft er wel bewust voor gekozen om alleen inwendige organen als hart, lever, longen en nier beschikbaar te stellen, geen zaken die direct zichtbaar zijn. „Stel dat ik kom te overlijden, dan vind ik het een fijne gedachte dat mijn familie mij normaal kan zien.”

Toch besloot hij naar aanleiding van de nieuwe donorwet zijn ‘ja’ aan te passen naar ‘ik laat mijn familie kiezen’. De Koeijer heeft erg veel moeite met het besluit van de overheid dat vanaf 2020 iedere volwassene in principe orgaandonor is, tenzij de persoon zelf expliciet nee zegt.

Hij heeft het debat naar aanleiding van het wetsvoorstel van D66 met veel interesse gevolgd en de uitkomst verbaast hem. „Ik vind het nogal een verschil of ik deze keuze zelf maak of dat de staat voor mij beslist. Als de overheid gaat zeggen: we bepalen op voorhand jouw ja, dan nemen ze voor mijn gevoel een veel te grote plaats in binnen die keuze. Ik wil voor mijn gevoel de beslissing voor 100 procent zelf maken. Mijn lichaam is niet van de staat, maar van God. De overheid heeft er niets over te zeggen.”

Bij overlijden laat hij de keuze voor orgaandonatie nu aan zijn familie over. „Mijn directe familie weet precies hoe ik erin sta en dat ik op zich een voorstander van orgaandonatie ben. Om eerlijk te zijn, vertrouw ik hen veel meer dan de overheid.” De Koeijer begrijpt het besluit van de overheid niet. „Ik snap dat er een tekort aan donoren is, maar nu wordt veel te gemakkelijk omgegaan met zo’n groot onderwerp. Het feit dat het voorstel met zo’n nipte meerderheid –38 stemmen voor en 36 stemmen tegen– door de Eerste Kamer is gekomen, zegt al genoeg. Grondwettelijk is het natuurlijk zo dat een meerderheid voldoende is, maar bij zo’n belangrijk onderwerp als dit vind ik een meerderheid van twee stemmen te weinig.”

Omgekeerde wereld

Het argument dat mensen die geen keuze maken in de kwestie op deze manier toch worden overgehaald, vindt hij niet afdoende. „Dan wordt er wat te gemakkelijk omgegaan met de discussie. Het lichaam is niet zomaar iets. Ook voor mensen die niet geloven, is dit denk ik geen kwestie om zomaar even over te beslissen.”

Hij vraagt zich af of de nieuwe wet niet de tegenovergestelde werking heeft. In zijn omgeving zijn er al veel mensen die de houding van de overheid zo problematisch vinden dat ze hun donorstatus hebben aangepast. „Ik heb begrepen dat er nu een grote voorlichtingscampagne komt over het donorschap, om het besluit uit te leggen. Dat voelt niet goed. Eerst drukt de overheid de wetswijziging erdoor en dan gaan ze nog eens voorlichting geven. Dat klopt niet. Je moet mensen op dit thema kunnen motiveren, niet eerst de keuze voor ze gaan maken en dan nog eens gaan uitleggen waarom je het doet.”