Fikse opfrisbeurt voor ”Namen en feiten”

Schoolleider Adrian Romijn met enkele leerlingen die de herziene versie van de godsdienst methode Namen en feiten in handen hebben. beeld Eben-Haëzerschool

”Namen en feiten”, de methode waarmee generaties leerlingen opgroeiden, is in een nieuw jasje gestoken. „Het blijft belangrijk dat de kinderen zicht hebben op de grote lijn in de Bijbel.”

Oud goud, zo karakteriseert Adrian Romijn, schoolleider van de Eben-Haëzerschool in Oud-Beijerland, ”Namen en feiten”, de methode die de Bijbelkennis van basisschoolleerlingen wil vergroten. Om de decenniaoude boekjes begrijpelijk en toegankelijk te houden, voorzag zijn team die van een opfrisbeurt.

Zo’n update was nodig, zegt Romijn. „De uitstraling van ”Namen en feiten” paste niet meer bij deze tijd. Zo was de zinsbouw en het woordgebruik verouderd en oogde de methode ouderwets.” De beproefde lesjes dan maar aan de kant schuiven, vond het basisschoolteam niet wenselijk. „De leerlingen vergaren door ”Namen en feiten” op een gedegen manier Bijbelkennis”, zegt Romijn. „Dat wilden we graag zo houden.”

De opzet van de lessen bleef ongewijzigd: de leerlingen zoeken in de Bijbel de antwoorden op vijftien vragen en leren die uit het hoofd, aangevuld met bijvoorbeeld een Bijbeltekst, een gedeelte uit de Tien Geboden of de Apostolische Geloofsbelijdenis. De uitstraling is wel flink veranderd. Verouderde woorden zijn vervangen, niveau-aanduidingen toegevoegd, de lay-out is aangepast en bij elke les is een toepassingsvraag opgesteld. „Daarmee willen we de leerlingen stimuleren na te denken over de betekenis van de stof en de leerkracht helpen het gesprek daarover te voeren.”

De boekjes waren aanvankelijk bedoeld voor intern gebruik. Meerdere scholen reageerden echter enthousiast op het initiatief. „In samenwerking met drukkerij Verloop en Driestar educatief zijn ze daarom uitgegeven.

Is de nadruk op memoriseren nog wel van deze tijd? Zou het godsdienstonderwijs niet gericht moeten zijn op verinnerlijking? Het een sluit het ander niet uit, vindt Romijn. Daarnaast is hij van mening dat het nut van Bijbelkennis niet te makkelijk gebagatelliseerd moet worden „Als je thuis bent in de Bijbel, heb je beter zicht op de lijn daarin en op het verband tussen Schriftgedeelten”, legt hij uit. „Zo verwijst Stefanus in zijn redevoering naar de Farao die in de Schelfzee verdronk. Als de leerlingen die geschiedenis kennen, vergroot dat hun begrip van wat Stefanus bedoelt.”

Het godsdienstonderwijs moet niet beperkt worden tot feitenonderwijs, geeft de schoolleider aan. „Als leerlingen wel jaartallen en namen kunnen opdreunen, maar niet in staat zijn uit te leggen wat bijvoorbeeld de waarde van hun doop is, zit het niet goed. Er moet een balans zijn tussen kennis en persoonlijke toepassing.”

Daarnaast is de didactische aanpak van ”Namen en feiten” –in de Bijbel zoeken naar de antwoorden– heel nuttig, vindt Romijn. „Je hoort de laatste tijd regelmatig dat kinderen Bijbellezen moeilijk vinden. Juist dan is het belangrijk dat ze actief bezig zijn met Gods Woord en zo vertrouwd raken met de inhoud daarvan.”

Het uiteindelijk doel van het godsdienstonderwijs ziet de schoolleider verwoord in Psalm 78. „We hopen dat de leerlingen hun hoop op God stellen en dat het gebruik van ”Namen en feiten” daar dienstbaar aan is.”