Ervaringsdeskundigen in de drugshulpverlening

Edgar Linscheer (l.) is behalve professional ook ervaringsdeskundige in de drugshulpverlening. beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
3

Niemand kent verslaafden beter dan de verslaafde zelf. Vanuit die wetenschap maken steeds meer hulporganisaties gebruik van ervaringsdeskundigen. „Hulpverleners zonder verslavingsverleden zijn vaak te goedgelovig.”

Het oude pand van het Leger des Heils aan de Kanaalweg in Utrecht kreeg de intrigerende naam Enkeltje Zelfstandig. Het biedt plaats aan jongeren met meervoudige en complexe problematiek, die hier zelfstandigheidstraining krijgen. De meesten zijn, naast alle andere sores die ze met zich meedragen, verslaafd aan drugs.

Edgar Linscheer (58) weet wat dat inhoudt. De uit Suriname afkomstige hulpverlener heeft een „gebruikerscarrière” van 37 jaar. „Ik ben met mijn dertiende begonnen en met mijn vijftigste definitief gestopt. Het begon met blowen, samen met het broertje van mijn moeder. Ik geef daar mijn ouders niet de schuld van, het was een keus die ik zelf maakte.” Een jaar later verhuisde het gezin naar Nederland. Daar was het nog veel eenvoudiger om aan drugs te komen.

Omdat hij thuis niet meer te handhaven was, werd hij in een tehuis geplaatst. Daar nam het gebruik alleen maar toe. Met pijn en moeite haalde hij zijn lts-diploma. „Mijn handelsmerk werd agressie. Regelmatig kwam ik door geweldsdelicten in aanraking met politie en justitie. Tussendoor werkte ik her en der, want ik greep alles aan.”

Na de opleiding aan een sociale academie, in een relatief kalme levensfase, begeleidde hij als actief gebruiker randgroepjongeren en jeugdige supporters van Feyenoord. „Tot op zekere hoogte was ik een van hen, maar in het jongerencentrum liet ik mijn autoriteit gelden. Dat accepteerden ze ook.”

Blowen

Op 32-jarige leeftijd liet de verslaafde jongerenwerker zich opnemen in een ontwenningskliniek. De jaren die volgden waren gevuld met goede voornemens, perioden van terugval en behandeltrajecten, onder meer bij Bouman GGZ. „Daar werkten veel ervaringsdeskundigen, al werden ze nog niet zo genoemd. Toen ik in 1992 opnieuw terugviel, kwam ik in een drugspand m’n ouwe begeleider tegen. Die was ook teruggevallen. Dat risico heb je met mensen in herstel. Daar staat tegenover dat ze zich veel minder laten beetnemen door verslaafden. Hulpverleners zonder verslavingsverleden zijn vaak te goedgelovig.”

Belangrijk is volgens Linscheer dat ervaringsdeskundigen goed worden begeleid. En dat hun ervaring zo effectief mogelijk wordt ingezet. Frank Janse, manager van Enkeltje Zelfstandig, schakelde de Surinaamse hulpverlener in bij het opstellen van een protocol voor het gebruik van verslavende middelen binnen de muren van de instelling.

Janse: „Van de negentien jongeren in dit huis blowen er zeventien. Formeel mag dat binnenshuis niet, maar als het regent gaan ze echt niet naar buiten. Het mooiste is als je afspraken kunt maken waarin beide partijen zich kunnen vinden. Onze trajectcoördinator ontwikkelt in samenwerking met een verslavingskliniek beleid op dit gebied. Ook Edgar is daar nauw bij betrokken. Die weet door zijn verleden wat realistisch is. We hebben niets aan regels die in de praktijk niet werken.”

Toegevoegde waarde

De hulpverlener van het Leger des Heils wordt in zijn visie gesteund door Alie Weerman (1960), docent aan Hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij promoveerde maandag op de dissertatie ”Ervaringsdeskundige zorg- en dienstverleners. Stigma, verslaving & existentiële transformatie”. Ervaringsdeskundigen hebben naar haar overtuiging toegevoegde waarde in de zorg. „Een mens is méér dan een rol; iemand die ex-verslaafd is, is méér dan ex-verslaafd; een cliënt is méér dan een diagnose. Een professional is ook een mens, net als de cliënt.”

Brandon, een van de bewoners van Enkeltje Zelfstandig, lucht geregeld zijn hart bij Linscheer. „Hij snapt me tenminste.” Omgekeerd ervaart Linscheer de gesprekken voor zichzelf als voortgaande therapie. „Ik ben de mentor van twee jongens hier. Met een van hen was ik het achterliggende weekend weg. We hebben gesproken over de karrensporen in ons leven. Soms zijn die dusdanig diep dat het heel lastig is om eruit te blijven. Als het even regent, glijd je er weer in. Dat blijft ook voor mij een valkuil.”

Het werken met ervaringsdeskundigen vraagt daarom volgens Janse om duidelijke aansturing. „Kenmerkend voor verslaafden is dat ze behoeften direct bevredigd willen zien. Zo’n ingesleten gedragspatroon verdwijnt niet zomaar. Medewerkers met een verslavingsverleden kunnen je met een probleem opzadelen omdat ze ineens een dag vrij willen. Dan hebben ze aan mij een slechte.”

Stadsgids

Theo Geessink (57) groeide in de achterliggende tijd uit tot adviseur van werkers in de drugshulpverlening. Hij kent het wereldje als geen ander. Als klein jochie kwam hij voor het eerst in aanraking met de Kinderbescherming. Later volgden de verslavingszorg, justitie en reclassering. „Ik lijk nu een net mens, maar vroeger was ik op z’n Hollands gezegd een klerelijer. Als mensen me niet aanstonden, sloeg ik ze op het gezicht.”

Sinds 2003 woont hij in een hostel van het Leger des Heils. De laatste zes jaar was dat Leidsche Maan, het sociaal pension van het leger in Leidsche Rijn. Eén wand van zijn kamer is bedekt met petten. Op tafel staat een blikje cola. Tijdens het gesprek dwalen zijn ogen zo nu en dan naar de tekenfilm op de televisie. In dit vertrek nam hij het besluit de drugs te laten staan. „Gisteren was ik een jaar clean. Ik gebruik alleen nog een beetje methadon.”

Om overdag wat te doen te hebben, werd hij stadsgids voor Utrecht Underground. Met nette burgers trok hij door de stad om ze letterlijk en figuurlijk wegwijs te maken in de wereld van notoire verslaafden. „Ik vertelde hyn hoe we leefden en waar we sliepen. Toen ik clean was, ging me dat steeds meer tegenstaan. Daarom ben ik ermee gestopt.”

Nu vult hij de dagen met werk voor de cliëntenraad van Leger des Heils Midden-Nederland en voorlichting op scholen en voor kerken. Om een samenhangend verhaal te kunnen vertellen, volgde hij een door het Leger des Heils ontwikkelde cursus voor ervaringsdeskundigen. „Daar heb ik veel van geleerd. Het geeft je vertrouwen, weet je wel. Dat je je niet hoeft te schamen voor je verhaal.”

Slimmigheidjes

Inmiddels wordt zijn ervaring ook breder ingezet. Voor de bewoners van Leidsche Maan is hij aanspreekpunt en voorbeeldfiguur. Nieuwe medewerkers van hostel De Hoek aan de Kögllaan in Utrecht leert hij hoe gebruikers in elkaar zitten en behandeld willen worden. „Als normale mensen. Dat is een eerste voorwaarde om hun vertrouwen te winnen. Eén keer per maand zit ik bij de vergaderingen en geef ik adviezen. Ik ken alle slimmigheidjes van verslaafden en weet uit ervaring wat in de hulpverlening werkt en wat niet werkt.”

Merijn Musch, de manager van Leidsche Maan, vraag hem soms om raad als een cliënt in aanmerking komt voor een vervolgtraject. „Omdat ik kan denken zoals een gebruiker denkt.” Voor het werk in De Hoek en de activiteiten voor de cliëntenraad ontvangt de uitkeringsgerechtigde een bescheiden vergoeding. Met een jaar hoopt hij zelfstandig te gaan wonen. „Dan ga ik ook in Leidsche Maan meer doen. Straks draai ik officieel mee in het team. Dat is nu lastig, omdat ik bewoner ben.”

Normale wereld

Zijn nieuwe ideaal is herstel van de relatie met zijn 28-jarige dochter, moeder van twee kinderen. „Ik heb haar al dertien jaar niet gezien. Als ik ook van de methadon af ben, wil ik contact met haar leggen. Dat moet gaan lukken. Zo nu en dan heb ik nog wel even een trekmomentje, maar dan doe ik een schietgebed. Voordat ik ga slapen, bid ik langer en dank ik God voor alle dingen die ik mag doen. En dat ik weer een cleane dag heb gehad.”

Voor Frank Janse bewijzen cliënten zoals Theo de betekenis van het werk van ervaringsdeskundigen. Voor anderen en voor zichzelf. De manager van het Leger des Heils verwacht dat er de komende jaren ook bij de selectie van betaalde krachten gerichter zal worden gezocht naar professionals met ervaringsdeskundigheid. „Niet alleen vanwege hun persoonlijke kennis van de problematiek, maar ook omdat ze voor cliënten een rolmodel zijn. En een bron van hoop.”

Tegelijk waarschuwt hij voor doorschieten. „Ik geloof niet in organisaties met enkel ervaringsdeskundigen. Die zijn vooral in de beginfase van het hulpverleningstraject waardevol. Voor de re-integratie heb je meer aan hulpverleners die in een stabiel klimaat zijn opgegroeid. Die hebben van jongs af geleerd hoe het in de normale wereld toegaat. Daar willen we onze cliënten uiteindelijk hebben.”


Ervaringsdeskundigen als hulpverlener

Na zestien jaar hulpverlening bij het Leger des Heils heeft Frank Janse (38) alle ellende in de wereld wel zo’n beetje langs zien komen. Sinds anderhalf jaar geeft hij voor Leger des Heils Midden-Nederland onder meer leiding aan een kamertrainingscentrum in Utrecht, voor jongeren met complexe problematiek. Vaak een mix van verslaving, criminaliteit, psychiatrische problemen, een lichte verstandelijke beperking en extreem puberaal gedrag.

In de loop der jaren ging hij steeds meer het belang van ervaringsdeskundigen in de hulpverlening zien. Bij De Wending, de verslavingskliniek van het Leger des Heils in Ugchelen (bij Apeldoorn), implementeerde hij het Minnesota Programma. „Dat is ontwikkeld door mensen van de Anonieme Alcoholisten en bestaat uit twaalf stappen. De eerste stap is erkenning van eigen machteloosheid, stap twaalf het uitdragen van de verkregen kennis. Binnen dit programma werkten we met ervaringsdeskundigen in herstel: mensen die verslaafd waren maar op dat moment niet gebruikten. Een van hen was een voorganger die zelfs op de kansel niet zonder alcohol kon.”

Terwijl in de opleiding voor hulpverleners het belang van professionele afstand wordt benadrukt, stelt Janse nabijheid centraal. Op zijn jack staat de veelzeggende spreuk ”Together we’re one”. „We kennen hier duidelijke regels, maar gaan tegelijk een relatie met onze cliënten aan en leggen zo veel mogelijk verantwoordelijkheden bij henzelf. Dat vind ik wezenlijk in alle vormen van hulpverlening. De kracht van ervaringsdeskundigen is dat ze de denkwijze van hun cliënten van binnenuit kennen.”

In De Wending werd hij ook met de risico’s geconfronteerd. „Door hun verleden is de kans dat ervaringsdeskundigen ontsporen groter. We hebben daarom de regel ingesteld dat mensen minimaal twee jaar vrij van middelen moeten zijn om betaald medewerker te kunnen worden. Voor vrijwilligers legden we de lat wat lager, omdat zij minder verantwoordelijke taken kregen.”

Momenteel werkt de manager van het Leger des Heils aan een nieuw programma. De ervaring die zijn cliënten hebben opgedaan in Enkeltje Zelfstandig wil hij vruchtbaar maken in de hulp aan nieuwkomers. „Door hen als buddy te koppelen aan jongeren in de crisisopvang, die daarvandaan naar ons zullen komen. We verwachten dat de steun van een ervaringsdeskundige de overgang soepeler laat verlopen.”