Enige overlevende KLM-toestel vliegramp Tenerife blikt na veertig jaar terug

Robina en Paul Wessels. beeld Gerard ten Voorde
3

Tenerife, 27 maart 1977. Een Boeing 747 van KLM boort zich in de flank van een 747 van Pan Am. De grootste vliegramp uit de geschiedenis (nu veertig jaar geleden) eist 583 levens. Robina Wessels is de enige overlevende uit het KLM-toestel. Gered door niet meer in te stappen.

KLM-vlucht 4805 stijgt op van de luchthaven Schiphol. Bestemming Las Palmas. De chartervlucht zit vol vakantiegangers van reisorganisatie Holland International. „Een vrolijke vlucht. Met een uitgelaten stemming aan boord”, zegt Robina Wessels-van Lanschot (64). „Als een schoolreisje.” Samen met haar echtgenoot Paul (66) blikt ze, in hun riante woning aan het water in Noordwijkerhout, terug op Tenerife.

Robina werkt als hostess op het Canarische eiland, 300 kilometer voor de kust van Marokko. Vakantiegangers in de watten leggen. „Prachtig werk, mooi weer. Vakantiegangers ophalen van het vliegveld en naar het hotel brengen. Excursies aanbieden en hen twee weken later weer terugbrengen.”

De reisleidster –en zeven collega’s– keren op 27 maart 1977 met vlucht KL4805 terug, na een opfriscursus bij Holland International in Amsterdam. Via Las Palmas naar Tenerife. „Ik weet nog waar we zaten aan boord. Op de middenrij, achterin.” Onder de collega’s bevindt zich Yvonne Wessels, de zus van Paul Wessels. De destijds 24-jarige Robina is op Tenerife smoorverliefd geworden op de blonde Paul. „Hij was leuk.”

Onverwacht moet de PH-BUF van KLM –234 passagiers, 14 bemanningsleden– uitwijken naar Tenerife. De luchthaven van Las Palmas is gesloten door een bommelding. Even later zet gezagvoerder Jacob Veldhuyzen van Zanten de wielen aan de grond op Los Rodeos (Noord-Tenerife), een klein vliegveldje op het Canarische eiland.

Op Tenerife heerst een chaos. „Het was belachelijk druk.” Het kleine vliegveldje staat bomvol uitgeweken toestellen. „Het vliegveld barstte uit z’n voegen. Een ravage”, vertelt de oud-hostess terugblikkend. Ze neemt een slok koffie. „We hebben tegen elkaar gezegd: Dit gaat niet goed.”

Botsing

De passagiers van de KLM-Boeing De Rijn krijgen toestemming uit te stappen. Robina en haar collega’s drinken wat in de aankomsthal. „Omdat ik op uiteindelijk toch op Tenerife moest zijn, heb ik besloten niet meer aan boord te gaan naar Las Palmas.”

De reisleidster meldt zich bij de KLM-balie. „Ik heb gezegd: Ik ga niet meer mee, ik wil naar huis.” De maatschappij weigert. „U staat op de passagierslijst en uw koffer staat nog aan boord.” Robina vraagt haar collega’s Walter en Yvonne haar koffer mee te nemen en verdwijnt. Met een taxi naar huis. „Ik ben gewoon gegaan. Ik wilde naar Paul. En naar m’n hond.”

Even later taxiet de Boeing 747 met 248 inzittenden –in dichte mist– naar de startbaan. De jumbo vertrekt. Op hetzelfde moment taxiet er echter nog een Boeing 747 van Pan Am-vlucht 1736 met 396 inzittenden over de startbaan, vanaf de andere kant.

Dan voltrekt zich de grootste vliegramp uit de geschiedenis van de luchtvaart. De Nederlandse Boeing boort zich met grof geweld in de flank van de Amerikaanse Boeing. Een poging van beide gezagvoerders een botsing te voorkomen, blijkt tevergeefs. De tragedie eist 583 levens. Alle inzittenden van het KLM-toestel komen om het leven, 61 inzittenden van het Pan Am-toestel overleven de crash.

Nietsvermoedend bereikt Robina haar appartement. „Ik had al naar huis gebeld dat ik veilig was aangekomen.” Het verschrikkelijke nieuws over de tragische vliegramp sijpelt in het internetloze tijdperk van veertig jaar geleden slechts mondjesmaat door.

De impact van de ramp is in Nederland eerder duidelijk dan op Tenerife. „Wij hadden daar geen tv, geen krant.” Robina belt met haar collega’s ziekenhuizen af in de hoop overlevenden te kunnen traceren. „Iedereen ging bellen. Ik, mijn collega’s Hennie en Christie.” Pas de volgende dag wordt de omvang van de ramp voor Robina duidelijk. Geen enkele inzittende van het KLM-toestel heeft de crash overleefd. Alleen zij. Door niet meer in te stappen. Haar koffer zal nooit aankomen.

Instorten

De wereld van Robina stort in. „Je leeft op zo’n moment in een rare... een rare...” Ze zoekt naar woorden. „Het is moeilijk te beschrijven... een shocktoestand. Niemand wist wat te doen. De ramp was zó groot, zo omvangrijk, zo onvoorstelbaar. Ik heb zitten húílen.”

De gebeurtenissen voltrekken zich in een roes, een waas. „Je leeft in een soort verdoving.” Robina staart even voor zich uit. „Het was een combinatie van verslagenheid en ongeloof. Ik kon zo veel gezichten uit het toestel weer voor me halen. Ook van veel kinderen. Dat bleef maar malen in m’n hoofd.”

Vrij snel dringt het nieuws door dat Robina de enige overlevende uit het KLM-ramptoestel is. Een journalist staat te posten voor het kantoor van Holland International in de hoop haar te spreken. De hostess vliegt in een uniform van Transaviastewardess –„incognito”– naar Nederland. „Om niet herkend te worden.

De ramp is het gesprek van de dag. „Op Schiphol, in de trein, overal.” Robina neemt haar intrek bij haar ouders in Antwerpen. De gebeurtenissen vreten aan haar. „Ik kon niet eten, niet slapen. Ik lag maar in bed. In twee weken tijd ben ik sterk vermagerd, van 64 naar 48 kilo.” Een grimas trekt over haar gelaat. „Geen vrolijk gezicht.”

Enkele dagen later belt de Koninklijke Marechaussees aan. Twee medewerkers moeten officieel vaststellen dat Robina de ramp heeft overleefd. Haar naam staat namelijk wel op de passagierslijst. Ze is zelf het levende bewijs van haar overleving.

Een moeilijke periode volgt. „Ik had een verschrikkelijk schuldgevoel.” Vragen bestormen haar. „Waarom ik wel en zij niet?” Vrienden en kennissen spreken van geluk. Of van een engeltje op haar schouder. „Voor mij voelde het helemaal niet zo. Ik kon er niets aan doen.”

Aangrijpend

Aangrijpend is het moment dat ze bij de ouders komt van haar vriend Paul én haar omgekomen collega Yvonne. Robina heeft de ramp overleefd, hun eigen dochter niet. Paul: „Het verlies heeft heel wat in het gezin teweeggebracht.” Robina: „Jouw ouders hebben mij nooit iets kwalijk genomen.” Paul: „Ze waren blij dat jij er nog was.”

Paul loopt naar de kluis. Hij laat een herdenkingsboekje over zijn zus Yvonne zien, gemaakt door een gast van Holland International. Een levenslustige, jonge, blonde meid lacht de kijker toe. Ze is niet meer. Robina pakt een groepsfoto van collega’s. „Zij is omgekomen, zij, en zij...”

Yvonne is een van de laatste slachtoffers die kunnen worden geïdentificeerd. Een begrafenis volgt. Een belangrijk moment voor de verwerking van het verdriet. „Onderzoekers hebben iets van haar teruggevonden”, zegt Paul. „Veel zal er waarschijnlijk niet in de kist hebben gezeten”, vermoedt hij. Vele anderen, van wie de identiteit niet kan worden vastgesteld, krijgen een laatste rustplaats in een verzamelgraf op de Amsterdamse begraafplaats Westgaarde.

Fouten

Ook al willen Paul en Robina graag de exacte toedracht van de ramp weten, de schuldvraag houdt hen echter niet bezig. Ze hebben niet meegedaan aan de „hetze” die destijds ontstond tegen de gezagvoerder van het KLM-toestel. Ondanks fouten die hij heeft gemaakt.

„We verwijten hem niets. Hij is óók slachtoffer, hij is ook overleden. De vliegramp was een samenloop van omstandigheden. Alles wat fout kon gaan, ging fout. Hij heeft dit toch ook niet gewild? Een captain wil ook graag naar huis.”

Tijdens een herdenkingsplechtigheid in de RAI in Amsterdam heeft Robina een dochter van de gezagvoerder gesproken. „Natuurlijk wilde ik haar ontmoeten. We nemen haar vader niets kwalijk. Het is voor alle betrokkenen een drama.”

Drie, vier weken na de traumatische gebeurtenissen moet Robina weer aan het werk. „Er was geen tijd om te rouwen, geen tijd voor verwerking. Ik moest daar zelf tijd voor vrijmaken.” KLM biedt gezinnen van slachtoffers via een speciale medewerker hulp aan. „Ik als direct slachtoffer hoorde niets. Niemand is bij mij langs geweest.”

Ook Holland International doet zo goed als niets. Slachtofferhulp is –veertig jaar geleden– een nog onbekend fenomeen. „De mentaliteit was: niet zeuren, maar doorgaan.” De reisorganisatie stelt voor om Paul in dienst te nemen om een beetje op haar te letten. „Misschien is het ook wel goed om direct weer aan het werk te gaan na zo’n verschrikkelijke gebeurtenis”, mijmert ze.

Paul en Robina vinden vooral steun bij elkaar. „We waren door de dramatische gebeurtenissen een soort eeneiige tweeling geworden. We hebben bij elkaar uitgehuild en alles met z’n tweetjes verwerkt.” In 1981 trouwen ze. De ramp heeft hen bij elkaar gebracht en bij elkaar gehouden. „Een gezamenlijke ervaring.”

Pittig

Dertig jaar na de vliegramp bezoeken Robina, Paul en hun familie de rampplek op Tenerife voor een herdenkingsplechtigheid. „Heel pittig”, zegt Robina terugblikkend. „We waren nog nooit teruggeweest.” KLM vliegt nabestaanden en hoogwaardigheidsbekleders in naar Tenerife.

Op een heuvel tegenover de ramplocatie wordt een monument onthuld. ”Stairway to heaven”. Paul is geraakt door het kunstwerk – een abrupt eindigende wenteltrap. „Prachtige symboliek. Het leven hier op aarde houdt op, maar gaat door in de hemel”, zegt Paul, van huis uit rooms-katholiek.

Robina laat zich uiteindelijk niet door de crash uit het veld slaan. Negentien jaar lang vliegt ze als stewardess en later als assistent-purser de wereld over. „Heel raar, bizar.” Hij: „Daar blijkt je nuchtere aard uit.” Zij: „Of mijn fatalisme. Als er iets moet gebeuren, gebeurt het toch wel.”

Het dramatische vliegtuigongeluk laat hen veertig jaar na dato nog altijd niet koud. „Ik raak er weer door van slag, voel me diep ongelukkig.” De vliegramp stempelt haar leven. „Ik ken een periode vóór en ná de ramp. Ik ben een ander persoon, maar hoe precies...?”

Ze staart even voor zich uit. Nadenkend. „Ik vind het moeilijk te zeggen. Mensen kunnen zich soms zo druk maken om kleine dingen. Dan denk ik: Waar maak je je toch druk om?”

Luchtvaartregels aangescherpt

Veiligheid staat hoog in het vaandel van de luchtvaart. Na de vliegramp van 27 maart 1977 op Tenerife met 583 doden zijn radicale veranderingen doorgevoerd in de internationale luchtvaartregels.

De Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) scherpte de standaardcommunicatie in het Engels tussen verkeersleiders en piloten aan voor vertrekkende vliegtuigen op taxi- en startbanen. Vliegtuigfabrikanten installeerden apparatuur om door mist te kijken.

Ook de cockpitprocedures werden gewijzigd. De hiërarchische verhoudingen bij de bemanning werden aangepast, waarbij de nadruk meer kwam te liggen op het nemen van besluiten na wederzijdse instemming.

Omdat het rond de luchthaven Los Rodeos vaak mistig is, werd in het zuiden van Tenerife een tweede vliegveld aangelegd: Reina Sofía. Deze luchthaven wordt gebruikt voor internationale vluchten. Los Rodeos is hoofdzakelijk in gebruik voor vluchten tussen de Canarische Eilanden en beschikt over een grondradar.