Emmers pens voeren aan hapgrage bekken in Dierenthuis Almere

Aan de slag
De kleinere honden krijgen pens. beeld Jaco Klamer
6

Spinnende poezen, kwispelende hondenstaarten en vooral: veel geblaf. Bij Stichting Dierenthuis in het buitengebied van Almere krijgen zieke, getraumatiseerde en gehandicapte katten, honden en paarden een thuis. Voorgoed.

Mijn aankomst bij Stichting Dierenthuis blijft niet onopgemerkt. Bij de ingang slaan honden aan voor de onbekende gast. Vrijwilliger Corrie Nieuwland doet lachend de deur open. „Kom verder.” Ze waarschuwt: „De honden hier niet aaien. Ze kunnen onvoorspelbaar reageren doordat ze zijn getraumatiseerd. Loop maar gewoon door.”

Corrie heeft vandaag kattendienst. Samen maken we de grote kamer van de katten schoon, borstelen de dekens en kussens en geven de dieren te eten.

Speeltijd voor de gehandicapte honden. beeld Jaco Klamer

De poezen vinden het prima. Tot ze uit hun mandje moeten omdat het kleed waarop ze liggen een beurt krijgt. „Gewoon een zetje geven hoor”, zegt Corrie. Ik duw wat, maar het dier wijkt geen duimbreed. Dan maar de harde methode. Met een flinke ruk trek ik het kleed onder de poes vandaan – luid sissend loopt ze weg.

Na het borstelen is de vloer aan de beurt. Met een dweil maakt Corrie het beton eerst nat. In haar kielzog haal ik de trekker eroverheen en tot slot zuigt Corrie de hoopjes water en viezigheid –vooral veel haar– op met een speciale waterstofzuiger.

Redacteur Mirjam Roukema helpt een dag in het Dierenthuis in Almere, waar zieke en gehandicapte honden, katten en paarden worden opgevangen. beeld Jaco Klamer

Alle dieren bij Stichting Dierenthuis hebben wat, vertelt de vrijwilliger. Veel katten zijn besmet met leucose (kattenleukemie) of het feline immunodeficiëntievirus: kattenaids. „Dat dragen ze over op soortgenoten via bloed-op-bloedcontact en seksueel verkeer”, aldus Corrie. Op den duur krijgen besmette dieren chronische verkoudheid, weinig eetlust en vallen ze af. „De ziekte is niet te genezen.”

Sommige dieren missen een oor –één kat heeft helemaal geen oren– of lopen mank. Zoals Nijntje, een poes met een witte bef. Ze heeft ataxie, een hersenaandoening. Corrie: „Nijntje is een van mijn lievelingskatten. Een schatje.” Een andere kat loopt met een scheef kopje omdat haar evenwichtsorgaan is aangetast.

Laatste thuis

Stichting Dierenthuis is het „laatste thuis” voor deze dieren. „Ze komen soms helemaal uit Spanje of Egypte. Plaatselijke instellingen vangen de dieren op en via een plaatsingsprocedure krijgen ze een plekje bij ons.”

In de kattenkamer. beeld Jaco Klamer

Brein achter Stichting Dierenthuis is Alice van Duijn. Zij startte in 2001 samen met haar man Steven een opvang in Wilbertoord die later verhuisde naar Aarle-Rixtel. Sinds 2012 is Stichting Dierenthuis in Almere te vinden. Op een terrein van 35.000 vierkante meter; genoeg ruimte voor 400 katten, 150 honden, 7 paarden, 2 varkens en een handjevol kippen. Alice en Steven wonen op het terrein, evenals vrijwilliger Julia. Stichting Dierenthuis draait volledig op giften.

De dieren hoeven ook als ze een dierenarts nodig hebben niet de deur uit. Corrie toont de medische post: compleet met röntgenapparaat, sterilisator en behandeltafel. Eens per week komt de dierenarts om naar zieke dieren te kijken en controles te doen. „Ik ben verpleegkundige geweest en assisteer vaak bij de kleine operaties die de arts hier uitvoert.”

Haren worden van de kussens en dekens afgeborsteld. beeld Jaco Klamer

Corrie is sinds oktober 2018 een van de veertig vrijwilligers. Elke zaterdag is ze tussen de katten te vinden. „Altijd mooie dagen.”

Na de katten zijn de honden aan de beurt. In vier groepen worden die opgevangen: de jonge honden, de senioren, honden met een handicap en getraumatiseerde honden. Bij de laatste mogen bezoekers niet komen; de honden zijn onvoorspelbaar door hun slechte ervaringen met mensen.

Het is etenstijd voor de viervoeters. Directeur Alice is net in de buurt en assisteert. Ze drukt me een emmer gevuld met gedroogde staafjes pens in de handen. „Kijk, zo moet je dus niet gooien” –ze imiteert een onderhandse worp– „anders ben je je hand kwijt.” Bovenhands dus maar.

De seniorhonden krijgen speciale hondenkoekjes. Links achterin vrijwilliger Corrie Nieuwland. beeld Jaco Klamer

Bij de senioren moet ik de brokken „eruit vegen”, doet Alice voor. Van achter de deur klinkt opgewonden geblaf. „Als je het eng vindt, moet je het zeggen hoor”, zegt Corrie. Bij binnenkomst gapt een van de honden brutaalweg twee koekjes; een vrijwilliger neemt de emmer gauw van me over. Uiteindelijk krijg ik het toch voor elkaar om de honden te voeren.

Alle hondenverblijven hebben een eigen tuin. Van daaruit kunnen de dieren nog verder het terrein op. De honden met een handicap ravotten door het groen. Ook Henkie met zijn verlamde achterpoten en Mirko, die alleen nog voorpoten heeft, rennen verrassend hard.

Binnen dweil ik nog even de grond en zet ik de mandjes voor twee honden met manke achterpoten terug op hun plek. Missi, met een bruine, warrige vacht, komt aanscharrelen. Eerst een aai, dan pas weer in de mand.

serie

Aan de slag

Redacteuren doen vrijwilligerswerk. Deel 5 in een serie: Mirjam Roukema verzorgt gehandicapte honden in het Dierenthuis in Almere. Vrijdag deel 6.