Emigratie naar Spanje bracht echtpaar Grunt weer in de kerk

Naar Holland
Kees en Gonny Brunt uit Spanje bij hun vakantiewoning in Hoevelaken. Het eerste deel van hun verblijf in Nederland wordt gekenmerkt door tegenslag. beeld André Dorst

De zucht naar avontuur zit Gonny Brunt in de genen. Twee keer emigreerde ze naar Australië. Een halfjaar werkte ze als au pair in de VS. In 2010 vertrok ze voorgoed naar Spanje. Haar man Kees moest mee.

Loop maar door, gebaart Kees Brunt (76) in de garage van ‘zijn’ woning in Hoevelaken. Een rode kat sluipt weg. In de woonkamer zit echtgenote Gonny (75). Ze steekt haar linkerarm uit ter begroeting. „Ik ben gisteren onder het mes geweest.” Het resultaat is te zien aan haar andere arm, die in het verband zit.

Het zit het echtpaar Brunt niet mee. Het stel uit het Spaanse Altea –een kuststad die circa 130 kilometer ten zuiden ligt van Valencia– arriveerde na een autorit van drie dagen op 26 juni in Hoevelaken. Het interview vindt drie weken later plaats en in die periode is het nodige gebeurd.

Allereerst blijkt een medische ingreep aan Gonny’s arm ingrijpender dan verwacht. Voor een ander fysiek ongemak moet ze eveneens naar een arts. Daarna rijdt iemand hun geparkeerde auto total loss. En op de dag van het interview laat de internetverbinding het afweten.

Volkswagenbusje

„We zijn optimistische mensen, maar we krijgen het nu wel heel erg voor de kiezen”, zegt Kees. Gonny: „Alles komt tegelijk, maar onze auto was het ergst. We zijn nu hele dagen druk om van alles te regelen. We kunnen nergens heen en moeten veel afspraken afzeggen.”

Gaandeweg het gesprek raakt het leed wat op de achtergrond. Eenmaal op de praatstoel vertelt het echtpaar honderduit over het land waar ze sinds 2010 wonen. Af en toe onderbreekt een rinkelende telefoon de conversatie.

De emigratie was het idee van Gonny. De in Amsterdam opgegroeide vrouw emigreerde als tiener met haar ouders naar Australië. „Nederland was vol, werd er gezegd. En Australië had mensen nodig. Voor slechts 100 gulden werd alles geregeld.”

Het verblijf in Australië was maar van korte duur, want het vinden van werk en huisvesting viel niet mee. Gonny: „Maar kennelijk ging er toen in mijn hoofd een knop om. Na terugkomst in Nederland werkte ik een halfjaar in de VS als au pair. Later vertrok ik met mijn eerste man –hij is jong overleden– opnieuw naar Australië. In 1975 kwamen we terug. Na een halfjaar met een volkswagenbusje –die we nota bene van Australiërs kochten– door Europa te hebben getrokken, settelden we ons in Nederland. Maar ik heb altijd gezegd: na mijn 65e wil ik opnieuw emigreren.”

En zo geschiedde dus. Het nieuwe vaderland went snel, mede door het aangename klimaat. Maar de sleutel voor hun succesvolle emigratie is de kerkelijke gemeente waar ze lid van zijn geworden, de Nederlandse Interkerkelijke Gemeente in Benidorm. Kees: „In Nederland voelden we ons niet meer echt thuis in een kerkelijke gemeente, omdat we nooit echt contact met anderen kregen. In plaats daarvan bezochten we vaak een kerk waar het EO-programma Nederland Zingt werd opgenomen. Ook in Spanje waren we aanvankelijk geen kerklid. Totdat we via Nederlanders daar terechtkwamen bij de gemeente in Benidorm.”

Cruiseschepen

Beiden zetten vol overgave hun talenten in voor de kerk. Zo is Kees lid van de beheerderscommissie en Gonny regelt de bibliotheek. Samen zorgen ze voor de jaarlijkse gemeentedag. Nederland Zingt kreeg inmiddels ook over de grens meer bekendheid. Kees: „Van elke uitzending neem ik liederen op en zet die op dvd. Eens per maand projecteren we die in de kerk op een beamer en zingen we mee.” Gonny: „Er is altijd veel animo voor. Ongeveer de helft van onze ruim 300 leden komt erop af.”

Kerkdiensten in Benidorm worden doorgaans geleid door Nederlandse emeritus predikanten. Die worden hiervoor maanden van tevoren gevraagd. Voorwaarde is dat ze minstens zes weken blijven. Met menigeen raakte het stel inmiddels bevriend. Kees: „Elk jaar zijn we ’s zomers zo’n twee maanden in Nederland. We gaan dan langs mijn kinderen, maar bezoeken ook enkele voorgangers die we goed kennen.”

Wat de twee verder in Nederland doen? Kees: „We verblijven doorgaans in woningen die we betrekken via het interkerkelijk woningruilbureau IWB. Dat zijn vaak vrijstaande huizen. In ruil voor onderdak verzorgen we de kat en houden de tuin bij. De bedoeling is ook dat je op het huis past, dus een weekendje weg zit er niet in. Dat beperkt je wel wat in je vrijheid.” Gonny: „Wel gaan we regelmatig een dagje uit, zoals naar Hoek van Holland of naar IJmuiden. We vinden het leuk om naar cruiseschepen te kijken.”

Beiden spreken inmiddels een aardig mondje Spaans. Met de luidruchtigheid van veel Spanjaarden hebben ze inmiddels leren leven, maar het ‘Spaans halfuurtje’ zal nooit wennen. „Spanjaarden komen altijd te laat voor een afspraak.” De gewoonte om ’s avonds pas tegen negenen te dineren, neemt het echtpaar ook niet over. „Wij eten om zes uur warm. Net als in Nederland.”