„Elke leerkracht kan muziek leren geven”

BOSKOOP. Mariëlle Heidekamp, groepsleerkracht op de Eben-Haëzerschool in Boskoop en muziekdocent aan de Driestarpabo in Gouda: „Mijn passie voor muziekonderwijs dient een hoger doel: Soli Deo Gloria.” beeld Martin Droog Martin Droog

BOSKOOP. Ze geniet van een klas die zingt, klapt of beweegt. Maar Mariëlle Heidekamp begrijpt „heel goed” dat niet alle leerkrachten graag het lastige vak muziek geven. „Begin eenvoudig met het mooi zingen van een lied.”

Heidekamp (34) geeft muziek aan Driestarpabostudenten in Gouda. Maar ze staat ook voor de klas op de Eben-Haëzerschool in Boskoop. Daardoor weet ze dat een goede muziekles geven op de basisschool geen peulenschil is. „Als je niet de juiste vaardigheden hebt, wordt zo’n les snel rommelig en gaan de kinderen klieren.”

Het rapport ”Muziekeducatie doen we samen”, dat woendag in Amsterdam aan koningin Máxima werd overhandigd, biedt voor Heidekamp bekende kost. „Het vak muziek heeft weinig status. Veel leerkrachten tobben ermee, omdat ze zich niet capabel voelen. Je kunt hen dat niet kwalijk nemen. Op de pabo is het aantal uren muziek fors teruggeschroefd. Gelukkig hebben wij op de Driestar ook het vak koorzang, waarbij studenten werken aan hun eigen zangvaardigheid.”

Heidekamp, die een masterstudie muziekeducatie volgt aan het Haags conservatorium, is een voorstander van muziek geven volgens de principes van de Hongaarse componist Zóltan Kodály. „Hij zegt: Muziek is voor iedereen, niet alleen voor mensen met veel talenten. Laat leerkrachten nooit zeggen: Ik ben niet muzikaal dus ik kan het vak niet geven. Iedereen kan muziek geven, maar je moet de vaardigheden ervoor wel ontwikkelen. Net als voor het uitleggen van een ingewikkelde staartdeling bij rekenen.”

Bodypercussie

Kódaly pleit ervoor kinderen eerst te laten genieten van muziek voordat ze theorie krijgen. Heidekamp: „Dat genieten kan al met een eenvoudig lied. Door er bijvoorbeeld spannende spelletjes aan toe te voegen. Zelf doe ik veel met bodypercussie: tikken op je schouder en je knie, klappen in je handen, of een combinatie.”

Begin met zingen, is een andere stelregel van Kódaly. „Je stem is je eigen instrument”, reageert Heidekamp. „Moderne kinderliedjes hebben nogal eens een lage melodie en een ingewikkeld ritme. Ik neem liever liedjes uit de oude doos, zoals ”Zeg Roodkapje” en ”Schipper mag ik overvaren?””

Heidekamp adviseert collega’s die moeite hebben met het vak muziek, op nascholing te gaan. „Schaam je er niet voor. Woensdagmiddag had ik een groep van twintig leerkrachten die beter muziek willen leren geven. Ik vind dat super. Eén middag is natuurlijk te weinig, maar ik heb alles op papier. De cursisten kunnen er de volgende dag in hun eigen klas zo mee aan de slag.”

Te snel

Over de methode die Driestar educatief heeft uitgeven, ”Meer met muziek”, is Heidekamp gematigd positief. „Er staan goede ideeën in, maar het startniveau van de leerkracht wordt te hoog ingeschat en de methode gaat te snel door de leerstof heen. Ik zou de methode graag reviseren.”

Heidekamp ontleent haar passie voor het vak muziek aan een hoger doel. „Dat is wat Bach altijd onder zijn composities schreef: Soli Deo Gloria. Het is mijn taak kinderen met goede muziek in aanraking te brengen. Muziek is een scheppingsgave. Alleen het beste in dit vak is goed genoeg.”