Eeuwfeest voor het Nederlands Openluchtmuseum

beeld VidiPhoto

Van een plaggenhut tot een arbeidershuisje uit de jaren zeventig. Op het landgoed van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem is op een paar hectare onze geschiedenis samengevat. Vrijdag is het museum honderd jaar open voor publiek.

Onder luid gerinkel komt de tram aanrijden. Een groep pubers springt uit de wagon. „Hier zitten jullie!” schreeuwen ze naar hun klasgenoten op het terras. „We hebben overal gezocht!” Het is gezellig druk op het grote plein van het museum. Hier en daar kijken mensen op hun zojuist gekregen plattegrond. „Zullen we eerst naar de papiermolen? Dat lijkt me interessant.” Een vrouw in klederdracht loopt met een grote, zwarte rugzak langs een groepje mensen. Op naar haar volgende werklocatie. Van de voorbereidingen voor het jubileumfeest is nog niet veel zichtbaar. Midden op het plein is al wel in de kleuren van de Nederlandse vlag een grote 100 geschilderd. Het lijkt een gewone tekening, tot je de camera erbij pakt. Dan wordt zichtbaar dat het een 3D-tekening is. „De kunstenaar is er acht uur mee bezig geweest”, zegt Maaike van Dam, woordvoerder van het Nederlands Openluchtmuseum. „Ik wilde graag iets om het jubileum te vieren wat ook leuk is om te fotograferen.”

Van die mogelijkheid wordt dankbaar gebruikgemaakt. Een ouder echtpaar schiet enthousiast foto’s. „Ga eens op de poot van de 1 staan en spring dan naar de 0,” gebiedt de man zijn vrouw.

Vrijdag is het Nederlands Openluchtmuseum precies honderd jaar open voor publiek. Het museum bestaat al langer, maar opende vanwege de Eerste Wereldoorlog pas in 1918 zijn deuren. „Nederland industrialiseerde in rap tempo,” zegt Van Dam. „De oprichters van het museum wilden de oude ambachten in ere houden.”

Inburgering

In de loop van de jaren breidde het museum uit, tot er langzaam maar zeker een compleet beeld ontstond van de Nederlandse geschiedenis. Sinds december 2017 is in het complex in opdracht van de regering ook de canon van Nederland te zien, met een overzicht van onze historie.

Het jubileum wordt vrijdag uitgebreid gevierd. Bezoekers krijgen een kijkje achter de schermen, op het centrale plein komt een grote markt en muziekensemble Camerata Trajectina laat de hele dag allerlei oude muziek horen in het park, waaronder het Wilhelmus. Van Dam: „Wat ik zo leuk vind aan deze plek zijn de verschillende generaties die door het park lopen. De jongere kinderen zijn verbaasd, de ouderen herkennen dingen van vroeger. Er komen jeugdherinneringen boven.”

Voor medewerker Wilma Jacobs van den Hof zijn het de verhalen van bezoekers die het werk zo bijzonder maken. Jacobs van den Hof werkt al veertien jaar voor het museum. „Ik ben een wassende vissersvrouw die af en toe boerin speelt.” Ze staat afwisselend op verschillende locaties, waar ze in klederdracht vertelt over de geschiedenis van de ambachten. Haar favoriete werkplek? „De wasserij. Daar komen regelmatig mensen binnenlopen die ooit bij een wasserij gewerkt hebben. Al die verhalen over vroeger komen dan naar boven.” Er komen ook regelmatig migranten langs, die voor hun inburgeringscursus een bezoek brengen aan het museum. „Dan kan ik iets van de Nederlandse cultuur overbrengen. Al hebben we vaak dezelfde gewoontes. Laatst liet een Turkse vrouw mij met handgebaren zien hoe vroeger bij hen thuis de dekens werden gewassen. Precies hetzelfde als bij ons.”

Jacobs van den Hof voelt zich soms bijna een maatschappelijk werkster. „De verhalen van bezoekers gaan lang niet altijd over het museum. Mensen komen hier, worden geraakt door iets, gaan terugdenken aan vroeger en raken daar emotioneel van. Het is weleens gebeurd dat iemand huilend voor me stond. Dan stop ik even met wassen en sla ik een arm om iemand heen.”

Het museum blijft uitbreiden, want de geschiedenis moet up-to-date blijven. Op de planning: het bouwen van een portiekflat. „Die bouwvorm is na de Tweede Wereldoorlog veel toegepast om mensen te kunnen huisvesten. Zo’n flat is voor ons nu heel vanzelfsprekend, maar op een gegeven moment wordt het geschiedenis”, zegt Van Dam. „Dit klinkt misschien wat idealistisch, maar ik hoop dat geschiedenis soms voor wat meer begrip zorgt. Voor elkaar, voor andere gewoonten en culturen. Het is belangrijk dat we de historie in ere houden. Niet alleen de mooie zaken, maar ook de zwarte randen.”