Drie directeuren over de heropening van scholen

Onderwijs
Kinderen mogen per 11 mei weer deels naar school. Foto: een klas op de Graaf Jan van Nassauschool in Gouda. beeld RD, Anton Dommerholt
4

Scholen mogen straks weer open. Alleen zijn niet alle leerlingen er tegelijk welkom en moeten sommige scholen geduld hebben tot 1 juni. Wat vinden bestuurs- en personeelsleden in het onderwijs van dit besluit? Welke voorzorgsmaatregelen moeten ze nemen? Hoe gaan scholen om met ouders en docenten die ruimere veiligheidsmarges hanteren dan het Outbreak Management Team? Directeuren van een middelbare school, een basisschool en uit het speciaal onderwijs reageren.

School blijft tot begin juni gesloten

In het pre-coronatijdperk botsten leerlingen van het Goudse Driestar College tijdens het verlaten van de lokalen vaker wel dan niet tegen elkaar. In de pauzes krioelden op de pleinen wel 3000 leerlingen en zaten aula’s vol. Hoe gaat die school garanderen dat straks iedereen overal 1,5 meter afstand kan bewaren?

Dat wordt een uitdaging, zegt schoolleider Wim de Kloe. Dinsdag hoorde hij dat zijn school nog moet dichtblijven, maar dat hij voorbereidingen moet treffen voor gedeeltelijke openstelling per 2 juni. „We kunnen per klas een deel van de leerlingen laten komen”, schetst de bestuurder een van de denkrichtingen. Om tegelijk het nadeel ervan aan te geven: „In de laagste klassen lukt dat misschien. Maar in de bovenbouw met zijn clusters gaan de roosters zo in de war.”

Een optie die op tafel ligt, is dat het onderwijs tot de vakantie grotendeels op de huidige manier wordt gegeven. „Wel kan dan een deel van de kinderen aanschuiven bij de onlinelessen.” In één lokaal kunnen maximaal tien leerlingen terecht, denkt hij. De Kloe kan zich voorstellen dat kwetsbare leerlingen als eerste weer naar school mogen. „Maar de juiste route gaan we de komende dagen met elkaar ontdekken.”

Wat als ouders het veiliger vinden om hun kind thuis te laten? De Kloe gaat niet de botte bijl hanteren, zegt hij. „Rutte zei dat er geen leerplichtambtenaren naar ouders wordt gestuurd. Wij gaan het gesprek aan. Dan kan blijken dat er goede redenen zijn om kinderen thuis te houden, net als dat het voor sommige docenten onverstandig is om voor de klas te gaan staan. Wij doen er alles aan om de school voor iedereen een veilige plek te laten zijn.”

Na de vakantie deuren weer deels open

Zo’n 750 leerlingen telt de Barneveldse Eben-Haëzerschool. Per 11 mei mogen de kinderen weer deels naar school. „Een weloverwogen en verstandig besluit”, vindt directeur Wim Kole. „Kinderen kunnen zo weer in een vast ritme komen.”

Kole heeft veel waardering voor hoe ouders en leerkrachten het thuisonderwijs gestalte geven. Hij hoort wel dat velen de periode als „heftig” beleven. Na 10 mei gaat de focus niet in de eerste plaats liggen op het wegwerken van achterstanden. „De coronacrisis is een sprake van God die om verootmoediging vraagt. Dat gaat een belangrijke plek krijgen in onze lessen. En we zullen ook extra oog hebben voor leerlingen die een moeilijke tijd doormaakten.”

De school overweegt om met een A- en B-groep te gaan werken. „Op dag één mag groep A naar school en blijft groep B thuis en op dag twee is het omgekeerd. Op hun schooldag krijgen kinderen ook lesinstructies voor de dag erna. Belangrijk is dat alle kinderen uit één gezin op dezelfde dag naar school kunnen. Zo ontlasten we ouders maximaal en minimaliseren we het verkeer.” Mogelijk wordt ook met wisselende aankomsttijden gewerkt. Of ouders op het plein mogen komen, is „een detail” dat de school nog moet uitwerken. Dat geldt ook voor de hygiëneregels.

Als de school weer opengaat, moet voor iedereen zo goed mogelijk de veiligheid gewaarborgd zijn, vindt Kole. „Mogelijk zijn er ouders die hun kinderen liever thuishouden of personeelsleden die voor hun gezondheid vrezen. We nemen deze signalen serieus en zullen niet over angst heen regeren. Door weloverwogen te handelen, zoeken we de verbinding. Zo werken we weer aan de rust en stabiliteit op school.”

Iedere leerling weer welkom op school

Tot zijn verrassing hoorde Marco Aarnoudse dinsdag dat speciaal onderwijs in de basisschoolleeftijd volledig open mag per 11 mei. Dat betekent dat De Akker in Sliedrecht, waarvan hij directeur is, de komende weken gaat gebruiken om dat mogelijk te maken.

„Ik haal mijn energie niet uit videolessen en bureauwerk”, zei een collega afgelopen week tegen Aarnoudse. „We staan te popelen om weer te beginnen”, zegt de Sliedrechtse directeur. Tegelijk ziet hij de nodige dilemma’s. „Er zijn docenten die vanwege gezondheidsrisico’s hun kleinkinderen niet mogen zien, maar straks wel een klas moeten runnen. Zij kunnen op begrip rekenen. We zullen niemand dwingen om voor de klas te gaan staan. Maar als de helft straks niet wil komen –wat ik niet verwacht– is er natuurlijk wel een probleem.”

De school hoeft niet grondig op de schop om de komst van de circa 120 leerlingen mogelijk te maken. „Met kinderen is 1,5 meter afstand houden niet realistisch, zei Rutte tijdens de persconferentie. Wel denken we na over eenrichtingsverkeer in de school. De docentenkamer is te klein, maar we kunnen uitwijken naar een aangrenzend kerkgebouw.”

Een reden waarom basisscholen weer open mogen, is dat kinderen vooral uit de directe omgeving komen en zij doorgaans niet hoeven te reizen. Voor De Akker gaat dat niet op, zegt Aarnoudse. „Kinderen komen uit de wijdere omgeving van Sliedrecht en de meesten worden met acht à negen tegelijk per taxibusje gebracht. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de gemeente. Ik ben benieuwd hoe dat wordt opgelost.”