Docenten tobben met dagopening

beeld ANP
2

Hoe moet een christelijke docent een dagopening in het vat gieten? Kan een reformatorische verpleegkundige bidden aan het bed van een patiënt? Op dat soort vragen wil dr. ir. Jan van der Stoep (51) komende jaren antwoorden vinden.

Van der Stoep wordt vrijdag geïnstalleerd als lector ”bezieling en professionaliteit” aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Samen met Woord en Daad en Lelie Zorggroep (Agathos en Curadomi) onderzoekt de CHE-lector in hoeverre de christelijke missie van die organisaties in de praktijk gestalte krijgt.

Verlegenheid en onzekerheid. Die bespeurden Van der Stoep en zijn mede-onderzoekers afgelopen tijd al bij onderzoek naar de vraag hoe christelijke zorgmedewerkers rekening houden met de protestantse grondslag van de instelling waar ze actief zijn. „Hoe verhoudt je christelijke overtuiging zich tot een professionele werkhouding? Dan gaat het om een vraag als: Moet of mag ik met een patiënt bidden aan het bed? Zo’n dertig jaar geleden was het geloof binnen christelijke organisaties een vanzelfsprekendheid. Personeel kreeg een baan op basis van kerklidmaatschap. Een gesprek daarover werd nauwelijks gevoerd. De laatste tien, twintig jaar stellen bijvoorbeeld christelijke zorgorganisaties vaker de vraag: Nemen we onze christelijke identiteit serieus? Wat betekent het geloof in ons concrete handelen op de werkvloer?”

Dr. Jan van der Stoep.  beeld RD, Anton Dommerholt

Eenzelfde worsteling met de identiteit zegt Van der Stoep te bespeuren op zijn ‘eigen’ CHE. „Moet een docent een dagopening doen als in zijn klas verschillende niet-gelovigen zitten? Het klopt dat sommige docenten geen dagopening meer houden. Ja, dat doet mij verdriet. Tegelijkertijd begrijp ik wel dat docenten verlegenheid ervaren. Maar wat me verheugt, is dat we daarover binnen de school het gesprek voeren. Hoe vind je de juiste vorm als docent om iets van je christelijke geloof te laten zien? Kan dat tijdens de lessen? Wil je Bijbelteksten met scherpe kantjes met je studenten bespreken?”

Verwatert de identiteit van de CHE?

„Nee. Ik heb veel gelovige collega’s. Sterker nog, naar mijn idee voeren docenten meer dan voorheen onderling gesprekken over de vraag hoe hun geloof gestalte te geven tijdens hun werk. Het is te makkelijk om te zeggen dat het in het verleden allemaal wel goed zat. Toen maakten docenten vaak gebruik van standaardrituelen. Even een stukje uit een dagboek lezen, terwijl er soms amper écht over het geloof werd gesproken. Als je van de goede kerk lid was, zou het wel goed zitten.”

Praktijk is dat de identiteit van nogal wat van christelijke organisaties door de jaren verbleekte.

„Daarom is het belangrijk dat we op de CHE het gesprek over het geloof gaande houden. Steek telkens de peilstok in je organisatie. Identiteit moet je permanent onderhouden. Aannamebeleid is van wezenlijk belang.

Zonder meteen in iemands privéleven te vissen, zouden nieuwe docenten de vraag moeten krijgen: Wat is uw bijdrage aan de identiteit van onze hogeschool? En hoe verbindt u dat met uw eigen geloofsopvattingen? Van docenten mogen we meer vragen dan slechts respect voor de christelijke identiteit van de CHE.”

2019-06-18-katDI1-dubbelinterviewdriestar-6-FC_webDe Driestar wil zichzelf blijven in hbo-wereld

Van der Stoep doet voor het nieuwe lectoraat ook onderzoek onder docenten die namens een partnerorganisatie van Woord en Daad actief zijn op christelijke scholen in het buitenland. Komende week vertrekt hij naar Bangladesh. Eerder dit jaar stak Van der Stoep zijn licht op op de Filipijnen. Daar sprak hij met zo’n veertig christelijke docenten en studenten op vakscholen. Studenten zijn vaak arm. „Opvallend vond ik de gedrevenheid van de docenten. Vrijmoedig dragen ze hun geloof uit. Ze besteden veel aandacht aan Bijbelstudie, ook al is op hun school niet iedereen christen.”

De docenten zullen tijdens uw verblijf vast hun beste beentje hebben voorgezet?

„Daar was ik me als onderzoeker van bewust. Maar ik kreeg ook van werkgevers in de omgeving te horen dat ze blij waren met de christelijke docenten. Die brengen hun studenten bij dat ze trouw en eerlijk hun werk moeten doen.”