Docent belangrijk bij open toelatingsbeleid

Vrijheid van onderwijs
Lessenmarathon op het Ichthus College in Veenendaal. De school heeft vanouds een open toelatingsbeleid. „Variatie heeft meerwaarde, maar levert wel veel gespreksstof op.” beeld Niek Stam

Het Ichthus College heeft nooit een gesloten toelatingsbeleid gehad. „Dat lijkt me bij een school in een stad als Rotterdam echter veel lastiger dan in het kerkelijke Veenendaal”, zegt bestuurder Jaap van Dam.

Het Ichthus College ontstond begin jaren negentig uit de fusie van twee hervormde mavo’s, waaraan er één inmiddels met een havo/vwo-top was uitgebreid. Bij de fusie werd het bestuur verbreed met leden van drie andere kerken.

Een drempel voor de aanmelding van leerlingen is er nooit geweest. „Juist daarom is ons gesloten benoemingsbeleid zo belangrijk.”

De Veenendaalse school heeft volgens Van Dam dezelfde grondslag als de zeven reformatorische scholengemeenschappen, maar laat alle leerlingen toe van wie de ouders toezeggen de grondslag te respecteren. „Dat betekent ook dat de leerlingen zich naar alle regels voegen en meedoen tijdens de dagopeningen, de godsdienstlessen en de kerst- en paasvieringen. We zijn daar, ook tijdens open dagen, heel duidelijk over. Ik werk hier nu ruim zes jaar en heb nog maar twee keer ouders moeten afwijzen omdat ze dit niet wilden beloven.”

Het open toelatingsbeleid leidt ertoe dat de schoolpopulatie meer diversiteit vertoont dan op scholen die het onderschrijven van de grondslag vragen: 5 procent van de 2000 leerlingen is onkerkelijk, een forse groep behoort tot evangelische stromingen.

„Er zijn drie islamitische kinderen bij, maar niet uit orthodoxe gezinnen. We zien de meerwaarde van de variatie: leerlingen leren naar elkaar te luisteren en respectvol met elkaar om te gaan. Veel van onze leerlingen zaten tot hun twaalfde op een reformatorische basisschool. Het voortgezet onderwijs is toch wat meer een overgangsfase naar het hoger onderwijs, dat vaak niet christelijk is. De middelbare school is dan een oefenplaats voor een diverse samenleving.”

Gespreksstof

De diversiteit onder de leerlingen levert echter veel gespreksstof op. „Verschillende leerlingen uit evangelische kring kennen bijvoorbeeld de volwassendoop, sommigen ook de herdoop van mensen die als kind zijn gedoopt. Andere leerlingen komen uit kerken waarin de waarde van de kinderdoop wordt benadrukt. Ook over homoseksualiteit is er discussie: een deel van de leerlingen behoort tot groeperingen waar relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht positief worden beoordeeld.”

Tijdens de discussies wordt er algauw naar de mening van de docent gevraagd, zegt Van Dam. „Daarom is het zo belangrijk dat personeelsleden de grondslag wel moeten onderschrijven. De leraar is echt een identificatiefiguur en mag ook ronduit zijn mening geven. Wel bespreken we als personeel onderling hóé je dat doet: principieel duidelijk zijn, maar zonder te kwetsen. Dat is soms best ingewikkeld.”

Identificatiefiguur

De meeste leerlingen komen uit gezinnen die achter de grondslag van de school staan. „We hebben 1000 leerlingen uit Veenendaal, 500 uit Ede, 500 uit omliggende dorpen, tot Houten toe. Binnen Veenendaal is het overzichtelijk: naast het Ichthus College zijn er een openbare en een algemeen christelijke scholengemeenschap. Daardoor ontstaat er een natuurlijke verdeling en komt slechts een minderheid van de leerlingen uit gezinnen die de grondslag niet zouden willen onderschrijven. Een school in het westen van het land zal bij een open toelatingsbeleid waarschijnlijk veel meer variëteit hebben dan wij.”

Bezorgdheid

Al heeft een eventueel verbod op een gesloten toelatingsbeleid geen gevolgen voor de Veenendaalse school, Van Dam zegt de discussie wel „met grote bezorgdheid” te volgen. „Mag je in Nederland over bepaalde zaken nog anders denken? De tolerantie lijkt niet zo groot.”

Het stelt teleur als minister Slob binnen 24 uur een draai maakt, zegt de schoolbestuurder. „Je vreest dat de benoeming van het personeel het volgende is wat ter discussie komt te staan. Misschien zijn we als scholen wel te tam geweest; laten we de krachten bundelen en een eenduidig, duidelijk geluid laten klinken richting de seculiere buitenwacht.”

Van Dam hoopte dat het Kamerdebat van afgelopen week over burgerschapsvorming in het voortgezet onderwijs „diepgravender” zou zijn. „Het werd nu heel snel verengd tot een discussie over homoseksualiteit. Dat doet het vak burgerschapsvorming, waarin je leerlingen heel veel kunt meegeven, geen recht.”

De discussie in de Tweede Kamer is binnen het Ichthus College het gesprek van de dag. „Ik heb de afgelopen week met verschillende homoseksuele leerlingen en oud-leerlingen van onze school gesproken. Ik spreek liever mét dan over hen”, zegt Van Dam. „Het deed me goed dat ze begrip toonden voor ons standpunt, maar ook dat ze me willen helpen bij het bevorderen van een veilig klimaat op school.”

Veilig klimaat

Dat blijft volgens de bestuurder van het Ichthus College een aandachtspunt: „Hoe kunnen we homoseksuele leerlingen, en álle jongeren, een veilige plaats bieden.” Bepaald niet alleen op reformatorische scholen: „Ik heb in Veenendaal contact met twee homoseksuele leerlingen van de openbare scholengemeenschap. Van hen hoor ik hoe moeilijk ze het daar hebben. Veiligheid bieden is een opgave voor alle scholen, niet alleen die met een christelijke signatuur.”