Directeur VluchtelingenWerk: Asielzoeker voelt zich vaak niet welkom

Achtergrond
Directeur Dorine Manson van VluchtelingenWerk Nederland. beeld VWM VWM

AMSTERDAM. Van Vietnamese bootvluchtelingen tot Syriërs die het geweld in hun land zijn ontvlucht. VluchtelingenWerk Nederland begeleidt hen al 
35 jaar. „Onze vrijwilligers zijn vaak de eersten die aan een vluchteling vragen: Hoe gaat het met je?”

Uitgeweken Chilenen en Vietnamezen vroegen in 1979 vooral de aandacht van VluchtelingenWerk Nederland (VWN), dat in dat jaar ontstond door een fusie van diverse kerkelijke en politieke organisaties. Op dit moment behartigt het de belangen van ruim 35.000 asielzoekers uit landen als Syrië, Irak, Afghanistan en Eritrea.

Sinds de oprichting begeleidde VWN –450 beroepskrachten, 6700 vrijwilligers– meer dan 200.000 mensen die in Nederland asiel aanvroegen. Morgen viert het op een symposium in Driebergen, in aanwezigheid van minister Asscher (Sociale Zaken) en staatssecretaris Teeven (Justitie), zijn 35-jarig bestaan. „We zijn nog steeds hard nodig”, stelt directeur Dorine Manson vast.

Wat was de meest bewogen periode in de afgelopen 35 jaar?

„De jaren negentig, toen vanwege de Balkanoorlog asielzoekers massaal naar Nederland kwamen. Het maatschappelijk klimaat was toen anders dan nu. Mensen verbouwden spontaan hun garage om vluchtelingen op te vangen. Op dit moment beleven we ook een hectische tijd. Soms horen we op donderdag dat er de dinsdag daarop ergens een nieuw azc opengaat. Daar moeten dan vrijwilligers klaarstaan om asielzoekers voorlichting te geven en te helpen bij hun asielprocedure. Gelukkig lukt dat nog steeds wonderwel.”

Hoe typeert u het huidige maatschappelijk klimaat?

„Gepolariseerd. Het asielbeleid is altijd een beladen onderwerp geweest, maar zeker in deze tijd. We horen geregeld van vluchte­lingen dat ze zich hier niet welkom voelen. Vroeger waren buren vaak enthousiast als een vluchte­ling naast hen kwam wonen. Tegenwoordig reageert de buurt vaker negatief. Maar er zijn gelukkig ook hartverwarmende reacties. In Zwolle zamelden inwoners recent bijvoorbeeld spullen in en organiseerden ze een voetbaltoernooi toen er een noodopvang in de IJsselhallen kwam.”

Regelmatig wordt gezegd dat Nederland tegen de grenzen van de opvangmogelijkheden aanloopt.

„We moeten een logistiek en organisatorisch probleem niet vermengen met de plicht die we als rijk en beschaafd land hebben om mensen die bescherming nodig hebben gastvrij te ontvangen. Nederland heeft een groot organisatietalent. Ten tijde van de Balkanoorlog konden we 54.000 mensen per jaar aan, heel wat meer dan nu. We hebben de grens van onze mogelijkheden nog lang niet bereikt.”

Aan de wieg van VWN stonden onder meer kerkelijke organisaties. Hoe groot is de betrokkenheid vanuit de kerken nu?

„Bij de oprichting van Vluchte­lingenWerk werkten diverse kerkelijke instanties samen met mensenrechteninstellingen. Nog steeds hebben we veel vrijwilligers die zich vanuit een religieuze overtuiging voor ons werk inzetten. En als het gaat om bijvoorbeeld gezinshereniging werken we samen met noodfondsen vanuit kerken. De kerkelijke betrokkenheid is nog steeds groot.”

Wat is het belangrijkste dat uw orga­nisatie heeft bereikt?

„Het generaal pardon voor 
27.000 asielzoekers uit diverse landen in 2007. Daarvoor hebben we ons samen met kerkelijke en maatschappelijke organisaties jarenlang ingezet. Bij de asiel­zoekers zelf springt vooral de inzet van onze vrijwilligers in het oog. Dan gaat het niet allereerst om praktische hulp bij bijvoorbeeld de asielprocedure, maar vooral om het contact van mens tot mens, om de vraag: hoe gaat het met je? Daardoor voelen asielzoekers zich in een vreemd land als mens gezien.”

Waar ligt uw grootste zorg?

„Uit de IntegratieBarometer, die we morgen aan staatssecretaris Teeven overhandigen, blijkt dat we te veel drempels opwerpen om mensen die hier als vluchteling zijn toegelaten snel te laten integreren zodat ze een bijdrage aan onze samenleving kunnen leveren. Er verblijven op dit moment bijvoorbeeld ruim 7000 vluchtelingen met een verblijfsvergunning in asielzoekerscentra omdat er onvoldoende sociale huurwoningen beschikbaar zijn. Dat bemoeilijkt de integratie. Ook hebben mensen meer begeleiding nodig nadat ze als vluchteling zijn toegelaten. Natuurlijk hebben ze een eigen verantwoordelijkheid om te integreren, maar een groot deel van deze groep kan deze taak niet zelfstandig op­pakken.”

Met welk verjaardagscadeau kan staatssecretaris Teeven VWN het meest blij maken?

„Concreet en praktisch denk ik aan de asielzoekers die in 2007 onder het generaal pardon vielen en in 2009 met aanvullende regels te maken kregen. Zij lopen nu tegen allerlei belemmeringen aan bij hun naturalisatie, bijvoorbeeld omdat ze documenten uit hun geboorteland moeten tonen waar ze niet aan kunnen komen. Ik zou zeggen: Geef die 21.000 mensen hun paspoort.”

Welke ontmoeting met een asiel­zoeker bleef u zelf het meest bij?

„Indrukwekkend was een ontmoeting met een vrouw die smet een pleegkind uit Eritrea was gevlucht. Ze wilde haar eigen kind dat nog in een vluchtelingen­kamp in Afrika zat naar Neder­land laten overkomen. Toen ze van de IND bericht kreeg dat die aanvraag was afgewezen, barstte ze in huilen uit. Zoiets grijpt mij als moeder naar de keel.”