Directeur Bond tegen vloeken: Wie vloekt, besmeurt zichzelf

Verboom. beeld Bond tegen vloeken Bond tegen vloeken

VEENENDAAL. Klachten over vloeken systematisch verzamelen, om des te gerichter actie te kunnen ondernemen. Met dat doel lanceert de Bond tegen vloeken het Meldpunt Vloeken. „We sluiten aan bij een gevoel dat er al is.”

De debatcultuur in Nederland lijkt steeds ruwer te worden. Het dramatische verloop op sommige inspraakavonden over de komst van asielzoekerscentra is daar een voorbeeld van. Dat de Bond tegen vloeken het desondanks aandurft een meldpunt te lanceren, lijkt op het eerste gezicht dan ook een waagstuk eerste klas.

„Niets is minder waar”, zegt echter directeur Wilfried Verboom van de organisatie. Hij verwijst naar een artikel uit de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Daaruit blijkt dat publieke figuren, zoals cabaretiers of veelvuldig door de media geraadpleegde experts juist op meer waardering kunnen rekenen, naarmate ze meer fatsoen uitstralen. „De fatsoenlijken zijn in de meerderheid”, constateerde de krant.

Over Verbooms organisatie schreef de Volkskrant letterlijk: „Vroeger hield de Bond tegen vloeken ons voor dat vloeken een gewoonte is die mensen snel geneigd zijn van elkaar over te nemen. Nu verspreidt hij posters (van mensen die in onfortuinlijke situaties verkeren) met informatie van onderzoeksbureaus waaruit blijkt dat 70 procent van de Nederlanders vloeken als hinderlijk ervaart, dat 61 procent meent dat schelden op de werkvloer uit den boze zou moeten zijn en dat 70 procent van de jongeren zich ‘gelukkig’ verontschuldigt als ze worden aangesproken op grof taalgebruik.”

Elkaar aanspreken op godslasterlijk taalgebruik mag weer?

Verboom: „Absoluut. Laatst werd ik gebeld door een clubje moeders, niet-christelijke overigens, die aanstoot namen aan een reclamebord van een bedrijf bij de school van hun kinderen, omdat er een vloek op stond. Namens die moeders hebben wij bij dat bedrijf aan de bel getrokken, met als gevolg dat het bord is weggehaald.

En misschien mag ik ook verwijzen naar ons jaarlijkse kinderboekenonderzoek. Elk jaar stellen wij een overzicht samen, waarin titels van kinderboeken waarin wordt gevloekt concreet worden genoemd. Wij merken dat het aantal boeken dat over de schreef gaat sindsdien elk jaar kleiner is geworden. Vorig jaar kwam in tweederde van de nieuwe kinderboeken zelfs in het geheel geen vloek meer voor.”

Stel, bij het meldpunt komt een reeks klachten binnen over een nieuwe reclameposter, of een nieuwe tv-serie. Met welke argumenten verzoekt u het bedrijf of de producent in kwestie dan om daar wat aan te doen?

„De lijn die we dan zullen volgen, is: U bedoelde het misschien niet zo, maar met dit taalgebruik trapt u een bevolkingsgroep enorm op het hart. Onze ervaring is dat veel organisaties dan reageren met: O, excuses. Dat was zeker niet de bedoeling. Van belang is verder dat we als bond ook over de benodigde deskundigheid beschikken om bedrijven te leren communiceren zonder krachttermen. In companytrainingen en dergelijke kunnen we meteen aanbieden. Onze interventies worden daardoor niet meer zozeer ervaren als een vermaning met een opgeheven vingertje, meer als een handreiking.”

In hoeverre kiest u voor dit initiatief om bij uw christelijke achterban in beeld te blijven?

Lachend: „Dat is uiteraard ook een van de argumenten, daar draai ik niet omheen. Onze achterban verwacht van ons terecht actie als mensen of instanties zich te buiten gaan aan vloeken. Welnu, dankzij dit initiatief kan er vanaf nu 24 uur per dag melding worden gedaan. Kom maar op.”

Het meldpunt benoemt als belangrijkste doelstelling van de bond: „Nederland mooier maken.” Waarom is dat op die manier geformuleerd?

„We verwoorden dat zo omdat we oprecht van mening zijn dat mensen die vloeken zichzelf vies maken, besmeuren. Wie vloekt, doet ons pijn en onteert God. Nederland wordt er vuiler door.”