Debat over windmolens „radicaliseert”

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid noemt verschillende acties tegen windmolens in het afgelopen jaar extremisme. beeld ANP, Lex van Lieshout

Een opvallende passage in een recent terrorismerapport: acties tegen de plaatsing van windmolens radicaliseren tot „extremisme.”

De acties tegen windmolens zijn het laatste jaar „geradicaliseerd.” Dat stelt het rapport ”Dreigingsbeeld terrorisme Nederland” in een paragraaf over extremisme in Nederland. Het onderzoek werd maandag gepubliceerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

Volgens woordvoerder Lodewijk Hekking van de NCTV gaat het om „buitenwettelijke acties.” Het rapport spreekt over bedreiging, intimidatie en vernieling. De provincies Groningen en Drenthe worden met name genoemd. In juli ontvingen bedrijven die betrokken zijn bij de ontwikkeling van windparken in deze regio een dreigbrief. In 2016 ging een schuur van een van de voorstanders van een windpark in vlammen op door brandstichting. Ook werd schrikdraad rond weilanden losgeknipt waardoor vee wegliep. Betrokkenen suggereerden in de media een verband met het windmolendebat.

Hoewel de passage over windmolens voorkomt in een terrorismerapport, benadrukt Hekking desgevraagd dat er geen sprake is van terreur. „Het gaat in deze paragraaf om extremisme, dat is iets anders dan terrorisme. Dit is niet de reden van het hoge dreigingsniveau in Nederland. Wel is de politie er alert op, omdat het kan leiden tot geweld.”

Jan Nieboer van Platform Storm en Tegenwind Veenkoloniën reageerde maandag bij RTV Drenthe op het NCTV-rapport. Hij herkent de radicalisering: „Ik heb gehoord dat er mensen zijn die al handgranaten en andere explosieven hebben gekocht.”

Tegenstanders van windmolens vrezen bijvoorbeeld landschapsvervuiling en gezondheidsproblemen. De NCTV signaleert extremistisch verzet in meer Europese landen. In Frankrijk werden dit jaar diverse windmolens in brand gestoken, wat leidde tot miljoenen euro’s schade.