De verdwenen Joden van Elburg krijgen een gezicht

Kunstenaar Amos van Gelder exposeert in de sjoel van Elburg met de tentoonstelling "De getekenden". Hij schilderde dit familieportret van zijn voorgeslacht, de familie Cohen. beeld André Dorst
4

Elburg heeft een sjoel, maar sinds de Tweede Wereldoorlog geen Joodse gemeenschap meer. Kunstenaar Amos van Gelder wil het verhaal van de omgekomen Joden vertellen. Uit Joods perspectief.

„Mijn ouders noemden mij Leo Ferdinand Waaker. Ik ben vermoord toen ik nog maar zes jaar oud was. Vader had me verteld dat ik recht in de ogen van mijn haters moest kijken. Het enige wat ik zag, was slechtheid en duisternis.” De tekst staat in Hebreeuwse letters geschilderd om het hoofd van een kleine jongen. Als een aureool. Zijn vader, Isaäc Waaker, was de laatste rabbijn van Elburg. Het gezin Waaker werd omgebracht in Auschwitz. Hun portret maakt deel uit van de tentoonstelling ”De getekenden”. Zaterdag gaat de expositie van Amos van Gelder (58) van start in de Elburgse sjoel.

„Toen ik Elburg voor het eerst bezocht, viel dit mij vooral op: er is wel een synagoge, maar geen gemeenschap”, vertelt kunstenaar Van Gelder. „En het verhaal over de Joden wordt verteld door niet-Joden. De Joden zelf zijn de grote afwezigen. Ik wil met mijn werk de verdwenen gemeenschap een gezicht geven.”

Familiegeschiedenis

Van Gelder werd geboren in Israël en vestigde zich in 1990 in Nederland, het land van zijn voorouders. In zijn expositie verbindt hij de geschiedenis van de Elburgse Joden met zijn eigen Joodse wortels. Hij dompelde zich onder in zijn familiehistorie. Recht tegenover het Elburgse gezin Waaker hangt een portret van de Deventer familie Cohen, het voorgeslacht van de kunstenaar. Ieder familielid heeft een aureool waarin Van Gelder hun persoonlijke levensverhaal opschreef. Vanaf de voorste rij op het portret blikt een jongen onbevangen in de camera. Het is de vader van Van Gelder.

De kunstenaar baseerde zijn schilderijen op twee foto’s, beide genomen in 1939. Vlak voor de oorlog. Van de geportretteerde familie Cohen kwam de helft om in vernietigingskampen. Van Gelder: „De Nederlandse kant van mijn familie droeg een verdriet mee dat ik niet kon begrijpen. Hun verhaal voelde voor mij als een mythe. Maar door het werken aan deze expositie zijn het normale mensen voor me geworden met een concrete geschiedenis. Het drama van hun leven werd onderdeel van mijn leven.”

Sinaï

Het woord mythe is gevallen. Het is de rode draad van de tentoonstelling. Rond de familiefoto’s hangen abstracte landschappen, waarin Van Gelder kernpunten in de Joodse geschiedenis verbeeldde. Een reusachtige vulkaan spuwt Hebreeuwse letters uit: de wetgeving op de Sinaï. De kunstenaar wijst een aantal woorden aan. „Hier staat: „Ik ben de Heere, uw God.” En direct erachter de vraag: „Waar bent U?”” Het gaat om mythische verhalen, zegt Van Gelder, waar je de data niet meer van weet. „Dan dringt de vraag zich op: wat is geschiedenis en wat zijn herinneringen die we zelf hebben gecreëerd?”

Op de achtergrond klinkt pianospel. Terwijl Van Gelder zijn schilderijen maakte, componeerde en speelde de Joodse pianist Amit Gur. Zo ontstond een wisselwerking tussen geluid en beeld. Van Gelder: „Wanneer ik de muziek hoor, zie ik gelijk de beelden voor me. Als ik mijn werk goed heb gedaan, vertrekken bezoekers hier met ontroering. En met de vraag: wat weet ik eigenlijk van deze geschiedenis?”

De expositie ”De getekenden” is tot 5 januari te zien in de sjoel van Elburg.