De stad boeit, het bos geeft rust

”Herfst in de Morvan”. beeld uit besproken boek
5

Volgens kunstschilder Jan Pieter Foppen is de laatste vijf jaar zijn werk veranderd. „Dat gaat niet heel snel, maar het gebeurt wel. Dat wil ik mensen laten zien. Wat ik toen schilderde wil ik nu niet meer.” Reden voor een nieuw boek en een solotentoonstelling in Slot Zeist.

Het draait bij Foppen (1972) nog steeds om de lichtval op het dagelijks leven. Hij is ook nog de hedendaagse impressionist bij wie de werkelijkheid het steeds moet opnemen tegen de ervaring: „Ik zoek naar een vorm van weergeven in verf hoe ik de dingen zie, voel, ervaar.” In een snelle, meestal brede toets haalt hij licht, kleur en sfeer tevoorschijn uit alledaagse taferelen: stadse parken, pleinen en terrassen. „Mijn inspiratie vind ik uiteindelijk niet op het lege doek, maar in hetgeen ik buiten zie. Dát wil ik vastleggen, laten zien, vertellen! Ik ben wat dat betreft een beetje een chroniqueur van de atmosfeer.”

Jan Pieter Foppen is zoon van een rasechte Amsterdammer die met zijn bestelbusje eipoeder bezorgde bij de bakkerijen in de stad. Een vrijbuiter die zich graag onderdompelde –ook toen hij allang in Harderwijk was terechtgekomen– in de levendige drukte van de hoofdstad. Van hem leert Jan Pieter „de stad te ademen.” In de stad is vrijheid. Niets is raar en niemand kijkt je aan op hoe je eruitziet. Dat maakt ook voor hem de stad zo aantrekkelijk, ongeacht of het Amsterdam of Parijs is.

Grote voorbeelden zijn voor Foppen Nederlandse impressionisten zoals Georg Breitner, Isaac Israëls en Jan Hendrik Weissenbruch, die het leven in de stad vastlegden in vaak grijze en groene, soms sombere tinten. Maar evenzeer Franse impressionisten zoals Édouard Manet, Claude Monet en Paul Cézanne, die de zonovergoten steden maar ook de Zuid-Franse landschappen vol licht en kleur in snelle penseelstreken, met brede toets, neerzetten op het doek. Altijd zoekend naar dat ene moment waarop ‘het’ gebeurt. Waarop de essentie kan worden gevangen.

Verdieping

Toch verschuift er iets in het werk van Foppen. De onderwerpkeuze verandert langzamerhand, en daarmee verdiept zich de verstilling van het licht in zijn schilderijen. De stadsmens Foppen lijkt wat moe te raken van de altijd prikkelende drukte en beweeglijkheid van de stad. De geluiden en de snel veranderende beelden verliezen, hoewel ze hem blijven boeien en overweldigen, langzaam iets van hun bekoring. De duurzame, traag veranderende natuur met haar duizenden lichtschakeringen wint steeds meer terrein in het leven van de schilder.

Niet lang geleden „was ik in Parijs. Die stad blijft me boeien. Als ik zo’n prachtige luifel zie, dan gaat er iets trillen.” In een interview vijf jaar geleden wees Foppen er ook al op: „Veel christenen bespeuren de Schepper in de natuur, maar ik heb dat ook in de stad. Ik zie schoonheid in Brussel, als het licht op de kasseien valt. Ik zie ook schoonheid bij het winkelende publiek, hoe plat dat misschien ook klinkt. Nee, voor mij geen geïdealiseerde reeënkop.” „Maar het zinderende stadsleven met zijn eigen rumoer”, zegt Foppen in zijn nieuwste boek, gunt niemand stilte. „Ik zoek nu andere plaatsen op, zoek meer rust.”

Foppen wil de dagelijkse werkelijkheid blijven schilderen, maar vooral „de schilderachtige eeuwigheid die erin ligt, vastleggen.” In de bosschilderijen zoekt hij die diepgang. „Eigenlijk heb ik in ”Sous Bois” iets gevonden.” Het is een doek met wat bomen, gevangen in dwarrelig licht. Herkenbaar en tegelijk verrassend verwonderend. „Dat is wat ik heel graag wil. Ik heb een onderwerp als ”bomen” niet bewust gezocht. Het onderwerp drong zich op een gegeven moment aan me op. In deze schilderijen wil ik de essentie raken, iets wat me bij het stadsgezicht nog niet lukt.”

Zacht van lijn

Uren dwaalt de schilder, gewapend met fototoestel, door de Morvan, een natuurpark in de Franse Bourgogne. „Er zijn natuurgebieden in Europa die ongetwijfeld veel aantrekkelijker zijn dan de Morvan, maar juist dat rustige, mijmerende, glooiende trekt me.” Het landschap is zacht van lijn. Geen harde Oostenrijkse bergen. Geen landschappen die je verpletterd doen staan en zich aan je opdringen.

Foppen heeft inmiddels een oud postkantoor in de Morvan gekocht en opgeknapt. Vijfmaal per jaar is hij er met zijn gezin te vinden. Dan ontdekt hij de kleine, stille dorpen die vragen om kleine doeken. „Geen explosies van kleur, groots op het doek gezet, zoals bij Amsterdamse of Parijse gezichten. Nee, de liefelijke ochtendzon die de gevels wakker kust. De afgebladderde muurverf, ooit vakkundig opgebracht, komt aan het licht. De eeuwigheid kust de vergankelijkheid. Alles ademt de sfeer van lang geleden.”

Eigen metier

Foppen wil vooral Foppen zijn; eigen en authentiek. „Aan de plaatjes die ik in mijn hoofd maak, wil ik iets toevoegen. Het moet minder herkenbaar zijn, het moet persoonlijker. Ik zoek een eigen metier. In mijn werk moet te zien zijn dat het typisch Jan Pieter Foppen is. Dat heb ik nog niet voldoende.”

„Ik heb altijd een geweten dat op mijn schouder zit en meekijkt met wat ik doe. Dat vraagt me of ik me niet aan het herhalen ben. Als iemand concludeert dat ik dat wel doe, dan snijdt dat door m’n ziel. Als kunstenaar wil ik authentiek zijn. Ik zoek naar een vorm van weergeven in verf van hoe ik de dingen zie, voel, ervaar. Het kan zijn dat abstract werken straks nog de enige mogelijkheid is.”

”Jan Pieter Foppen, hedendaags impressionist. Het licht gezien”, is tot en met 8 december te zien in de culturele vleugel van Slot Zeist.

Het licht gezien

Met zijn impressionistische schilderijen heeft Foppen zijn naam gevestigd. Op dit moment hangt zijn werk op een tentoonstelling in Slot Zeist. Eerder exposeerde hij in veel plaatsen in Nederland, België en Duitsland, in galeries en op kunstbeurzen. In 2016 opende de schilder een eigen galerie met atelier in Wijk bij Duurstede. In 2012 verscheen een boek over de schilder: ”Jan Pieter Foppen, schilder van licht en leven”. Vijf jaar later geeft Waanders in Zwolle opnieuw een boek uit: „Jan Pieter Foppen, hedendaags impressionist. Het licht gezien”.

”Jan Pieter Foppen, hedendaags impressionist. Het licht gezien”, Teo van den Brink; uitg. Waanders, Zwolle, 2017; ISBN 978 94 6262 164 0; 104 blz.; € 22,50.