De nieuwe lichting schakelaars

beeld HHJO
16

Ze behoren al tot de generatie Z – en dan blijken ze ook nog eens verbinders, schakelaars en ontkoppelaars. Refojongeren. Bron van onderzoek, bron van zorg, bron van hoop.

Hoevelaken, zaterdagochtend 7 maart. Even na negenen komen vier auto’s in een rijtje het parkeerterrein van het Van Lodenstein College op rijden. De blikken op wielen staan amper stil als de portieren worden geopend. Vrolijk kwebbelende tieners stappen uit, groeperen zich en lopen naar de ingang van de school. Het toneel herhaalt zich zo’n twintig keer.

Het gebouw in Hoevelaken is vandaag het podium van de jongerendag 16-, georganiseerd door de Hersteld Hervormde Jongerenorganisatie (HHJO). De groepjes pubers zijn kerkelijke jeugdverenigingen vanuit het hele land, hun chauffeurs de jv-leiders.

De aula stroomt langzaam vol. Om kwart voor tien neemt Henco van Ee plaats achter de katheder die voor in de zaal staat. Na een welkomstwoord geeft de jeugdwerkleider van de HHJO Psalm 25 vers 2 op. Onder begeleiding van orgel en trompet zingen ruim 400 jongeren even later: „Heer’, ai, maak mij Uwe wegen, door Uw woord en Geest bekend.”

beeld HHJO

Wie zijn deze jongeren die vanuit het hele land zich op een zaterdagmorgen verzamelen om psalmen te zingen, naar de Bijbelse boodschap te luisteren en met elkaar over wezenlijke onderwerpen na te denken? Hoe verhouden ze zich tot een seculiere maatschappij? Wat vinden ze van de kerk? Hoe is hun mediagebruik? Tal van studies hebben de afgelopen decennia antwoorden gezocht op dit soort vragen. Vooral de laatste jaren was de onderzoekshonger groot.

Eind april nog bracht het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC) onderzoeksresultaten naar buiten over het missionair bewustzijn en handelen van jongeren. Elsbeth Visser-Vogel leidde de studie namens het OJKC – verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit. De uitgezette enquête werd 1500 keer ingevuld. Uit de antwoorden bleek dat jongeren „in theorie geen problemen hebben met het overtuigen van andersdenkenden.” Tegelijk verbinden ze missionair zijn met relaties, respect hebben, niet veroordelen en een ander in zijn waarde laten.

Visser-Vogel publiceerde ruim een jaar geleden ook al een onderzoek, over de verinnerlijking van het reformatorische gedachtegoed onder vwo’ers. Net als (v)mbo’ers blijken de bijna 900 geënquêteerden het geloof weinig te onderzoeken en bevragen. Daardoor is hun identiteit wankel. Het ontbreekt namelijk aan een doorleefde, persoonlijke overtuiging.

Eind 2019 kwam het practoraat ”Onderwijs online” van het Hoornbeeck College met cijfers over mediagebruik onder reformatorische jeugd. Uitkomst: voor 71 procent van de refotieners is de Bijbel niet richtinggevend in hun internetgebruik. In opdracht van internetaanbieder Kliksafe deden de Universiteit van Amsterdam en bureau Jeugd en Media in 2017 en 2018 ook al onderzoek naar het onlinegedrag van refojongeren. De 800 deelnemers bleken minder mediawijs dan hun seculiere leeftijdsgenoten.

Omslag

Waarom zijn reformatorische jongeren zo vaak het doelwit van onderzoekers? Volgens Wim Fieret, voormalig lector identiteitsontwikkeling van het Hoornbeeck College, zijn er twee redenen. „Een praktische oorzaak is dat refopubers goed georganiseerd op scholen en in kerken zitten. Daardoor kun je makkelijk representatief onderzoek doen.”

De andere oorzaak is pedagogisch van aard. „Kerken en scholen signaleerden de afgelopen decennia dat bepaalde seculiere waarden in toenemende mate de denkwereld van reformatorische jongeren binnendrongen. Steeds meer jongeren legaliseerden bijvoorbeeld on-Bijbelse relaties. Seks voor het huwelijk werd steeds meer geaccepteerd. Door onderzoek te doen, probeerden ouders, kerken en scholen te achterhalen: Hoe heeft dit kunnen gebeuren? En hoe moeten we hiermee omgaan?”

Wim Fieret. beeld RD

Fieret voerde zelf een van de grootste onderzoeken ooit onder reformatorische jongeren aan. ”Vorming onder spanning: refojongeren in de moderne cultuur” is de naam van het onderzoek, dat tussen 2011 en 2015 werd uitgevoerd door het lectoraat ”Werken aan de Opdracht” van het Hoornbeeck College. Onder leiding van Fieret werden 1600 jongeren, 680 ouders en 146 ambtsdragers geënquêteerd. Met tientallen deelnemers werden interviews gehouden.

Schakelaars

Fierets studie verdeelt reformatorische jongeren in drie groepen: verbinders, schakelaars en ontkoppelaars. Het merendeel van de reformatorische jeugd behoort tot de tweede categorie. „Tijdens mijn onderzoek ging het om 70 procent. Dat percentage zal inmiddels gestegen zijn”, vermoedt de onderzoeker.

Even op een rij

(Artikel gaat onder het kader verder)

  • Verbinders proberen op een serieuze manier een verbinding te leggen tussen de Bijbelse waarden en normen en hun dagelijks leven. Ze luisteren klassieke of christelijke muziek en houden stille tijd voor ze naar bed gaan.
  • Schakelaars schakelen tussen het Bijbelse en het seculiere waardepatroon. Daarbij voelen ze geen spanning. Netflixen kan samengaan met het instemmen met de Bijbelse waarheden.
  • Ontkoppelaars hebben hun denken en daden losgekoppeld van de Bijbelse waarden en normen. Voor hen heeft de Bijbel vrijwel geen betekenis meer.

2015-01-02-pkFLE2-WimFieret-5-FC-V_webDr. Wim Fieret: Jongeren inspireren mij

Schakelen gebeurt niet bewust, het is een way of life, zegt Fieret. „Een docent vertelde me onlangs iets; dat was schakelen in optima forma. Hij had een dagopening gehouden die anders was dan normaal. Er was eerbied en de leerlingen waren ernstig. Hier gebeurt iets, voelde hij. Dit zullen ze de rest van de dag wel bij zich dragen. Maar zodra de Bijbels dicht waren, ging het over een tv-uitzending van de avond ervoor. Hij vroeg zijn leerlingen: „Is dit belangrijk in het licht van waar we het net over hadden?” Ze keken hem vreemd aan en vroegen: „Wat is er dan mis met zo’n programma?” De docent en het merendeel van zijn leerlingen zaten duidelijk niet op één lijn.”

Dat geschakel doet weleens pijn, blijkt uit acht diepte-interviews, in 2019 gehouden in verband met een afstudeeronderzoek aan Hogeschool Windesheim. Zomaar een citaat van een 16-jarige: „Doordeweeks luister ik naar popmuziek. Gewoon, omdat het lekker is. Maar als we dan met jeugdvereniging mooie liederen zingen, kan ik me weleens voor m’n kop slaan. Waarom staat mijn telefoon vol met goddeloze troep, denk ik dan. Helaas is dat gevoel maandag vaak weer weg.”

beeld HHJO

Sociale media

De aula van het Lodenstein College in Hoevelaken stroomt leeg. Zojuist hield een van de aanwezige predikanten een appelwoord over het thema van de bijeenkomst: ”Op reis”. Nu is het tijd voor appelflappen en koffie.

Het is gezellig rumoerig in de grote hal van de school. Op een stenen muurtje zit een rits vriendinnen na te praten over de zojuist gehoorde meditatie. Achter hen is een tweetal jongens bezig met hun telefoon. Ze scrollen door tijdlijnen van sociale media. Komt er een grappige afbeelding of video langs, dan laten ze die elkaar zien.

„Sociale media hebben jongeren veranderd”, meent ds. C. J. Meeuse. De predikant van de Gereformeerde Gemeenten heeft veel met jongeren te maken gehad. Hij stond 10 jaar voor de klas en gaf 35 jaar catechisatie. Sinds twee jaar is hij met emeritaat. „Veel jongeren leven deels in een virtuele wereld die heel ver afstaat van het reformatorische gedachtegoed. De laatste jaren had ik het idee dat ik een groot aantal haast niet meer kon bereiken. Gelukkig waren er ook anderen.”

Ds. Meeuse. beeld Cees van der Wal

Zijn moderne media de oorzaak van schakelgedrag? Of bestonden schakelaars dertig, veertig jaar geleden ook al? „Absoluut”, stelt Jan van Klinken. De voormalig verslaggever van het Reformatorisch Dagblad moet denken aan bijeenkomsten die De Oude Duikenburg in de jaren 80 op zaterdagavond organiseerde voor reformatorische jongeren. „Dat deed het restaurant in Echteld op verzoek van een naburige kerkenraad, om jongeren uit wereldse horecagelegenheden te houden. De eerste avonden hadden een onschuldig karakter en werden maar matig bezocht. Later kregen de bijeenkomsten meer het karakter van een uitgaansgelegenheid. Het Betuwse fenomeen vond al snel navolging op andere plekken in het land ”

Voor een verslag in de krant bezochten Van Klinken en een collega de reformatorische gezelligheid. „De reportage riep tientallen verontruste reacties op. Veel lezers vonden de Duikenburg niet bepaald een degelijke voorbereiding op de zondag. Een deel van de aanwezigen dronk naar hartenlust. Zo rond elf uur vertrok men in allerijl, om voor middernacht thuis te kunnen zijn. Er was een behoorlijk schakelvermogen nodig om de dag erna met aandacht naar de dominee te kunnen luisteren.”

Klik hier voor een verhaal uit 1987 over de jongerenavonden in De Oude Duikenburg.

Generatie Z

Wat dertig jaar geleden speelde, lijkt alleen maar sterker geworden – maar de kloof tussen kerk en wereld is door sociale media geminimaliseerd. Zoals Fieret stelde: Voor jongeren van nu is schakelen „een way of life.” Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. Alle Nederlandse jongeren zijn veranderd. Na generatie Y –millennials, geboren tussen 1986 en 2000– is nu generatie Z aan zet. Zij zijn geboren tussen 2001 en 2015 en groeiden op in het digitale tijdperk. In november 2019 verscheen een boek van psycholoog Jos Ahlers en trendwatcher René Boender over deze nieuwe jeugd: ”Gen Z”.

Volgens Boender en Ahlers denkt generatie Z zo: Gezagsverhoudingen zijn achterhaald, traditionele rolverdelingen ouderwets. Wij doen niet aan hokjesdenken. Iedereen hoort erbij en moet zichzelf kunnen zijn zonder zich te hoeven verantwoorden. Het gaat ons erom of je authentiek bent en of je goed bent in wat je doet.

Z-jongeren gaan wat betreft hun identiteit graag zelf op onderzoek uit, stellen de auteurs van ”Gen Z”. Dat onderzoek doen ze op het web. Ze stellen vragen in onlinegroepen en volgen personen die ze als voorbeeld zien. Overigens vinden ze het niet zo belangrijk om een label te vinden dat bij hen past, ze stellen hun eigen label samen.

Dat eigen label noemt Fieret „een privémoraal.” De gepensioneerde onderzoeker merkte tijdens interviews dat veel reformatorische jongeren zo’n privémoraal ontwikkelen. „Dertig jaar geleden was de Bijbelse norm veel meer leidend voor alle terreinen van het leven. Tegenwoordig is Gods Woord een van de factoren die de privémoraal beïnvloeden. Net als opvoeding, vrienden, informatie op het web en collega’s van het zaterdagbaantje.”

Volgens Fieret kennen al die privémoralen één gemene deler: ”respect to all”. „Ieders keuze en opvatting moet je respecteren, vinden jongeren. Ergens op grond van de Bijbel afkeurend over denken, vinden ze algauw veroordelend en bevoogdend. Dan laat je de ander niet in zijn waarde. Heel postmodern.”

Iemand die het postmoderne denken vaak bij jongeren opmerkt, is Alexander Treur. Hij werkt sinds acht jaar als godsdienstdocent op de Jacobus Fruytier in Apeldoorn. „Een belangrijk uitgangspunt in het postmodernisme is: de werkelijkheid is dat wat je waarneemt. Veel leerlingen denken ook zo. Zij beschouwen en beoordelen de werkelijkheid vanuit zichzelf. Daardoor is het christelijk geloof voor hen niet meer dan een stem in het publieke debat. De Bijbel lijkt op veel jongeren minder invloed te hebben dan Netflix.”

beeld Alexander Treur

Kennisniveau

„Voor wie is de Bijbel onmisbaar?” Een enkele vinger schiet omhoog, vele volgen aarzelend. Drie jongeren steken helemaal geen hand op.

Het groepje 16-minners in lokaal 213 van het Van Lodenstein College doet mee aan de workshop ”De Gids”. Ds. J. Kommerie denkt met de zestien aanwezigen na over hoe de Bijbel als reisgids voor het leven fungeert. In aangrenzende lokalen worden andere workshops gehouden.

„Zou je misschien kunnen vertellen waarom je de Bijbel niet onmisbaar vindt?” vraagt de predikant voorzichtig aan een jongen die zijn vinger roerloos op de tafel liet rusten. „Weet ik niet”, antwoordt de tiener. „Ik lees ’m alleen als het moet, na het eten of zo.”

beeld HHJO

De behoefte aan kennis van de Bijbel en de geloofsleer neemt af, zien ds. Meeuse en Fieret. Laatstgenoemde: „Parate kennis is voor refojongeren met een privémoraal geen vereiste. Hoe ze ergens over denken, is niet afhankelijk van een externe norm. Kennis over die norm vinden ze daarom onnodig.” Nuancerend: „Jongeren verheffen zichzelf tot norm, maar dat doen in feite alle mensen buiten het paradijs. Als God willen zijn – dat is de oerzonde van ons allemaal. Het is genade als dat anders mag zijn.”

Godsdienstdocent Treur merkt bij veel leerlingen een gebrek aan kennis van theologie. „Ik trap regelmatig in de valkuil dat ik ervan uitga dat jongeren wel weten wat bijvoorbeeld de termen rechtvaardigmaking en heiligmaking betekenen. Gelukkig zijn er ook leerlingen die het moeilijk vinden om dogmatische thema’s te verwoorden, maar bij wie je wel een honger naar het Woord aantreft.”

Het dalende kennisniveau komt ook doordat het onderwijs het „ontzettend heeft laten afweten op het gebied van memorisering”, denkt ds. Meeuse. „Welke docent laat tegenwoordig nog hele Bijbelgedeelten uit het hoofd leren? Of de namen van de zonen van Jakob? Of de koningen van het tweestammenrijk? Als je niet van jongs af aan leert om informatie op te slaan, zal het later ook lastig zijn om dogmatische stukken en kernbegrippen uit je hoofd te leren. Dan mis je een kapstok om verdere kennis aan op te hangen.”

Besmet woord

Dogmatiek is voor veel jongeren een besmet woord, merkte Fieret tijdens zijn onderzoek. „Een docent vertelde me dat hij eens een les wilde besteden aan het uitleggen van enkele kernbegrippen uit de geloofsleer. Het werkte niet, er was geen aandacht. Toen de docent vroeg waarom het de jongeren zo weinig interesseerde, opperde een jongen: „Kunnen we niet een beetje gezellig over het geloof praten?” Ze wilden het wel over het geloof hebben, maar dan met de focus op het gevoel.”

HHJO-jeugdwerkleider Van Ee merkt in gesprekken met jongeren dat velen het gevoel tot norm verheffen. „Bijvoorbeeld als je met ze praat over gospelmuziek. De vraag of die stijl verantwoord is, beantwoorden ze vaak met een uitspraak als „Het voelt goed en ik word erdoor bemoedigd. Wat kan er dan mis mee zijn?” Ze redeneren vanuit het subject, terwijl het christelijk geloof draait om zekerheden buiten de mens.”

Henco van Ee. beeld HHJO

Ambtsdragers worstelen hiermee, vertelden ze Fieret. „Zij zeggen: een geloof zonder dogmatiek is als een lichaam zonder skelet; dat heeft geen vastigheid. En in studies over dit onderwerp lees je dat mensen die fundamentele waarden baseren op hun gevoel inderdaad vastigheid missen, erg onzeker zijn. Want je gevoel kan je bedriegen.”

Goud

Ze vinden dogmatiek zinloos, verlustigen zich in seculiere media en accepteren het absolute gezag van de Bijbel niet. Zijn de schakelende reformatorische jongeren van nu voor de kerk een verloren generatie?

Nee, zegt godsdienstdocent Treur. „Als je al die onderzoeken van de afgelopen jaren leest, zou je de moed verliezen. Maar ik zeg altijd: als mensen weinig hoop hebben voor jongeren, werken ze niet in het onderwijs. Ik zie te veel de hand van de Heere om te ontkennen dat Hij ook onder de jeugd werkt. Een teer voorbeeld. Anderhalf jaar geleden getuigde een leerling tijdens een les hoe ze tot verandering was gekomen. Het jaar ervoor had ik in een les over Gods soevereiniteit gesproken, dat de mens niets aan zijn zaligheid kan toedoen. Ze sprak: „Ik haatte wat u toen zei, dat het alles Zijn werk is. Maar de Heere heeft me laten zien dat het eeuwig verloren zou zijn als het anders zou zijn.” Met ernst en bewogenheid riep ze haar klasgenoten op tot bekering.”

Treur roept reformatorische scholen op om in het rooster ruimte vrij te maken voor gesprekken over de kern van het geloof. „Ik ben de Fruytier dankbaar dat zij haar vakdocenten vraagt om het curriculum waar mogelijk af te slanken, zodat er tijd vrijkomt voor toerusting en vorming. Zo kan ik vaker met leerlingen spreken over het goud dat we als christenen in handen hebben. Daar hebben ze behoefte aan. Als je het met ze hebt over verzoening door voldoening, voelen ze: nu gaat het ergens over.”

De huidige lichting refojongeren een verloren generatie? Nee, zegt ook Van Ee. „We vergeten maar al te snel hoe we zelf als tiener waren. In wezen zijn jongeren nooit anders geweest. Dat heeft ook met het puberbrein te maken. Kun je verwachten dat iemand van vijftien goede keuzes gaat maken als je hem niet stuurt?”

Waak in het opvoeden van jongeren voor de maakbaarheidsgedachte, zegt de HHJO’er. „Een onverschillige tiener is net zo ver van het pad af als ieder ander op de brede weg. Wij moeten jongeren de genademiddelen aanreiken, daar wil de Heere door werken, maar de verandering van het hart komt alleen door Gods Geest. Laten we dat niet vergeten. Je kunt als opvoeder niet genoeg op de knieën gaan om te bidden om de werking van die Geest.”

Ook ds. Meeuse wil niet over een verloren generatie spreken. „Zouden wij aan Gods macht twijfelen? Hij kan en zal jongeren erbij houden. Er zijn genoeg hoopvolle signalen. Neem de winterconferenties van de JBGG. Daar komen zo’n honderd jongeren vrijwillig bij elkaar om te praten over geestelijke zaken. En dat zijn geen bezittende, gearriveerde christenen, maar hongerende zielen. Ik kom er altijd bemoedigd vandaan.”

Enthousiast vertelt de predikant verder: „Laatst had ik hier drie knullen van 15, 16 jaar op de bank zitten. Ze moesten voor de jeugdvereniging een inleiding over Calvijn houden. Ze hadden me gebeld met de vraag: wilt u ons helpen? Wat hebben we een fijne middag gehad! Met ernst groeven ze samen in het reformatorische gedachtegoed. Wat was ik blij om dat te zien. Dit is de toekomst van de kerk, dacht ik toen.”

Drie workshoprondes zijn voorbij. Opnieuw vult de aula in Hoevelaken zich. „Hartelijk dank voor jullie betrokkenheid”, prijst Van Ee de aanwezigen. „Ter afsluiting zingen we nog een paar coupletten van het lied ”Eens was ik een vreemd’ling”.” Uit honderden kelen klinkt het even later: „Nu reis ik getroost onder ’t heiligend kruis, naar ’t erfgoed hierboven, naar ’t vaderlijk huis.”

----------

„De zondag is een heilige, apart gezette dag”

Wie zijn die schakelaars? Wat doen ze? Hoe denken ze? Een moment uit het dagelijks leven van Joline Sperling.

Station Schiedam. De blauwe wijzers van de perronklokken schokken naar 13.47 uur. Er waait deze zaterdagmiddag een gure wind door de hal, waar koukleumende reizigers wachten op hun metro of trein.

Op het perron bij spoor 5 wacht Joline (17). Ze beent heen en weer, om de tijd te doden. In de paarse Eastpak op haar rug zitten muziekboeken. De harpiste in spe is onderweg naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. „Elke zaterdag heb ik les in muziektheorie. Ter voorbereiding op het toelatingsexamen dat ik binnenkort doe.” Vanaf september wil de inwoner van Goedereede-Havenhoofd aan de opleiding ”harp klassieke muziek” beginnen.

Joline Sperling. beeld RD

Piepend en puffend komt de trein richting Amsterdam tot stilstand. Joline neemt plaats in de voorste coupé, opent haar tas en diept er een boek uit op. ”Romeo and Juliet”, van Shakespeare. „Moet ik voor Engels lezen.”

Uit het voorvakje van de rugzak komen oordopjes tevoorschijn. „In de trein luister ik muziek om me af te sluiten van de buitenwereld. Anders kan ik niet lezen.” Joline ontgrendelt haar Samsung, navigeert naar de muziekapp en opent de persoonlijke playlist. Even later klinkt ”All I want” van de Ierse rockband Kodaline.

Pagina 62, act two, scene one is aan de beurt. Terwijl Jolines ogen over Shakespeares regels gaan, klinkt in haar oren: „But if you loved me, why did you leave me. Take my body, take my body. All I want is, all I need is to find somebody.”

„Ik luister alleen muziek die niet in strijd is met de Bijbel. Als er een vloek, of grove of seksueel getinte taal in zit, komt het niet op mijn telefoon.”

Tien over twee. De trein maakt een tussenstop in Delft. Intussen start een deel uit de vierde symfonie van de Oostenrijkse componist Anton Bruckner. „Hij staat op shuffle, dus er komt van alles langs.” Andere artiesten in de playlist zijn Coldplay, Andrea Bocelli, Westlife, One Direction en Tchaikovsky.

”Den Haag Laan van NOI” is het volgende station, vertelt het informatiebord in de coupé. Hier moet Joline eruit. Shakespeare verdwijnt met de oortjes weer in de Eastpak. Een kort ritje met de metro brengt de muziekstudent tot vlak bij het conservatorium.

Over een halfjaar zal ze de reis bijna dagelijks moeten maken. Ze ziet ernaar uit, maar voorziet ook moeilijkheden. „Veel concerten worden op zondag gespeeld. Daar kan ik dus niet aan meedoen. En ik denk ook niet dat ik dat wil, want de zondag is wel een heilige, apart gezette dag.”

„Maar”, vervolgt de tiener nuchter, „geen zorgen voor de dag van morgen. Eerst maar eens zien dat ik toegelaten word.”

----------

„Ik twijfel niet aan de waarheid van de Bijbel”

Wie zijn die schakelaars? Wat doen ze? Hoe denken ze? Een moment uit het dagelijks leven van Matthijs de Leeuw.

„Ik denk dat er kortsluiting is geweest”, klinkt het in de tuin van de oude pastorie in Gellicum. Matthijs en zijn „vriend vanaf de basisschool” Ian zijn bezig de pomp in de vijver aan de praat te krijgen. Dat verloopt moeizaam.

De 17-jarige Matthijs verhuisde anderhalve week geleden vanuit Leerdam naar het Betuwse dorp aan de Linge. De vwo’er is de oudste van zes. „Soms lijkt het een kippenhok. Iedereen heeft zijn eigen verhalen en meningen, dat zorgt weleens voor kabaal. Maar het is vooral heel gezellig. Ik zou nooit willen ruilen met iemand uit een klein gezin.”

Matthijs de Leeuw. beeld RD

Terwijl Ian zich verder over de vijver ontfermt, besluit Matthijs een klusje op zijn slaapkamer af te maken. Die bevindt zich op de bovenste verdieping van het statige huis. Onderweg komt hij een box tegen waar de jongste telg van het gezin in ligt. Het kind pruttelt wat. De grote broer pakt het jongetje, zet het op z’n arm en knuffelt ermee tot het ukkie stil is.

De werkkamer van een Engelse heer die in het begin van de twintigste eeuw leefde – daar doet Matthijs’ slaapkamer aan denken. Het statige bureau en de dito stoelen en kasten zijn gemaakt van donker hout. Aan het plafond hangt een kroonluchter. „Ik heb niet zo veel met modern gedoe.”

Zijn voorkeur voor de oud-Britse stijl komt ook naar voren in Matthijs’ favoriete Netflixserie: ”Peaky Blinders”. De historische dramaserie gaat over een criminele bende in Birmingham, in het begin van de twintigste eeuw. „Er komen personages in voor die echt bestaan hebben, zoals Winston Churchill. Dat vind ik gaaf”, vertelt de leerling van het Van Lodenstein College in Amersfoort. Hij pakt zijn iPhone om een stukje ”Peaky Blinders” te laten zien. Even later vertoont het telefoonscherm statige heren in schemerige kamers en woeste criminelen met zwaaiende geweren.

Terwijl de achtergrondmuziek aanzwelt, komt Ian de kamer binnen. „Hij houdt niet zo van dit soort drama”, weet Matthijs. De jongens kijken weleens samen een film, „”James Bond”, of zo”, maar sleutelen meestal aan de brommer en quad die in de schuur staan. „Of we doen een klusje in of rond het huis. We zijn redelijk technisch.”

Het gezin De Leeuw is lid van de hersteld hervormde gemeente in Leerbroek. Matthijs gaat graag naar de kerkdiensten. „Het geloof vind ik heel positief. Ik twijfel ook niet aan de waarheid van de Bijbel. Ik geloof dat Jezus Christus is gestorven voor zondaren, waardoor er een kans op genade bestaat.”

Hoewel Matthijs niet twijfelt aan de Bijbel, leest hij er nauwelijks in. „Eigenlijk alleen na het eten met het gezin. Bijna nooit voor mezelf. Terwijl ik er wel mee ben opgevoed om voor het slapengaan een gedeelte te lezen. Maar een paar jaar geleden twijfelde ik aan het geloof en toen is die goede gewoonte verdwenen. Ik vind het moeilijk om dat weer terug te draaien.”

----------

„Ik neem me zo vaak voor om te stoppen met popmuziek”

Wie zijn die schakelaars? Wat doen ze? Hoe denken ze? Een moment uit het dagelijks leven van Nathalie Verkaik.

De slaapkamer van Nathalie uit Hendrik-Ido-Ambacht oogt fris. Door het grote raam valt veel licht. Een van de muren is verborgen achter een wit wandmeubel, bestaande uit een bureau met erboven en ernaast tal van vakjes en kastjes. Het ene is gevuld met boeken, een ander met flesjes parfum. Een van de onderste plankjes doet dienst als nachtkastje. ”Bericht voor jou, dagboek voor tieners” ligt erop, evenals een klein donker Bijbeltje.

Nathalie Verkaik. beeld RD

De 16-jarige Nathalie is graag op haar kamer. Na een lange schooldag kan ze hier het beste ontspannen. Maar de verpleegkundige in opleiding hoeft vanwege de coronacrisis tijdelijk niet naar school. Daardoor heeft ze tijd over voor haar bijbaan. Ook deze woensdag heeft ze zich nuttig gemaakt in de plantenkwekerij waar ze werkt. Het is drie uur ’s middags en Nathalie komt bij op haar slaapkamer. Met opgetrokken knieën zit ze naast de grote knuffel die op de dekens ligt, telefoon in de hand. Ze appt, scrolt door Instagram en checkt Snapchat. Als het ene berichtje beantwoord is, staan er twee nieuwe klaar. De stroom aan foto’s op Instagram lijkt oneindig.

„Je moet zo veel van sociale media. Je moet liken, je moet delen, je moet reageren. Soms ben ik er helemaal klaar mee”, verzucht Nathalie. „Maar wat moet ik anders met m’n tijd doen? Ik zou me erg vervelen als ik ermee stopte.”

Vaak heeft de Hoornbeeckstudent oordopjes in als ze op haar slaapkamer is. „Mijn ouders vinden bepaalde nummers die ik luister niet zo fijn. Om hen niet tot last te zijn doe ik oortjes in.” In Nathalies playlist op Spotify staan ”Wat de toekomst brengen moge” en ”Viva la vida” van de popband Coldplay onder elkaar.

Net als bij sociale media heeft Nathalie ook een dubbel gevoel bij de muziek die ze luistert. „Ik neem me zo vaak voor om te stoppen met popmuziek. Meestal na een indringende preek of catechisatieles. Dan gooi ik alle liedjes van mijn mobiel. Maar als een klasgenoot mij de volgende dag een leuk nummer laat horen, staat m’n telefoon binnen de kortste keren weer vol met die muziek.”

Niet zelden legt Nathalie haar telefoon weg en denkt ze na. „Ik ben nogal een denker.” Dan gaan haar gedachten bijvoorbeeld naar „hoe het zou zijn om bekeerd te zijn. Wil ik dat wel? Dan moet ik met veel leuke dingen stoppen. Laten m’n vrienden me dan niet in de steek? Wat maakt dat trouwens uit: als God voor je is, wie zal dan tegen je zijn? Maar dat zal vast makkelijker gezegd zijn dan dat je het zo voelt.”

Een 7,5 geeft het dooplid van de gereformeerde gemeente in Ridderkerk haar leven. Waarom geen tien? „Dat zou alleen kunnen als ik Gods kind ben. Dat wil ik heel graag, maar ik zit zo vast in slechte gewoontes. Dat zou anders moeten.”

----------

Hoe ga je het gesprek met jongeren aan?

Voor ouders, leraren, jv-leiders en catecheten kan het soms lastig zijn om met jongeren een gesprek over geestelijke zaken te voeren. Zes handvatten van theoloog, godsdienstdocent en voormalig catecheet Alexander Treur.

  • Houd van ze. Bid of de Heilige Geest je wil laten voelen en doorleven dat een jongere een ziel voor de eeuwigheid heeft. Besef dat er een geestelijke strijd gaande is om onze jeugd.
  • Wees authentiek. Jongeren prikken door nep heen. Ds. C. Stelwagen zei eens in een interview: „Jongeren willen (...) niet weten welke rechtzinnige gedragscodes we hebben, niet welke vrome wensen we aan hun adres kunnen uitspreken, maar of er in ons binnenste iets echts zit, iets wat van God komt.”
  • Doe niet alsof je alwetend bent. Durf ook zaken niet te weten, en durf dat te zeggen. Als het om iets gaat wat door onderzoek te achterhalen is, kom er dan later op terug.
  • Wees beschikbaar. Neem de tijd voor een gesprek. Reageer spoedig op mailtjes of andersoortige berichten.
  • Zorg voor veiligheid. In een klas kan dat lastig zijn, maar dan kun je op z’n minst hard optreden tegen onveiligheid.
  • Soms zit achter een kritische vraag veel worsteling, angst of boosheid. Wees dankbaar voor zo’n vraag en spreek die dankbaarheid uit.
  • Reik geestelijke lectuur en theologische titels aan. Fysiek. Druk boeken in handen. Zo ontstaat vaak een goed gesprek. En zo ga je ontlezing en een dalend kennis-niveau tegen.

2018-01-19-pkFLE1-stelwagen-2-5-FC_webDs. C. Stelwagen: echt oud hervormd