Daklozen doen werkervaring op in restaurant

Reportages
Richard (l.) en Mitchel in de woonkamer van Maaszicht. Beiden woonden enkele maanden in het Rotterdamse pension voor dak- en thuisloze. Inmiddels stroomden ze door naar een andere plek, waar ze nog wel begeleiding krijgen.

De meesten hebben langdurig softdrugs gebruikt. Ook hebben ze bijna allemaal schulden. In Pension Maaszicht in Rotterdam werken dak- en thuisloze jongeren aan een nieuwe toekomst. Voor een stageplek kunnen ze terecht in brasserie-restaurant Millers, dat komende maand na een grondige renovatie de deuren heropent.

In de ruime woonkamer van Pension Maaszicht aan de Walenburgerweg in Rotterdam zit Mitchel (22) aan een tafeltje. Zijn hond ligt aan z’n voeten. Nadat Mitchels relatie begin dit jaar op de klippen liep, bleef hij met een schuld van 30.000 euro achter, onder meer vanwege een jaar lang onbetaalde huur. Hij belandde op straat.

„Ik heb eerst bijna twee maanden in een auto gewoond. Af en toe ging ik bij m’n opa en oma douchen.” Via het Jongerenloket in Rotterdam kwam Mitchel in mei bij Maaszicht terecht. Eind augustus stroomde hij door. „Ik heb nu een kamer en kan m’n eigen leven leiden, maar krijg nog wel begeleiding.”

Maaszicht bracht Mitchel met de Kredietbank in aanraking. Half december start hij daar een driejarig traject om zijn schulden grotendeels af te lossen. Hij praat er luchtig over. „Ik moet het gewoon accepteren”, zegt hij met een brede lach. „De eerste stap is gezet. Het gaat de goede kant op.”

Intussen loopt hij als ober stage bij restaurant Millers aan de Voorhaven in Rotterdam Delfshaven en volgt hij de bijbehorende opleiding. Dat bevalt hem prima. „Ik heb altijd al iets in de horeca willen doen. Over vijf of zes jaar hoop ik een eigen kroeg te hebben.”

Op straat

Melissa (19) heeft sinds begin augustus onderdak in Maaszicht. Ze groeide op in een gezin met twaalf kinderen, op een woonwagenkamp. „Mijn moeder was er nooit voor ons, mijn vader was altijd druk met werk.”

Vanaf oktober vorig jaar zwierf ze van het ene adres naar het andere. Nergens vond ze rust, nergens voelde ze zich veilig. „Ik verkocht mezelf om aan geld te komen. Soms sliep ik op straat. Het was echt rot.”

Via een vriend kwam ze bij Maaszicht terecht. „Het ligt niet in mijn aard hulp te vragen. Ik los mijn problemen liever zelf op. Maar mijn vriend vond dat ik hulp moest zoeken.”

Berooid klopte ze bij pension Maaszicht aan. „Ik kwam binnen met een T-shirt, een legging, trainingsbroek en slippers. Dat is alles wat ik had. Hier heb ik weer wat kleren gekregen. Ze zijn niet echt van deze tijd, maar het is beter dan niets.”

Ze vindt het moeilijk dat ze bij Maaszicht de regie over haar leven voor een deel uit handen moest geven. „Ik gebruik medicijnen omdat ik ADHD heb. Die moest ik overdragen aan de leiding. Ik kan hier niet m’n eigen zaken regelen.”

Passie

Melissa is blij dat ze in het pension een eenpersoonskamer met een bed, bureau en wasbak heeft, maar zit zeker geen 24 uur per dag binnen. „Als ik hier de hele tijd blijf, ga ik chillen. Dan bereik ik niets. Ik moet de kansen pakken die ik krijg.”

Drie avonden per week loopt ze stage in de keuken van Millers. Dat is een totaal nieuwe ervaring voor haar. „Ik leer er veel en werk er met plezier. Het is een nieuwe passie voor me. Ik hoop dat ik later werk kan vinden in de horeca.” Voor het eerst tijdens het gesprek breekt er een lach door op Melissa’s gezicht.

Ze is gemotiveerd voor de horecacursus sociale hygiëne, die ze naast haar stage volgt. Intussen leidt ze noodgedwongen een sober bestaan. „Ik krijg van de leiding 10 euro per week, als m’n kamer schoon is.” Haar overige inkomsten worden apart gezet, mede omdat ze een bedrag van circa 7000 euro aan schulden moet aflossen.

Melissa verwacht dat ze nog een aantal maanden in Maaszicht moet blijven voordat ze op eigen benen kan staan. De schaduwzijden van het pensionleven neemt ze voor lief. „Het is hier niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik heb een warme plek en krijg eten. Als ik nu weer op straat zou staan, zou ik binnen twee weken terugvallen in m’n oude leven.”

Stratenmaker

Richard (19) is voor het interview even terug in Maaszicht. Na een verblijf in het pension woont hij sinds kort zelfstandig in Rotterdam-Oost. „Omdat er twee jaar geleden een soort stoornis bij mij werd vastgesteld, staat er een begeleidingsteam achter me. Drie keer per week komt er iemand bij me langs voor een babbeltje, om te kijken of alles goed gaat.”

Vanaf zijn vijftiende leefde Richard met tussenpozen in totaal zo’n twee jaar op straat. In die tijd gebruikte hij regelmatig harddrugs. Toen hij in augustus 2008 na een ruzie met een maatje weer eens op de keien stond, zocht hij hulp bij Maaszicht. „Met de drugs ben ik gestopt. Anders kon ik hier niet blijven. Ik had geen andere keus.”

Nadat Richard zijn baan als stratenmaker door een ruzie kwijtraakte, kwam hij bij Millers terecht. „Dat was leuk. Van m’n stiefvader had ik al geleerd hoe je roerbak maakt. Nu weet ik ook hoe je een seizoensmenu met heekfilet, Hollandse garnalensaus en een groene groentemix bereidt.”

De afgelopen weken droeg Richard zijn steentje bij aan de verbouwing. „Slopen, schuren, schilderen.” Als het restaurant de tweede week van december de deuren heropent, is hij echter vertrokken. „Deze week ben ik ergens anders aangenomen als teller. Ik moet bij warenhuizen voorraden inventariseren.”

Hij heeft niet voor die baan gekozen omdat het werk hem meer aanspreekt dan dat bij Millers. „Ik werk voor geld. Daar doe ik alles voor. M’n nieuwe baas betaalt beter en ik kreeg meteen een jaarcontract”, zegt Richard. Binnen een jaar hoopt hij een schuld van 1500 euro –„voor zwartreizen in het openbaar vervoer”– af te lossen.

„Ik ga Millers missen, dat mag je best weten. Ik heb er vijf maanden met plezier gewerkt en kreeg al snel een soort leidinggevende functie. Ik moest controleren of alles schoon was. Er was ook veel humor. Bij mijn sollicitatie heb ik alleen Millers als referentie opgegeven. De mensen die daar werken zijn de enigen die weten hoe ik op dit moment presteer.”

Melissa heet in werkelijkheid anders.


”Rotterdam kookt over!”

Dak- en thuisloze jongeren uit Rotterdam ontmoeten een min of meer bekende plaatsgenoot. Ze gaan uitvoerig met elkaar in gesprek en bereiden samen een van hun favoriete gerechten. Dat is het recept van het boek ”Rotterdam kookt over!”, dat donderdag verschijnt.

Zowel een weergave van de gesprekken als de recepten zijn in de royaal geïllustreerde uitgave terug te vinden. Zo maakt Angelique (19), bewoner van Pension Maaszicht, met Straatkrantcolumniste Carrie Jansen een maaltijd met onder meer Surinaamse roti van kip en een garnalensalade.

Andere jongeren ontmoeten mensen als korpschef Aad Meijboom van de Rotterdamse politie, wethouder Jantine Kriens, gepensioneerd topkok Cees Helder, voetbaltrainer Mario Been of rechter Mariette Opstelten. In totaal bevat het boek „zestien openhartige gesprekken en vijftig verrassende recepten.”

De uitgave markeert het derde lustrum van Pension Maaszicht en het tweede van brasserie-restaurant Millers. De twee instanties werken samen in de zorg voor dak- en thuisloze jongeren. In Maaszicht krijgen dertig jongens en meisjes van 17 tot 23 jaar onderdak en begeleiding. Een deel van hen volgt bij Millers een stage- en re-integratietraject, in de keuken of in de bediening.

Alle deelnemende jongeren volgen de horecacursus sociale hygiëne. Ook krijgen ze de mogelijkheid de erkende opleiding horeca-assistent 1 te doen. Doel van het project is hen te motiveren weer te gaan leren of een baan op de arbeidsmarkt te zoeken. In de praktijk vindt ongeveer 70 procent van de deelnemers na verloop van tijd werk, al dan niet in de horeca.

Het boek ”Rotterdam kookt over” is genomineerd voor de Altijd Onderwegprijs van de Stichting Zwerfjongeren Nederland. De winnaar wordt op 3 december in Rotterdam bekendgemaakt, in aanwezigheid van prinses Máxima. Stagiairs van restaurant Millers tekenen bij die gelegenheid voor de bediening.

www.maaszicht.nl; www.rotterdamkooktover.nl; www.restaurantmillers.nl.