Coronavirus zet defensie onder druk

Nederland
Door de coronapandemie dreigen niet alle geplande F-35’s dit jaar te worden geleverd. Foto: de eerste opvolger van de F-16 landde vorig jaar op Vliegbasis Leeuwarden. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Wekenlang zette defensie militairen in in de strijd tegen het coronavirus. Datzelfde virus dreigt nu een strop te worden voor materieel en middelen.

Het schema was veelbelovend: na de officiële komst van de F-35 naar Leeuwarden, oktober vorig jaar, zou in 2020 de nieuwste generatie gevechtsvliegtuigen met het ritme van de klok op de vliegbasis landen. Iedere zes weken zou er vanuit Italië een nieuwe kist worden ingevlogen. Tot op heden landde er niet één: de F-011 –gepland voor het vroege voorjaar– staat nog steeds in Cameri. Vliegtuigbouwer Leonardo sloot slechts kort de deuren, maar de productie van de F-35’s liep door vertraging in het toeleveringsprogramma een flinke achterstand op. Oorzaak: het coronavirus.

De productievertragingen hebben in elk geval impact op de F-011 en de F-012, zegt woordvoerder Jurriaan Esser van het ministerie van Defensie. Of alle andere toestellen die dit jaar hun opwachting zouden maken –zeven in totaal– nog komen, is zeer de vraag. Esser verwacht dat één of enkele vliegtuigen vanwege de coronamaatregelen pas begin 2021 zullen worden geleverd. Welke gevolgen de vertraging voor het F-35-programma heeft, kan hij niet inschatten. Toch ziet de defensiewoordvoerder „vooralsnog geen aanleiding om te veronderstellen dat de transitie van de F-16 naar de F-35 in 2024 gevaar loopt.”

De coronacrisis raakt niet alleen de luchtmacht, maar ook andere krijgsmachtonderdelen. Vorige week werd bekend dat de herijking van de defensienota wordt doorgeschoven naar oktober, zodat minister Bijleveld de gevolgen van de coronacrisis in de defensiestrategie kan verwerken. Het uitstel leidde binnen de krijgsmacht tot ongerustheid over bezuinigingen op wapensystemen en voorgenomen investeringen in onderzeeboten en fregatten.

Fregatten

Bijleveld liet in een schriftelijke reactie weten de moeilijke beslissingen niet te willen doorschuiven naar een volgend kabinet: „Defensie heeft de grondwettelijke taak het Koninkrijk en bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen. We hebben al besloten dat we de onderzeeboten gaan vervangen, dat geldt ook voor de M-fregatten. Daarvoor worden nu zorgvuldig de aanschafprocessen doorlopen.”

Niettemin bleek vorige week dat ook de vervanging van de fregatten in de knel raakt. De vervangers van de huidige werkpaarden van de Koninklijke Marine zouden oorspronkelijk dit jaar al aantreden, maar dat plan werd in 2013 geblokkeerd door toenmalig minister Hennis. Het nieuwe plan om de schepen in 2024 in gebruik te nemen, blijkt nu nog zeker een jaar extra vertraging op te lopen. De zogenaamde B-brief aan de Tweede Kamer werd vorig jaar al naar de eerste helft van 2020 doorgeschoven, maar behandeling ervan liep door de coronacrisis nog eens extra vertraging op. Ook de B-brief over de vervanging van onderzeeboten wordt door de corona-uitbraak enkele maanden later door de Vaste Kamercommissie voor Defensie besproken dan oorspronkelijk was gepland.

De vertragingen leiden onherroepelijk tot hogere kosten. De tijd begint te dringen voor de F-16’s en M-fregatten; langer gebruik ervan leidt tot hogere onderhoudskosten en meer kans op storingen.

Desondanks slaagt Defensie er volgens Bijleveld in om „grotendeels” aan nationale en internationale opdrachten te blijven voldoen. Eind mei meldde ze dat bijna 24 procent van het defensiebudget in 2019 werd geïnvesteerd in onder meer nieuw materieel. Dat percentage blijkt voornamelijk te bestaan uit herstelgelden na eerdere bezuinigingsrondes. Het herstel blijft haperen, erkent Defensie in haar schriftelijke verantwoording. „Defensie moet steeds nadrukkelijker keuzes maken bij de besteding van het budget.” Dat zou, in de nasleep van de coronacrisis, nadelig kunnen uitpakken voor geplande projecten.

NAVO-doelstelling

Dinsdag nog moest Bijleveld in een Kamerdebat naar aanleiding van de herijking van de defensienota toegeven dat het kabinet de NAVO-doelstelling om in 2024 minstens 2 procent van het bruto binnenlands product uit te geven aan defensie niet waar kan maken. „Het is helder dat we 2024 niet gaan halen”, antwoordde Bijleveld op vragen van SGP-kamerlid Stoffer. Die zinspeelde op een gang naar de rechter om het kabinet te dwingen alsnog aan deze doelstelling te voldoen.