Coronadagboek: Schoonmaakwoede

Dagboek Mariska

Er staan steeds rijen auto’s voor de vuilstort. Ik snap die chauffeurs wel. Opeens gaat het zelfs bij mij kriebelen om het huis aan kant te krijgen. En dat is best bijzonder.

„Wat bent u nou aan het doen?” Een verbaasde blik van een van onze jongens. Dit noem je nou strijken, leg ik hem met een stalen gezicht uit. Ik drapeer een bloesje over de plank en ga er met de bout overheen. Zojuist vouwde ik de was op. En straks wil ik de ramen nog zemen.

Het is duidelijk te merken. In deze bijzondere tijden is dit voor onze jongens nóg een opmerkelijke situatie: hun moeder die blijmoedig het huishouden oppakt.

Wie mij een beetje kent, weet dat ik prima kan leven met wat rommel om me heen. Ik voel geen innerlijke drang me aan huishoudschema’s te houden. Heeft een van de jongens schone kleding nodig? Dan kunnen ze die ook best een keer zelf van de waslijn plukken.

Nu is het allemaal anders. Ik stond vanmorgen al vroeg naast m’n bed om de keuken schoon te poetsen. De koelkast, de afwasbak, het gasfornuis, ik ging door tot alles glom. Daarna leegde ik alle halfvolle prullenbakken. En zoog ik de trap. Bijna eng gewoon.

Normaal zou ik zo’n opruimbui aan hormonen wijten, maar nu schrijf ik hem toe aan de nieuwe situatie. Dag en nacht met vijf mensen op elkaars lip geeft onrust. Tel daar de onzekerheid bij die we allemaal ervaren. En de oplossing ligt voor de hand: zorg voor orde om je heen.

Er zijn wat mij betreft wel grenzen aan de schoonmaakwoede die veel mensen overvalt. Terwijl ik dit typ, begint buurman nummer 5 zijn straatje schoon te spuiten en zet ik noodgedwongen mijn koptelefoon op. Misschien kunnen we hier nog iets op verzinnen met elkaar? Ik stel voor: één spuitmiddag. En dat herrieding daarna tot volgend jaar de schuur in.

Mariska houdt een dagboek bij over haar ervaringen tijdens de coronacrisis