Coronacrisis belast mantelzorger

Nederland
Mantelzorgers worden door de sluiting van dagopvangcentra nogal eens zwaarder belast tijdens deze periode van coronacrisis. beeld ANP, Koen Suyk

„Ik ben dankbaar dat ik voor mijn moeder kan en mag zorgen, maar er komt tijdens deze periode van coronacrisis wel meer op de schouders van mantelzorgers terecht dan normaal”, vertelt mantelzorger Annet Renkens.

De 91-jarige moeder van Renkens heeft dementie en woont bij haar dochter Annet in. Renkens is daarmee een van de vier miljoen mantelzorgers die Nederland telt. Tijdens deze coronacrisis wordt er nogal eens een extra beroep op deze groep gedaan. Ondersteunende voorzieningen, zoals dagbestedingscentra, zijn namelijk gesloten en de thuiszorg komt voor minder noodzakelijk zorg niet meer altijd langs.

Uit een vorige week gehouden peiling van tv-programma Radar waaraan 21.000 respondenten deelnamen, bleek dan ook dat 72 procent van de mensen die mantelzorg leveren of ontvangen zich zorgen maakt over de huidige mantelzorgsituatie. Vooral het sluiten van de dagbestedingscentra belast mantelzorgers flink.

Verpleeghuis

Ook de moeder van Renkens is nu elke dag bij haar dochter thuis. „Normaal gesproken gaat ze drie keer per week naar de dagopvang. Dat ontlast mij tijdens die dagen van de zorg. Ik kan dan werken en tijd voor mezelf nemen. Nu de dagopvang gesloten is, moet ik echter iedere dag voor haar klaarstaan.”

Dat doet ze overigens graag, benadrukt de mantelzorger, die twee dagen per week in het onderwijs werkt. „Het is een voorrecht dat ik voor mijn moeder kan zorgen, dat ik haar elke dag om me heen heb en dat ze niet in een verpleeghuis zit. Dan zou ik haar niet meer kunnen bezoeken. Dat lijkt me heel moeilijk.”

Haar moeder heeft wel door dat de situatie ongewoon is, vertelt de mantelzorger. „Ze vraagt vaak of ik niet naar school moet. Dan leg ik uit dat er iets ergs aan de hand is. Ik merk wel dat ze het fijn vindt dat ik de hele dag thuis ben.”

Boodschappen

De thuiszorg komt bij Renkens deze weken niet meer over de vloer. „Dat vinden we nu toch te risicovol, zeker omdat er geen verpleegkundige zorg voor mijn moeder nodig is en de komst van de zorgmedewerkers daardoor niet absoluut noodzakelijk is.”

De taken die de verzorgenden en verpleegkundigen normaal gesproken verrichten, zoals het klaarleggen van kleding, het helpen met aan- en uitkleden en douchen, komen nu op Renkens schouders terecht. „Op dit moment springt ook niemand van de familie bij; iedereen is toch bang mijn moeder te besmetten.”

Tijdens deze periode van coronacrisis komt de mantelzorger niet veel haar huis uit. „Ik kan mijn moeder niet alleen laten. Na het middageten ligt ze een uurtje op bed. Dan ga ik even weg om boodschappen te doen, een rondje te wandelen of een poosje in de tuin te werken. Op die manier heb je toch ook tijd voor jezelf.

Soms vindt de mantelzorger de situatie best zwaar. „Het scheelt dat de scholen dicht zijn, waardoor ik toch thuis ben en fulltime voor mijn moeder kan zorgen. Je bent echter wel hele dagen aan huis gebonden en hebt weinig tijd voor jezelf. Aan de andere kant merk ik ook dat ik er de kracht voor krijg om dit voor mijn moeder te doen. Daar ben ik dankbaar voor.”

De echte naam van Annet Renkens is bij de redactie bekend