Cornelis Bosch: Mijn kinderen hebben de pincode van mijn telefoon

beeld Getty Images
2

Wat voeren mijn kinderen in hun schild op hun telefoon? Kan ik daar grip op krijgen? Veel ouders tobben met die vragen. Op deze Safer Internet Day, een dag waarop aandacht wordt gevraagd voor veilig internetten, geeft Cornelis Bosch (45) uit Renswoude tips. Hij is ict’er en vader van een opgroeiend gezin.

Een tijdje geleden verscheen er een grote lach op het gezicht van een zoontje van Cornelis Bosch. Die vroeg de jongen naar zijn schermtijd – op een smartphone kun je zien hoeveel minuten je met het toestel in de weer bent. Vader biechtte ook zijn schermtijd op. „Toen bleek dat ik mijn smartphone dagelijks een kwartier langer gebruik dan mijn zoon”, zegt Bosch, vader van zes kinderen in de leeftijd van 6 tot 19 jaar.

ANP-326064000Eén op de drie tieners maakt vervelende dingen mee op internet

Toch was daarmee niet alles gezegd. Want wát bekijk je dan? De twee raakten in gesprek. „Mijn schermtijd zit in zaken als mobiel bankieren, appen, het raadplegen van Flitsmeister, die me waarschuwt voor files en flitspalen. Mijn zoon gebruikt bijvoorbeeld Instagram. Ik stelde hem vragen. Zo’n bericht over een belangrijke voetballer, kan dat samengaan met het dienen van God? Is Snapchat nodig? Weet je dat je in aanraking kunt komen met naaktfoto’s die worden rondgestuurd?” Er is nogal wat aan de hand op dit terrein. Pas sprak ik ouders van een jongen van 13 jaar die ’s nachts porno zat te kijken. Zijn ouders hadden daar lange tijd geen flauw benul van.”

schermtijd

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Wat Bosch maar wil benadrukken: meer dan ooit is het nodig dat ouders in een „sfeer van veiligheid en vertrouwen” met hun kinderen spreken over wat ze online doen. „Veel kinderen van bijvoorbeeld 12 jaar hebben tv, radio en internet op hun smartphone. En dat 24 uur per dag. Op zo’n leeftijd zijn kinderen nieuwsgierig. Wat staat er in dat linkje dat een vriendje via WhatsApp stuurt? Het kan gewelddadig of seksueel getint materiaal zijn.”

Van groot belang is dat ouders open zijn over hun eigen internetactiviteiten, zegt Bosch, voorzitter van Yona, een christelijke organisatie die „gezond” online wil bevorderen. „Als ouders in het weekend zitten te netflixen, wat verwachten ze dan van hun kinderen?” In het Renswoudse gezin kunnen ze in elkaars telefoon kijken. „Mijn kinderen hebben de pincode van mijn telefoon.”

Internetfilters voldoen niet meer?

Bosch, die wekelijks lezingen houdt over onlinegedrag en in zijn kerkelijk gemeente (gereformeerde gemeente in Nederland in Barneveld) een helpdesk voor ouders in het leven riep: „Een paar jaar terug hoorde ik ouders zeggen: „Wij hebben een filter van Solcon of Kliksafe, dus het zit wel goed.” Maar de werkelijkheid is echt anders. Jongeren omzeilen filters, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een vpn-verbinding. Op de pc van een jongere zag ik een linkje met een veelzeggende naam: ”doei-kliksafe”. Door daar op te klikken, schakelde hij het filter uit. Toch zal ik ouders zonder meer adviseren een filter te nemen voor de thuiscomputer. Je hebt dan in ieder geval de kans bepaalde sites te weren. En als je kind een smartphone krijgt? Denk na over regulering van het gebruik.”

Feit is dat bijvoorbeeld YouTube en WhatsApp, waar jongeren massaal filmpjes uitwisselen, niet eens vallen te filteren?

„Dat klopt. Daarom is gesprek zo nodig. Wees als ouders open over je eigen worsteling met online gedrag. Het beste filter is een genadefilter. Leg je mediagebruik voor aan de Heere. Is die post op Instagram tot eer van God? Of wringt er iets? Laat jongeren zelf het antwoord geven; dat weten ze heel goed.”

Kan het opleggen van allerlei regels leiden tot farizeïsme en een dubbelleven onder jongeren?

„Dat gevaar bestaat. Toch vind ik dit soort argumenten niet zo sterk. Je kunt van een kind van twaalf niet verwachten dat hij zichzelf op de goede manier opvoedt. Bovendien hebben we bij de doop beloofd onze kinderen christelijk op te voeden. Ik hoor ouderen wel eens zeggen: „Doe die smartphone weg, we moeten van de zonde wegvluchten.” Ik begrijp die gedachte, maar zo’n zienswijze vind ik niet realistisch. Het probleem zit ’m niet in de smartphone, maar in het gebruik. Bovendien lopen we het gevaar dat we als het ware christenen creëren die net iets beter zijn dan andere christenen. Opvallend is dat steeds meer ouders vragen: Is het wel gezond om een kind van 12 jaar al een telefoon te geven? Kunnen we zoiets niet een paar jaar uitstellen? Dat vind ik heel nuttige vragen.”

„Het goede nieuws is dat bijvoorbeeld Google en Apple apps aanbieden waarmee ouders een zekere grip hebben op telefoongebruik van hun kinderen. Ouders kunnen dan bijvoorbeeld instellen hoeveel tijd hun kinderen een bepaalde app mogen gebruiken. Ook is te regelen dat kinderen bijvoorbeeld van ‘s avonds tien uur tot ’s ochtends zeven uur hun telefoon niet kunnen gebruiken. Ouders kunnen níet volgen wat hun kinderen doen binnen zo’n app. Die lijn steunen we als Yona ook. Het is goed om de privacy van je kinderen te respecteren. Wat natuurlijk niet uitsluit dat je als ouder met je kind om tafel gaat zitten om eens samen te kijken wat er voorbij komt op Instagram of YouTube.”

Kunt u zich voorstellen dat ouders moedeloos worden. Ontwikkelingen op het gebied van internet zijn haast niet bij te benen?

„Ouders komen bij mij niet weg met dat argument. In reformatorische kring is genoeg voorlichtingsmateriaal op dit terrein. Via bijvoorbeeld Yona, maar ook bijvoorbeeld via de website eenhandreikingvoorhetgezin.nl, een initiatief van de hersteld hervormde gemeente in Staphorst. Het probleem is echter dat sommige ouders helemaal geen zin hebben in mediaopvoeding. Op voorlichtingsavonden hoor ik van bijvoorbeeld kerkenraadsleden nogal eens de verzuchting: De ouders voor wie zo’n avond bij uitstek goed zou zijn, komen niet opdagen.”

Jeugd wil bij sores op web vooral hulp van ouders

Driekwart van de Nederlandse jongeren zoekt hulp bij ouders als ze online problemen hebben. Van de jongeren neemt 38 procent vrienden in de arm. Dit blijkt dinsdag uit onderzoek van het Safer Internet Centre Nederland. Dat is uitgevoerd met het oog op Safer Internet Day. Op deze jaarlijkse dag, een initiatief van de EU, is aandacht voor veilig en verantwoord internetgebruik door jongeren.

Eén op de drie jongeren heeft wel eens iets vervelends meegemaakt op internet. De meest voorkomende nare gebeurtenis blijkt het ontvangen van berichten met schokkende inhoud. Daarna komen pesten, lastiggevallen worden/stalking, gehackt worden en sexting. Als ouders vragen hebben over de opvoeding bespreken zij dit vooral met hun partner (64 procent), gaan zij online op zoek naar informatie (45 procent) of vragen zij advies aan andere ouders (44 procent).

2020-01-31-katVR16-PUopening31-5-FC_web_webJongere heeft meer dan ooit goede voorbeelden nodig voor mediagedrag