Computerman Alphen aan den Rijn coach voor vluchtelingen (video)

Kerk en vluchteling
De Egyptische Nederlander Akram Shawki (m.) ontmoet tijdens een inloopmiddag bewoners van de noodopvang voor asielzoekers in Alphen aan den Rijn. beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

ALPHEN AAN DEN RIJN. Op het moment dat hij zijn nieuwe computerwinkel in Alphen aan den Rijn opende, kreeg de stad een noodopvang voor ruim 1100 asielzoekers. Binnen drie dagen had de Egyptische Nederlander Akram Shawki contact met tientallen Arabischsprekenden die hem om hulp vroegen.

De komst van de noodopvang in de Alphense penitentiaire inrichting, in oktober, zet zijn leven op z’n kop, vertelt Shawki (44) deze woensdagmiddag in een zaal van de Molukse kerk. Elders in het gebouw heeft de laatste inloopmiddag plaats voor asielzoekers. De meeste bewoners van de noodopvang zijn al overgeplaatst naar een regulier azc. De laatste groep vertrekt binnen enkele dagen.

In zijn geboorteland ontmoet Shawki eind jaren 90 als gids de Nederlandse Annet Veefkind. Ze krijgen een relatie, trouwen en vestigen zich in 1997 in Nederland. Het echtpaar krijgt vijf kin-
deren. Als Arabischsprekende christen raakt Shawki betrokken bij werk onder vluchtelingen, onder meer enkele jaren vanuit de ICF-gemeente in Rotterdam. In Alphen aan den Rijn bezoekt het gezin diensten van verschillende baptistengemeenten.

In oktober opent Shawki, die tot die tijd vanuit huis werkt, een computerwinkel in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn. De dag daarop ontmoet hij daar de eerste vluchtelingen uit de net geopende noodopvang die hem de weg vragen naar een Turkse bakker of moskee. „Binnen drie dagen stond er zestig man voor de winkel met allerlei vragen en problemen.”

Kunstgebit

Al snel laat Shawki zijn winkel over aan een medewerker en stagiaires om zich op de hulp aan vluchtelingen te richten. „Er zijn veel mensen die computers kunnen repareren, maar weinig mensen die Arabisch spreken en een brug kunnen bouwen tussen vluchtelingen en kerken. Ik wilde me vanuit een Bijbelse opdracht inzetten voor mensen die een oorlogsbied zijn ontvlucht en nu hier in een cellencomplex zitten.”

Hij gaat, samen met andere kerkelijke vrijwilligers, kleding inzamelen en uitdelen, vanuit een depot in een sociale werkplaats vlak bij de noodopvang. „In het begin ontmoette ik een Syriër die in zijn land arts was. Hij had kapotte schoenen, nauwelijks kleding en vertelde over een zieke dochter in Syrië. Het raakte me dat hij met gevaar voor eigen leven was gevlucht in de hoop zijn gezin ook hierheen te kunnen laten komen.”

Shawki start taal- en verkeerslessen voor Syriërs en Irakezen. In december richt hij de stichting Hoop voor Vluchtelingen op, die soms financieel bijspringt. Hij noemt als voorbeeld een Syriër die tijdens de oversteek van Turkije naar Griekenland zijn kunstgebit verloor. „Hij liep zes maanden zonder tanden, een nieuw gebit viel niet onder de verzekering. We hebben geld ingezameld en nu heeft de man weer een gebit.”

Een andere keer belt een Syriër Shawki op. „Zijn gezin was nog in Turkije. Een van zijn kinderen was daar van een balkon gevallen en had dringend medische zorg nodig, maar kreeg die niet omdat er geen geld was. We konden hem met een deel van het nodige bedrag helpen. Twee dagen na het ongeluk belandde het kind alsnog op de intensive care.”

Arabische diensten

Behalve praktische hulp biedt Shawki, uiteindelijk onderdeel van een netwerk van 75 vrijwilligers, de asielzoekers een luisterend oor. Tijdens de Arabische diensten probeert hij de mensen, wijzend op de Heere Jezus, hoop te bieden. „Christenen en moslims zaten soms naast elkaar op een bankje. Dat leidde nauwelijks tot problemen, al vroegen christenen weleens waarom ik moslims help. Dan zei ik: Ik behandel iedereen als mens.”

Meer dan eens tonen moslims belangstelling voor het christelijk geloof. Shawki hoopt dat kerken in hun nieuwe woonplaats hen verder begeleiden. Hij signaleert dat er op sommige plaatsen nog weinig kerkelijke betrokkenheid is rond azc’s. Daarom wil hij na sluiting van de noodopvang niet terugkeren naar zijn computerzaak. Zijn doel is genoeg fondsen te zoeken om „als coach” Arabische vluchtelingen te kunnen begeleiden, persoonlijk en via WhatsApp. Ook wil hij iets betekenen voor de Syriërs met verblijfsvergunning die al in Alphen wonen of er de komende tijd een woning krijgen. Via zijn stichting hoopt hij de financiën daarvoor te vinden.

„Het is voor Syriërs ontzettend zwaar om in afwachting van een asielprocedure weinig te kunnen doen. Ook weten ze niet hoe lang het gaat duren voordat hun gezin, dat nog in onveilig gebied zit, hierheen kan komen. Ik wil graag met vluchtelingen blijven optrekken, hen bemoedigen en de liefde van de Heere Jezus laten zien.”