„Carillon hoort vanzelfsprekend bij de geluiden van een binnenstad”

Immaterieel erfgoed
Beiaardier en organist Rien Donkersloot: „Technisch gezien is carillonspelen totaal anders dan orgelspelen.”  beeld Niek Stam
2

„Het publiek ziet jou niet, jij ziet het publiek niet.” In zekere zin heeft Rien Donkersloot als beiaardier maar een eenzaam vak. „In je eentje zit je hoog in de toren muziek te maken. Mooi is dan wel dat het hoorbaar is voor enkele duizenden mensen.”

Een beiaardier werkt tamelijk anoniem. Donkersloot (32) is stadsbeiaardier van Haarlem en Goes en gemeentebeiaardier in Ridderkerk. Veel bekender is hij als organist van de Sint-Joriskerk in Amersfoort en de Laurentiuskerk in Mijnsheerenland. „Niemand vindt het opzienbarend als het carillon speelt, zo hoort het bij de geluiden van een Nederlandse binnenstad”, zegt hij. „Elk uur of zelfs elk kwartier klinken de automatische melodieën. Niet iedereen beseft dat vaak een of twee keer per week een beiaardier naar boven klimt om een uur op de beiaard te spelen.”

De combinatie organist-beiaardier komt meer voor. „Wie oude organistenborden in kerken vergelijkt met de lijst van klokkenisten, ziet vaak dezelfde namen.” Het samengaan van de twee beroepen verwondert Donkersloot wel. „Technisch gezien is carillonspelen totaal anders dan orgelspelen. De enige overeenkomst is dat je met handen en voeten speelt. Voor het overige heeft een carillon meer raakvlakken met een piano.”

Als beiaardier voelt Donkersloot zich straatmuzikant. „Speelt een organist vooral kerkmuziek en serieuze orgelwerken, het repertoire van een beiaardier is veel breder. Niet veel anders dan van de muzikant die naast de Albert Heijn staat te spelen. Van Bach tot Beatles. Maar een carillon is niet alleen een volksinstrument, ook een concertinstrument. Werken van de klassieke groten, Bach, Mozart, Beethoven, zijn bewerkt voor klokkenspel. Een pianosonate van Mozart op het carillon kan prima.”

Versteken

De vaste melodieën van elk uur of elk kwartier programmeert Donkersloot in Haarlem met metalen pinnen op een speeltrommel. „Dat ‘versteken’ is een leuk aspect van het vak”, vindt hij. „Vaak werk je dan met een oud mechaniek, soms zelfs uit de zeventiende eeuw, dat het nog steeds doet. Versteken is betrekkelijk simpel, maar wel wat puzzelen en woekeren met de mogelijkheden. Elke trommel heeft eigenaardigheden, je moet weten wat er kan en niet kan.”

Twee keer per jaar wordt er in Haarlem verstoken. „Je moet er dan wel op letten dat je er geen melodie opzet die de mensen al na twee weken zat zijn.” Zo veel mogelijk wordt er aangehaakt bij de actualiteit. „De gemeenteraad van Haarlem heeft 2017 uitgeroepen tot het jaar van de ontmoeting. Het carillon speelt nu elk kwartier voor het hele uur ”We’ll meet again” van Vera Lynn, bekend van de Tweede Wereldoorlog.”

Goes en Ridderkerk hebben geen speeltrommel, de automatische melodieën worden per computer afgespeeld. „Is er een bekende zanger overleden, dan kan ik de speelcomputer, ook op afstand, diezelfde avond nog zo instellen dat er de komende week een melodie van hem wordt gespeeld. Toch vind ik het versteken van een speeltrommel een stuk romantischer, al kost dat een dag.”

Donkersloot is een van de circa 50 actieve beiaardiers in Nederland en er zijn in ons land 190 beiaarden, zegt Jan-Geert Heuvelman, beiaardier in Lochem en Rijssen en bestuurslid van de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging. De NKV heeft ervoor gezorgd dat de beiaardcultuur is opgenomen in de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed.

De beiaard heeft zijn oorsprong in de steden. In de veertiende eeuw werden op stadstorens uurwerken geplaatst. Om de bevolking de eerste slag niet te laten missen, werden vooraf enkele kleine klokjes bespeeld. Gaandeweg kwamen er klokken bij en werden eenvoudige melodieën mogelijk.

Bezuinigen

De tijdsaanduiding is op de achtergrond geraakt, beiaardmuziek klinkt er nog altijd. De NKV moet daar wel enige moeite voor doen. Heuvelman: „Steden als Utrecht en Amsterdam zijn niet voor te stellen zonder beiaardier, andere gemeenten bezuinigen er soms op. Bij pensionering wordt dan geen nieuwe beiaardier in gemeentelijke dienst aangesteld, maar een zzp’er. Dat is nog niet zo erg, dat komt in meer beroepsgroepen voor. Of de gemeente legt als eigenaar van het carillon ook de financiële verantwoordelijkheid voor het bespelen ervan bij een plaatselijke stichting. Lang niet altijd gaat het dan goed met de exploitatie. De vermelding van de beiaardcultuur in de nationale inventaris helpt dan zeker. We kunnen zo’n gemeente erop wijzen dat ze een morele verplichting heeft om die cultuur in stand te houden.”

Beiaardiers promoten ook zelf de beiaardcultuur, zegt Heuvelman. Zelf laat hij geregeld belangstellenden meekijken op Facebook. Die reageren daarop soms direct met een verzoek voor een melodie. Ook Donkersloot speelt verzoeknummers, af en toe neemt hij kijkers mee de toren in. „Een man of tien, vijftien kan er wel om de speeltafel heen staan.” Meestal maakt hij toch alleen de gang naar boven. „Langs deze trap lopen al vier eeuwen beiaardiers naar het carillon, denk ik dan vaak.”

zomerserie Immaterieel erfgoed

Over tradities die zijn opgenomen in de Nationale Inventaris Immaterieel erfgoed. Deel 6: beiaardcultuur >>rd.nl/immaterieelerfgoed