Canadees en Duitser delen hun oorlogsleed

Zo kan het geweest zijn: de Duitse militair Hans Kürten bij een spoordijk bij Arnhem, oktober 1944. beeld NMM
3

De gruwelijke strijd op leven en dood van een Canadese en van een Duitse soldaat is het thema van de tentoonstelling ”Hij of ik” van het Nationaal Militair Museum (NMM). „Beide militairen zijn door de oorlog voor het leven getekend.”

Voor ”75 jaar bevrijding” koos het museum in Soesterberg er bewust voor niet alleen de heroïek van de geallieerden te tonen, maar ook de Tweede Wereldoorlog vanuit Duits perspectief. „We vonden het belangrijk dat daarnaast de tegenpartij aan het woord kwam”, zegt Dirk Staat, als conservator van het NMM betrokken bij de inrichting van de tentoonstelling.

Staat spreekt zelfs over „een kantelpunt.” „We wilden 75 jaar na het einde van de oorlog laten zien dat de Duitsers eveneens hebben geleden. Je zult maar niet willen vechten maar ertoe worden gedwongen.”

Het NMM maakt het lijden van de militairen inzichtelijk aan de hand van twee waargebeurde verhalen: dat van de Franssprekende Canadees Léo Major en de Duitser Hans Kürten. Staat: „Voor zover we weten hebben ze in de oorlog nooit tegenover elkaar gestaan, maar dat zou zo hebben gekund. En dan was het: hij of ik.”

Major (1921-2008) meldde zich aan voor het leger toen Canada in 1939 bij de oorlog werd betrokken. In de oorlog raakte hij meerdere keren zwaargewond, maar hij vocht door omdat hij een missie had. Major werd een held omdat hij zo ongeveer alleen Zwolle heeft weten te bevrijden en daardoor voorkwam dat de stad in puin werd geschoten en er burgerslachtoffers zouden vallen. Niet voor niets is er in Zwolle een straat naar hem genoemd.

Hans Kürten is als antiheld de tegenpool van de Canadees. Het liefst was de Duitser op jonge leeftijd gaan klussen aan motoren, maar dat mocht hij niet. Eerst moest hij parachutes weven, toen hij achttien was moest hij naar het front in Rusland. Hij raakte er gewond. Na zijn herstel moest hij tegen de geallieerden in Nederland en Duitsland strijden.

Beide militairen zijn door de oorlog voor het leven getekend. Ze verloren alle twee hun naaste vrienden, ze raakten gewond en kregen na de oorlog hun leven maar met moeite op de rit. Major kwam regelmatig in Zwolle, Kürten werd voor de CDU burgemeester van Leverkusen.

Via een audiotour leert de bezoeker de Canadees en de Duitser kennen. Hij beleeft mee wat ze hebben meegemaakt via gesproken teksten, originele filmbeelden en foto’s, documenten en voorwerpen. En dat is heftig. Kogels fluiten je om de oren, bommen en granaten slaan op korte afstand in, levensechte poppen liggen gewond in het gras.

Is het allemaal niet te rauw?

Staat. „Je kunt het verhaal niet vertellen zonder bloed te laten zien. Wij waarschuwen wel: dit is geschikt voor jongeren vanaf 12 jaar. Vergeet niet, door gamen is de jeugd heel wat gewend.”

Aan het eind van de tentoonstelling staat een aantal bijzondere stukken. Eén daarvan is de luxe Mercedes waarin Hitler zich liet rondrijden. Staat: „Geallieerde officieren bezochten in een jeep de troepen. Dat deed Hitler niet. Met zijn auto wilde hij demonstreren dat hij het voor zeggen had en dat iedereen zijn mond moest houden.”

Kürten is het prototype van de ‘goede’ Wehrmachtsoldaat. Krijgt de bezoeker niet een vertekend beeld voorgeschoteld? Want ook de Wehrmacht was fout in de oorlog.

Staat: „Nogmaals, we willen kijken naar wat gewone soldaten aan beide kanten hebben beleefd. Dat kan leiden tot begrip, maar dat is nog geen vergeven.”

De tentoonstelling ”Hij of ik” is vanaf 14 februari tot eind september te zien in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg.