Buurvrouw heeft lak aan coronaregels. Bel je de kliklijn?

Nederland
Spreek overtreders van coronaregels bij voorkeur persoonlijk aan. En een beetje relaxed. Privacy-expert de Winter heeft moeite met kliklijnen van gemeenten. „Daar is de politie voor.”  beeld ANP, Bart Maat

Stel dat je buurvrouw een groot kraamfeest organiseert. Tientallen vrienden en bekenden komen over de vloer. Van coronavoorschriften trekken ze zich niets aan. Moet je dat melden bij de kliklijn van de gemeente? Of is dat een minne streek?

Een illegaal huisfeestje in je buurt? Geef het door aan de autoriteiten, adviseerde burgemeester Femke Halsema van Amsterdam deze week. Zo kunnen Amsterdammers meehelpen het coronavirus terug te dringen.

Is dat wel koosjer? Moet je willen klikken over burgers die een loopje nemen met de coronavoorschriften? Het zijn toch geen misdadigers?

Het is in principe een „bedenkelijke zaak” als burgers elkaar erbij lappen, reageert socioloog dr. Bas van Stokkom. „Klikken tast het vertrouwen tussen burgers aan. Het plaatst schotten in de maatschappij. We moeten geen Cubaanse toestanden willen. Daar móeten mensen haast anderen verlinken, om niet de schijn te wekken dat ze ongehoorzaam zijn aan de overheid.”

Toch is daarmee niet alles gezegd, benadrukt de Eindhovense socioloog. Want nu Nederland in een „noodtoestand” verkeert, kan het toch „een goede zaak” zijn als burgers via een meldlijn een boekje open doen over mensen die de volksgezondheid in gevaar brengen.

Baby

Beoordeel iedere situatie op zijn eigen merites, benadrukt Van Stokkom. Zou de socioloog een kliklijn bellen als een stel tientallen gasten uitnodigt om de pasgeboren baby te bewonderen? „Als daar bijvoorbeeld dertig mensen bij elkaar zijn, zou dat voor mij niet voldoende reden zijn om de autoriteiten in te schakelen. Voor mij is een belangrijke vraag of feestgangers urenlang, dansend en door alcohol beneveld, dicht op elkaar staan. Dat maakt zo’n zaak ernstiger. Een illegaal housefeest zou ik mogelijk wel melden.”

Mondkapje

Spreek mensen die coronavoorschriften aan hun laars lappen bij voorkeur zélf aan, adviseert Van Stokkom, die erkent dat veel burgers daarvoor terugschrikken. Zelf vermaant hij wel van tijd tot tijd anderen. Zo sprak hij studenten aan die tot in de kleine uurtjes tijdens een feest kabaal maakten. Ook attendeerde Van Stokkom in de trein mensen erop dat ze geen mondkapje droegen.

Het is de toon die de muziek maakt. „Het heeft geen enkele zin om grimmig of boos te worden. Blijf vriendelijk. Zelf zei ik tegen een dame zonder mondkapje iets als: „Het is toch wel verwonderlijk dat u geen mondkapje op heeft. Terwijl de regels voor iedereen gelden.” Ze negeerde me en wendde haar blik af. Een ander zonder mondkapje reageerde: „Neem me niet kwalijk, ik was even aan het eten.”

Kampen lanceerde in het voorjaar een coronameldpunt, waar burgers de gemeente konden inlichten over schendingen van de coronarichtlijnen. Tientallen Kampenaren maakten gebruik van de kliklijn. Stimuleert de gemeente zo niet dat burgers elkaar verraden? „Ik heb zo’n onderbuikgevoel ook wel gehad”, bekent burgemeester Bort Koelewijn.

Vreemde overheid

Toch is de overheid inlichten over aso’s die lak hebben aan coronaregels „wezenlijk iets anders” dan het verraad in bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog, vindt de burgemeester. „Toen werd Nederland geregeerd door een vreemde overheid die handelde uit willekeur en met terreur. Nu moeten we een gezamenlijke vijand bestrijden. Met z’n allen moeten we de verspreiding van het coronavirus tot een minimum beperken.”

De meldingen in het voorjaar betroffen vaak zorgen van burgers over bijvoorbeeld het coronabeleid in supermarkten. Het was destijds uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de gemeente na tips van burgers ondernemers beboette, legt Koelewijn uit. „We liepen niet rond met het bonnenboekje, maar wilden bedrijven helpen zaken op orde te krijgen.”

Balletje trappen

Je buren verklikken? „Zoiets ligt voor mensen met een Joodse achtergrond heel gevoelig”, reageert privacy-deskundige Brenno de Winter, zelf van Joodse komaf. Hij doelt daarmee op verraderspraktijken in de Tweede Wereldoorlog.

Zeker bij de „kleinste overtredingen” zouden Nederlanders niet meteen de autoriteiten moeten inschakelen, bepleit hij. „Als een paar jongeren in een iets te groot groepje een balletje trappen, moet je daar geen handhavers op af laten sturen. Daarmee misken je dat jongeren ademruimte nodig hebben.”

De Winter heeft er moeite mee als gemeenten „losse kliklijnen” lanceren. Burgers zouden zich uitsluitend bij de politie moeten melden met klachten. „De politie filtert klachten en moet voldoen aan de nodige wet- en regelgeving. Dat soort waarborgen zijn van belang. Ook in moeilijke tijden moeten we niet marchanderen met de rechtstaat.”

Relaxed

Net als socioloog Van Stokkom geeft ook De Winter er de voorkeur aan om mensen die –vermoedelijk– coronaregels schenden, zelf aan te spreken. „Doe dat relaxed. En hou rekening met de context. Stel dat je ziet dat op een dag tien keer drie mensen telkens een huis binnen gaan. Dat zou ook kunnen betekenen dat daar iemand is overleden.”