Burgemeester krijgt jeuk van z’n CU-labeltje

Andries Heidema, burgemeester van Deventer wordt de nieuwe Commissaris van de Koning in Overijssel. beeld Jeroen Jazet

Een gemeente besturen kan hij goed, een motor besturen moet hij nog leren. Overijssel draagt Andries Heidema (56), burgemeester van Deventer, voor als commissaris van de Koning. „Ik sta graag boven de partijen, tussen de mensen. Niet op een voetstuk.”

Overijssel wil een commissaris die trots is op de provincie. Iemand die aanwezig, betrokken en benaderbaar is. Woensdagavond hebben Provinciale Staten Heidema voorgedragen in de vacature, ontstaan na het vertrek van Ank Bijleveld naar Defensie.

Heidema kijkt terug op een veelkleurige politieke loopbaan. CU-raadslid en -wethouder in Zoetermeer, vijf jaar burgemeester in Neder-Betuwe en elf jaar jaar eerste burger in Deventer. Heidema, lid van een CGK/NGK/GKV-gemeente in Deventer, heeft eerder als manager op verschillende ministeries gewerkt.

Gefeliciteerd.

„Dank u. Geweldig. Ik ben erg blij met deze voordracht. Dankbaar. Een zegen. Ik heb er zin in.”

U bent de eerste commissaris van CU-huize. Belangrijke mijlpaal?

„Ik krijg altijd jeuk als mensen mij labelen als CU-burgemeester of CU-commissaris. Ja, ik ben CU-raadslid en -wethouder geweest. Ik ben trots op die partij. Maar ik ben nu burgemeester van 100.000 Deventernaren. Zo hoop ik straks commissaris te zijn van alle Overijsselaren.”

Wat is voor u de uitdaging?

„Na zeventien jaar burgemeesterschap merk ik dat die zo’n rol past bij het type persoon dat ik ben. Tussen de mensen, boven de partijen. Samenwerkend met verschillende partijen en groepen in de samenleving voor een relevante overheid die goede dingen doet. Boegbeeld zijn past bij mij.

Ik voel me thuis in Overijssel. Daarom heb ik de stoute schoenen aangetrokken en de koning een brief geschreven.”

Voelt dat voor u zo, de stoute schoenen aangetrokken?

„Ja, het is toch een bijzondere functie. Daar hebben we er in Nederland maar twee handjes vol van. Ik weet wat ik kan, maar ik wist niet of ik dat ook zou kunnen overbrengen.”

Is het ook niet een beetje een slaperige functie bij zo’n provincie?

Heidema lachend: „Haha, nee. Een provincie is allesbehalve slaperig. Provincies vervullen een vitale functie tussen Rijk en gemeente. Het zijn ook belangrijke gesprekspartners voor Brussel.

Nederland is vaak geneigd vanuit de Randstad te denken. Overijssel is echter een slagader tussen Randstad en Ruhrgebied. Via de snelweg A1, via het spoor.”

Wat zijn de drie grootste problemen van Overijssel?

„Ik vind het te ver gaan daar inhoudelijk antwoord op te geven. De kerntaak van gemeenten en provincies is ervoor te zorgen dat mensen zich thuisvoelen in de samenleving. Dat mensen gezien worden. Het is een enorme uitdaging zo’n gemeenschap te zijn. Want verharding, geweld op internet gaan ook Overijssel niet voorbij. Overijssel kent gelukkig zijn naoberschap, in voor- en tegenspoed voor elkaar klaar staan.”

Wat gaat Overijssel merken van een commissaris van CU-huize?

„Ik ben christen, ik opereer vanuit mijn geloof, vanuit liefde tot God en mijn medemens. Dat wil ik uitdragen in het oog en oor hebben voor mensen. Tegelijk is burgemeester-zijn een vak. Net als politieagent, bakker of verpleegster. Niet meer en niet minder.”

In Deventer heerste bij uw aantreden angst dat u een gereformeerd stempel op de stad zou drukken.

„Mensen zijn erg geneigd om in hokjes te denken. In Deventer ben ik als eerste in gesprek gegaan met groepen waar die angst leefde. Om elkaar in de ogen te kijken. Dat heeft geleid tot warme relaties. Ook met die groepen. In Deventer is mijn politieke kleur nauwelijks een thema meer. Raad en Staten bepalen het beleid. Niet de burgemeester of de commissaris.”

Deventer geeft geen prostitutievergunningen meer, coffeeshops verdwijnen. Toch stiekem CU-invloed?

„Het grappige is dat mijn collega’s van PvdA en VVD in Utrecht en Amsterdam hetzelfde doen. Maar als ik het in Deventer doe, is het ineens CU-invloed.

Politie en OM hebben veel meer zicht gekregen op criminelen of mensen met foute bedoelingen. Zij krijgen geen vergunning. Dat heeft puur te maken met het vakmanschap van een burgemeester om zwakken te beschermen.”

In 2010 stapte u op een motor. Zonder helm, zonder rijbewijs.

„Klopt. Mijn zoon had zijn motor te koop staan. Hij zei: Pa, zorg effe dat de motor warm is, want hij heeft jaren stil gestaan. Ik ben het doodlopende weggetje bij ons boerderijtje opgereden. Zonder rijbewijs, zonder helm. De koppeling schoot door en ik ging onderuit, waarbij mijn been brak. Ik heb zelf politie en ambulance gebeld en het voorval zelf naar buiten gebracht.

Het was fout. Heel vervelend, heel gênant. Ik ben daarbij van mijn voetstuk afgevallen. Maar dat geeft niet. Als ik al op een voetstuk zou staan, wil ik daar zo snel mogelijk vanaf. De mooiste reactie gaf een PvdA-fractievoorzitter: „Een gemeente besturen kan hij goed, maar een motor besturen moet hij nog leren.”