Burgemeester Ben Visser van Scherpenzeel: Ik blijf graag mezelf

Informeel
Burgemeester B. Visser. beeld RD, Anton Dommerholt

Burgemeesters komen overal. Ze bezoeken hoogbejaarde echtparen die hun huwelijksjubileum vieren, treden handhavend op als de openbare orde wordt verstoord en lopen na een schokkend drama voorop in een stille tocht.

„Dat laatste is onderdeel van hun pastorale taken”, vindt Ben Visser (35), oud-ChristenUniewethouder in Urk en sinds september 2013 burgemeester van Scherpenzeel. „Veel burgers zijn aangeslagen bij een dergelijke gelegenheid. Hun emoties zoeken een uitweg. Voorheen was het vaak nog de kerk die troost en veiligheid bood, maar dat kader is voor veel mensen weggevallen. In de leemte die daardoor ontstaat, moet je soms als overheid en als burgemeester voorzien.”

Hoe beïnvloedt informalisering het ambt van een jonge burgemeester? „Goed benaderbaar zijn en makkelijk contacten kunnen leggen, zijn essentieel”, steekt Visser van wal. „Neem van mij aan dat een vertrouwenscommissie daar tijdens een benoemingsprocedure zeer zwaar aan hecht. Simpel gezegd, als er aan het eind twee kandidaten overblijven die even geschikt zijn, zal de voorkeur uitgaan naar de aardigste, degene met wie je als burger het gemakkelijkst een praatje aanknoopt op een terras. Heb je als burgemeester een wat informele uitstraling, dan is dat beslist een pre.”

Maar daar komt wel iets achteraan: jezelf informeel opstellen moet wel in de juiste proporties en passen bij de situatie, beklemtoont Visser. „Tegenover een burger op straat stel ik mij anders op dan in de gemeenteraad. Zo zal ik de raadsleden tijdens een raadsvergadering nooit met hun voornaam aanspreken. Verder zie ik het als mijn taak om tijdens een raadsvergadering te waken over de omgangsvormen. Scheldwoorden en krachttermen kun je niet tolereren vanuit de gedachte dat we nu eenmaal in een informele tijd leven. Je bent in een raadzaal, niet op de markt.”

De inwoners van Scherpenzeel spreken hun burgemeester het liefst nog gewoon aan met u, zo is Vissers ervaring, de jongeren incluis. „En ouderen kijken nog altijd tegen me op, bijvoorbeeld als ik bij hen langskom voor hun huwelijksjubileum. Van mij hoeft dat niet, want als ik mezelf voorstel doe ik het gewoon met mijn voornaam. Maar ik laat de keus bij de mensen zelf.”

In de gemeente Urk maakte Visser deel uit van een college met daarin een burgemeester die qua leeftijd ongeveer zijn vader had kunnen zijn. „Hem sprak ik altijd met u aan, zelfs bij informele gelegenheden. Als we samen aan een soepje zaten en ik wilde weten hoe hij ergens over dacht, vroeg ik bijvoorbeeld: Burgemeester, wat vindt u daarvan? Gewoon, uit respect.”

Wat als zijn wethouders hem zouden aanspreken met u? Visser, ad rem: „Dat doen ze niet, en gelukkig maar. Mijn vader was fabrieksarbeider, ik kom uit een eenvoudig gezin en wil graag mezelf blijven. Dus prima dat ze het houden bij ”je” en ”jij”.”

Bekijk hier alle artikelen uit het thema Informeel.