Bunschoten leeft van vis en voetbal

In de Biblebelt
Botters dobberen in de Oude Haven van Bunschoten-Spakenburg. beeld RD
4

Bunschoten is in beweging. Politiek, kerkelijk, maatschappelijk. „Het wordt er niet beter op.” Voor het eerst in de geschiedenis zit er een niet-christelijke partij in het college. Vis verenigt, voetbal verdeelt het dorp.

Een kille wind waait over de Oude Haven in het historische centrum van Spakenburg. Oude botters dobberen onder zeil langs de kant. Mooi spul. Historisch erfgoed. Dolf Versteegh hengelt in de haven. „In Kampen vang je meer, maar hier vang je grotere vis.”

Het voormalige vissersdorp kent de hoogste kerkelijke dichtheid van Nederland. Toch is Bunschoten –pakweg 21.500 inwoners– niet een typische Biblebeltgemeente, maar vooral een CU-bolwerk met vijf gemeenten (6000 leden) van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.

Bunschoten

„Bunsjoten”, zeggen de inwoners. De postbode kent alleen nog ”Bunschoten-Spakenburg”. De oude kernen lopen tegenwoordig naadloos in elkaar over. De twee verschillen sterk, vindt Hilletje Veldhuizen (80), gestoken in klederdracht. „Bunschoten is rustiger.”

Spakenburg is het armere vissersdorp, Bunschoten het rijkere boerendorp. Vanouds dan. Veldhuizen heeft het dorp „geweldig” zien veranderen. „Het wordt er niet beter op”, zegt ze aan de rand van de Oude Haven. „Bunschoten was altijd een besloten gemeenschap. Jongeren trekken er nu allemaal op uit.”

Veldhuizen draagt haar klederdracht met trots. „Ik ben erin gedoopt.” Sylvia Teunissen (42), aan de andere kant van de haven, moet dan weer niets van klederdracht hebben. „Zit voor geen meter”, reageert ze resoluut, haardos aan één kant gemillimeterd. Is dat Spakenburgs? „Nee, dat is de tondeuse.”

Niet alleen jongeren, ook ondernemers trekken er massaal op uit. Elke dag –behalve zondag– verlaat een lange colonne marktwagens Bunschoten. Met vis, koek en brood. Het dorp uit, het land in. Tot in Brabant en Limburg. De bedrijvigheid is goed te verklaren, zegt directeur Aart de Graaf van De Graaf Bakeries. „Het vissersdorp heeft altijd moeite moeten doen het hoofd boven water te houden. We zijn het hier gewend de handen uit de mouwen te moeten steken.” De Graaf –200 man personeel– bakt 6 miljoen appeltaarten, 12 miljoen oliebollen en 35 miljoen frikadelbroodjes per jaar.

Rood en blauw

Voetbal is in het kerkdorp net zo belangrijk als vis. Elke zaterdag loopt het dorp uit naar Sportpark De Westmaat. „Voetbal lijkt soms wel een religie”, verzucht Abram Muijs van nieuwsblad de Bunschoter. „Een afgod”, beaamt een oudere dame bij de haven. „Verschrikkelijk.”

Voetbal verdeelt Bunschoten tot op het bot. De ”blauwen” (SV Spakenburg) staan lijnrecht tegenover de ”rooien” (VV IJsselmeervogels). Volk en vissers tegenover boeren en klerken. In een ver verleden dan. Het dorp staat echter nog steeds op stelten als de twee amateurclubs elkaar treffen in een dorpsderby. Met spreekkoren en strijdliederen. En 9000 toeschouwers. Ook uit het buitenland.

„In Bunschoten ben je rood óf blauw”, stelt SGP-fractievoorzitter Jan-Bert Heinen, zelf „niet-praktiserend” blauw. Toch bezoekt hij regelmatig dorpsderby’s. „Voor de gezelligheid, voor de contacten.” Voor veel SGP’ers is dat een brug te ver, weet hij.

„De kracht van de SGP is dat wij ergens voor staan. Oók op het voetbalveld. Als wij spreken over drooglegging van kantines, kun je niet vanaf de zijlijn staan roepen, maar moet je je gezicht laten zien.” Bovendien vinden er volgens Heinen soms „diepgaande gesprekken” plaats langs de lijn.

Aardverschuiving

Politiek verschiet Bunschoten van kleur. Na de verkiezingen van maart is er onverwacht een niet-christelijke partij in het college aangetreden. Voor het eerst in de geschiedenis. De VVD groeide fors (van 2 naar 5 zetels), terwijl CU (8 naar 7) en CDA (4 naar 3) moesten inleveren.

„Een politieke aardverschuiving”, stelt SGP-fractievoorzitter Heinen, die zelf vier jaar geleden uit het niets twee zetels veroverde. Het college bestaat nu uit twee CU’ers en een VVD’er. Onder leiding van CU-burgemeester Melis van de Groep, vorige week voor de derde termijn herbenoemd.

De VVD-winst is vooral afkomstig van jongeren én van import, analyseert Heinen. Dankzij de groei van Bunschoten neemt het aantal nieuwkomers toe. De VVD weet deze te trekken met pleidooien voor een verruiming van de openingstijden in de horeca bijvoorbeeld. De VVD-zege is tegelijkertijd ook te danken aan een opportunistisch standpunt over afvalscheiding.

Te links

Tegenover de recente achteruitgang van CU en CDA staat de SGP, die haar twee zetels behield én stemmenwinst boekte. De SGP-aanhang bestaat volgens Heinen uit het behoudend kerkvolk van diverse gemeenten. „Bunschoters die de CU te links vinden.”

Neem de winkelopstelling. Het besluit van CU en CDA in de vorige raadsperiode om winkeliers toe te staan hun deuren op tweede feestdagen te openen, is bij een deel van Bunschoten slecht gevallen. Na protesten van kerken heeft de raad dit besluit voor Hemelvaartsdag teruggedraaid. „We moeten waakzaam zijn”, stelt Heinen. „Anders is de volgende stap openstelling op zondag.”

Bunschoten kent nog een christelijke raadsmeerderheid. „De vraag is hoe dat over vier jaar is”, zegt de fractievoorzitter bezorgd. De SGP’er signaleert zorgelijke ontwikkelingen. „Kerkelijk Bunschoten staat onder druk. Elke gemeente kampt met kerkverlating en terugloop in avonddiensten.”

Toch is Bunschoten nog rijk gezegend, stelt ds. P. W. J. van der Toorn vast. „Mooi om te ontdekken dat het geloof bij veel inwoners nog echt leeft. Met een warme betrokkenheid op het Woord.” Ook diaconaal ziet de CGK-predikant mooie initiatieven. Bijvoorbeeld de oprichting van de Genadebron, een interkerkelijke stichting met een voedsel- en een kledingbank. „Wat diaconieën niet lukte, lukt hen nu wel.”

Desondanks is lang niet alles rozengeur en maneschijn. Ook kerkelijk niet. „Veel kerkgangers hebben genoeg aan hun kerkgang. Ik mis dan een verbroken hart.” De CGK-predikant wil „niet wijzen”, maar constateert „een vervlakking” van de prediking. „De CGK met 1000 kerkgangers en de hervormd-gereformeerden met 300 zijn hier de enige behoudende kerken, de rest is kuyperiaans. Dat kleurt de spiritualiteit.” Verder is er nog een kleine oud gereformeerde gemeente.

De zorgen gaan de CGK echter ook niet voorbij, getuige het afstoten van kerkgebouw De Bron drie jaar geleden. „Onze gemeente kent een vrij brede rand van mensen die niet of nauwelijks naar de kerk gaan. Symptomatisch voor het dorp. Verdrietig.” De tweede CGK-diensten zijn dan weer wel goed gevuld.

De geplande komst van de evangelische gemeente Mozaiek0318 uit Veenendaal maakt de tongen los in het dorp. Nieuwsblad de Bunschoter wijdt er vele kolommen aan. „Bunschoten staat vol kerken en dan ga je daar een nieuwe starten”, vraagt de oud-Bunschoter predikant ds. R. Kelder (GKV), nu woonachtig in Amersfoort, zich hardop af. Wegens ruimtegebrek is Mozaiek –voorlopig– uitgeweken naar Nijkerk.

Landelijk staat Bunschoten ook bekend om drank en drugs. Een „niet te onderschatten” probleem, zegt SGP’er Heinen. „Gebruik is hier bovengemiddeld.” College en kerken doen „het nodige”, maar „een tandje extra” is niet overbodig. „Bunschoten moet geen Volendam worden.”

Drinken zit in het DNA van de bevolking, constateert ds. Van der Toorn. „Drugs zijn overal gemakkelijk te verkrijgen. Jongeren hebben geld, omdat ze hard werken.” De burgemeester heeft in een beraad met kerken aangegeven met zijn handen in het haar te zitten.

Groot probleem

„Het probleem in Bunschoten is ontzettend groot”, beaamt coördinator Fred Nijenhuis van Waypoint. Omdat officiële cijfers ontbreken, rekent de christelijke organisatie voor bewustwording van de gevaren van drank en drugs met het landelijk gemiddelde van 1 verslaafde op 20 inwoners.

Voor Bunschoten (21.500 inwoners) betekent dat ruim 1000 verslaafden. Het zou de Waypointcoördinator echter „niet verbazen” als de gemeente aanmerkelijk hoger scoort. De problemen zijn in Bunschoten „minstens zo groot” als in Urk en Volendam. „Een dorpsbreed probleem.”

Waypoint probeert sinds anderhalf jaar bewustwording op gang te brengen. En hulp te bieden aan (ex-)verslaafden en hun ouders. „Ouders moeten zich bijvoorbeeld realiseren geen goed voorbeeld te geven als ze op het voetbalveld en thuis veel drinken.” Binnenkort wil de stichting een bedrijfje opzetten voor verslaafden. Nijenhuis ziet vooruitgang. „Politici en kerken onderkennen meer en meer de problematiek.”

Waypoint ervaart Gods zegen op het werk. De stichting heeft –samen met de Voedselbank– bijvoorbeeld zomaar een kantoorpand van 1300 vierkante meter cadeau gekregen. „Bijzonder” zegt Nijenhuis dankbaar. „We hebben met een levende God te maken, Die het werk ondersteunt.” Daarom is er hoop. „God is een God van redding. Hij wil helpen. Ook in Bunschoten.”

Bunschoten is kerkelijk meelevend. beeld RD

Inwoners kerkelijk dorp leven sterk met elkaar mee

De onderlinge rivaliteit tussen Bunschoten en Spakenburg is verdwenen. Behalve op het voetbalveld. De twee clubs, vanouds verbonden met een van beide dorpen, willen het beste zijn. „Die geldingsdrang zit in de genen.”

Hoofdredacteur Abram Muijs (57) van nieuwsblad de Bunschoter is op zaterdag regelmatig –„ook tijdens de derde helft”– op het voetbalveld te vinden. „Daar haal ik dikwijls mijn nieuwtjes vandaan. Voetbal is leuk, maar de derde helft vind ik veel interessanter.”

Muijs zwaait de scepter over de Bunschoter. Het nieuwsblad (pakweg 4000 abonnees) verschijnt op maandag en vrijdag bij abonnees, op woensdag valt de krant huis-aan-huis op de mat. „De Bunschoter is een van de pijlers die zorgen voor de grote saamhorigheid in ons dorp.”

Inwoners van het voormalige vissersdorp staan nog voor elkaar klaar, constateert Muijs. Bijvoorbeeld bij de bouw van een gezinsvervangend tehuis. Of bij de oprichting van de Genadebron, een interkerkelijke stichting die zich inzet voor minima en hulpbehoevenden. „Bunschoten zet daar samen de schouders onder.”

Ook bij de vermissing en de moord op Savannah Dekker (14), medio vorig jaar, leven dorpsgenoten sterk met elkaar mee. Met een zoekactie, een gebedsdienst en een stille tocht, om maar eens iets te noemen.

De zaak-Henk K., veroordeeld voor geweld tegen (een deel van zijn) negentien kinderen, verdeelt het dorp dan weer. „De een vindt dat we er te veel over schrijven, de ander vindt dat we er te weinig aan doen”, stelt Muijs.

Bunschoten is sterk in vis, koek en brood. Broodverkoper ’t Stoepje is in grote delen van het land een begrip. „Na de afsluiting van de Zuiderzee is het dorp op zoek gegaan naar andere inkomsten. Bunschoten en Spakenburg zijn het gewend om baas op eigen schip te zijn. Wat we doen, doen we goed.”

serie In de Biblebelt

Wat houdt plaatsen in de Biblebelt bezig? Twaalf portretten. Deel 7.