Buitenaards leven blijft onvindbaar, zelfs na jaren zoeken

Seti
illustratie RD, Janneke Paalman
3

Bestaat buitenaards leven? Niemand heeft het ooit ontdekt, maar die vraag houdt de gemoederen van velen vandaag de dag bezig. Complete onderzoeksprogramma’s zijn ervoor opgetuigd. Wat zit er eigenlijk achter SETI – de zoektocht naar buitenaardse intelligentie?

Een aantal wetenschappers wil niets liever dan op zoek gaan naar buitenaardse intelligentie op andere planeten. Ze zouden het liefst doelgericht een stroom boodschappen de ruimte in willen sturen, in de hoop contact te leggen met intelligente levensvormen elders in het heelal. Dat maakten ze vorige maand bekend op een conferentie van de Amerikaanse academie van wetenschappen AAAS.

Binnen het Amerikaanse SETI Institute is er veel steun om actiever te zoeken naar intelligent buitenaards leven, aldus directeur Seth Shostak. „We willen niet alleen luisteren naar signalen uit het heelal, maar ook boodschappen uitzenden naar bepaalde nabijgelegen sterren. Er is dan een kans dat je buitenaardse wezens als het ware wakker maakt”, verklaarde hij op BBC News.

„Het is natuurlijk alsof je in de jungle zomaar staat te schreeuwen. En je weet niet wat je oproept. Je wilt niet degene zijn die de aliens heeft uitgenodigd die vervolgens onze planeet gaan vernielen.”

Over dit zogeheten ”actieve SETI” –van Search for Extra Terrestrial Intelligence– zijn de meningen nogal verdeeld. De beroemde astrofysicus Stephen Hawking waarschuwde ooit tegen het hardop rondschreeuwen dat we er zijn. Veelzeggend: „Het eerste contact met blanken pakte bepaald niet goed uit voor de indianen.”

Astrobioloog David Grinspoon van het Amerikaanse Planetary Science Institute denkt daar heel anders over. „De kans dat iemand een boodschap van de aarde oppakt, is groter dan ooit”, stelde hij optimistisch. „Wetenschappers denken dat een op de vijf zonachtige sterren planeten hebben met omstandigheden die geschikt zijn voor het leven. Het is uitermate waarschijnlijk dat een deel ervan intelligentie heeft ontwikkeld en in staat kan zijn om te communiceren.” (Zie kader ”Goudlokjeplaneet”.)

Hoofdprijs

Volgens de wetenschappers moet er buitenaards intelligent leven in overvloed zijn. De Amerikaanse astronoom Frank Drake –die in 1961 de eerste SETI-lezing hield– bedacht zelfs een vergelijking om het aantal planeten waarop leven mogelijk is, uit te rekenen. Volgens hem moeten er in de Melkweg minstens enkele tientallen en mogelijk honderden miljarden planeten zijn waarop leven mogelijk is.

Een aantal van deze planeten is volgens de gangbare wetenschap miljarden jaren ouder dan de aarde. Intelligent leven heeft zich daarop dus miljoenen jaren langer kunnen evolueren. Het heelal zou dus gevuld moeten zijn met talloze technologisch superieure beschavingen.

Het probleem is echter dat ze geen teken van leven geven. „Waar is iedereen?” vroeg de natuurkundige Enrico Fermi zich af tijdens een lunch in 1950. „Als er zo veel buitenaardse beschavingen in de Melkweg zijn, waarom is er dan geen bewijs, waarom zien wij dan geen sondes, ruimteschepen of radio-uitzendingen?” Dit probleem wordt de Fermi-paradox genoemd. (Zie kader ”Drake tegen het licht”.)

Hoewel de kans dat er elders in het heelal leven is ontstaan astronomisch klein is, hoeft dit volgens Stephen Hawking geen probleem op te leveren. „Het is als het winnen van een loterij. Hoewel de kans daarop heel klein is, wint elke week wel iemand de jackpot”, aldus Hawking in 2010 op de Britse televisiezender Channel 4.

Het SETI Institute speurt het heelal al decennialang af met gevoelige radiotelescopen op intelligente signalen van buitenaardse levensvormen. Tot op heden met bitter weinig succes: het onderzoek levert slechts stilte op. Het enige wat astronomen met hun telescopen aantreffen in het heelal zijn lege planeten, rotsen zonder enig teken van leven. (Zie kader ”De zoektocht gaat door”.)

Wonder

Waarom wensen zo veel wetenschappers dat buitenaards leven bestaat? Het grote probleem waar ze mee worstelen, is het ontstaan van het leven op aarde. De Britse astronoom Fred Hoyle vergeleek ooit de kans dat leven spontaan is ontstaan met de kans dat een tornado die door een schroothoop raast, daar een Boeing 747 uit samenstelt. „Een eerlijk mens, die is voorzien van alle beschikbare kennis, moet concluderen dat het ontstaan van het leven nog het meest lijkt op een wonder”, aldus Nobelprijswinnaar Francis Crick, de ontdekker van de DNA-structuur, in zijn boek ”Life Itself, its Origin and Nature”.

Als atheïst kan Crick echter niet uit de voeten met wonderen, dus bedacht hij de ”geregisseerde panspermiatheorie”: primitief leven is miljarden jaren geleden op aarde gezaaid door ver geëvolueerde aliens met ruimteschepen. Ook voor Stephen Hawking is dit een serieuze optie als verklaring voor het leven op aarde. De bekende atheïstische evolutiebioloog Richard Dawkins sluit evenmin uit dat het leven op aarde is gezaaid door een „beschaving die is geëvolueerd tot een zeer hoog technologisch niveau.”

„Niets illustreert duidelijker hoe hardnekkig het probleem van de oorsprong van het leven is geworden dan het feit dat zelfs de wetenschappelijke wereldtop ernstig rekening houdt met het idee van panspermia”, schrijft Michael Denton in zijn boek ”Evolution: a Theory in Crisis”. En om panspermia mogelijk te maken, moeten aliens bestaan.

„De ontdekking van buitenaards leven zou dus impliciet de evolutietheorie bevestigen”, meent astrofysicus Jason Lisle, researchdirecteur van het Institute for Creation Research, in zijn publicatie ”Are ET’s and UFO’s Real?”. De wens om intelligente buitenaardse wezens te ontdekken, gaat echter nog dieper dan alleen het vinden van een verklaring voor de oorsprong van het leven.

Lisle proeft in gesprekken met astronomen een academische nieuwsgierigheid: buitenaardse wezens zouden hun geavanceerde kennis met ons kunnen delen. Wetenschappers zouden graag de beschikking krijgen over hun veronderstelde medische kennis: aliens zouden het geheim van leven en dood kennen; wellicht hoeven mensen dan straks niet meer te sterven.

Vaker blijkt het geloof in buitenaardse intelligentie voort te komen uit een gevoel van kosmische eenzaamheid. „Als aliens bestaan, zijn wij niet meer alleen in dit grote heelal.”

Ten diepste gaat het echter niet om een academische, maar om een existentiële vraag. „Aliens zouden de meest fundamentele vragen over het menselijke bestaan kunnen beantwoorden. Waarom ben ik hier? Wat is het doel van mijn leven?”

Eenzaam

Op een bepaalde manier blijkt het geloof in buitenaardse wezens een seculiere vervanging van het geloof in God, constateert Lisle. „God is de enige Die elke ziekte kan genezen; in Hem zijn al de schatten van wijsheid en kennis verborgen, Kolossensen 2:3; God is de enige Die antwoord kan geven op de fundamentele vragen van ons bestaan; God alleen kan het eeuwige leven schenken, Johannes 17:3. Het is niet verrassend dat een niet-gelovige wetenschapper een gevoel van kosmische eenzaamheid overvalt, wanneer hij zijn Schepper verwerpt. Hoewel elk mens zich van God heeft afgekeerd in Adams zonde en dat voortdurend weer doet door zijn eigen zonden, blijft ten diepste zijn behoefte aan gemeenschap met God bestaan.”

Het schokt hem dat een meerderheid van de intelligente wetenschappers wel „Gods overweldigende schepping” bestuderen, maar desondanks de Schepper Zelf verwerpen. „In plaats van in Hem geloven ze in aliens en in een miljoenen jaren durende evolutie; omdat zij God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen, en hun onverstandig hart is verduisterd geworden. Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden”, citeert Lisle Romeinen 1:21 en 22.

Paul Davies, hoogleraar natuurkunde aan de Arizona State University, komt in zijn boek ”Are we alone?” met een vergelijkbare verklaring als Lisle. „In een tijdperk waarin de traditionele godsdienst sterk achteruitgaat, kan het geloof aan superontwikkelde buitenaardse wezens een zekere mate van troost en inspiratie geven. Dit gevoel van in religieus opzicht op zoek te zijn, kan zich ook heel goed tot de wetenschappers zelf uitstrekken, zelfs al zeggen de meeste van zichzelf dat ze atheïst zijn.”

www.seti.org Dit is het eerste deel in een serie over intelligent buitenaards leven. Woensdag deel 2.


Goudlokjeplaneet

Niet elke planeet is geschikt voor leven. De hoofdvoorwaarde voor het leven op aarde is de aanwezigheid van vloeibaar water. De meeste planeten buiten het zonnestelsel zijn echter te koud of te warm. Het water zou er bevriezen of juist verdampen.

Exoplaneten die zich in de bewoonbare zone –de zogeheten Goudlokje- of Goldilocks zone– van hun planetenstelsel bevinden, zijn zeldzaam. In ons zonnestelsel geldt dat alleen voor de aarde en Mars.

Ook om andere sterren zijn planeten ontdekt die bewoonbaar zouden kunnen zijn. Inmiddels zijn er sinds 1995 zo’n duizend exoplaneten gedetecteerd. Van de 47 serieuze kandidaten zouden er 31 wellicht kunnen worden aangemerkt als Goudlokjeplaneet. Deze moeten dan cirkelen om een stabiele warme ster, zoals de zon. Dergelijke stabiele sterren zijn echter extreem zeldzaam in het heelal.


De zoektocht gaat door

Het zoeken naar buitenaards leven is big business voor de Amerikaanse wetenschap. Voor planetenonderzoek in 2016 zet de Amerikaanse regering het astronomische bedrag van 1361 miljard dollar (1250 miljard euro) opzij. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft voor volgend jaar 18,5 miljard dollar, een kleine 17 miljard euro, toegezegd gekregen, onder meer voor de missies naar Mars en naar Jupitermaan Europa. Een van de doelen is om daar sporen van leven te detecteren. NASA besteedt slechts 0,1 procent van haar budget officieel aan SETI – de zoektocht naar buitenaards intelligent leven. Jaarlijks gaat het om een kleine 20 miljoen dollar. Particulieren dragen het meeste bij aan het onderzoeksbudget van SETI-projecten.

De meeste projecten worden momenteel uitgevoerd door Harvard University, de University of California en het SETI Institute in Mountain View in Californië. Het onderzoek volgt twee strategieën. De eerste heet Project Phoenix. Met radiotelescopen zoeken wetenschappers binnen een afstand van 75 lichtjaar van de aarde zo’n 850 zonachtige sterren af op radiosignalen. De tweede is Project Argus. Met een netwerk van antennes, het ”Deep Space Network, worden signalen uit de rest van het heelal onderzocht.

David Weintraub, hoogleraar astronomie aan de Vanderbilt University in Nashville, verwacht dat aan het einde van de 21e eeuw alle sterrenstelsels binnen een straal van 1000 lichtjaren zijn nagespeurd op leven. Hij schrijft in zijn boek ”Religions and Extraterrestrial Life”: „We leven in een heel bijzondere tijd. Sommigen van ons zullen wellicht nog in leven zijn wanneer astronomen intelligent leven vinden elders in het heelal; we hebben dan stevig bewijs gevonden dat er buitenaards leven bestaat. Of we zijn ervan overtuigd geraakt dat we alleen zijn in dit grote heelal.”


Drake tegen het licht

Als de Amerikaanse astronoom Frank Drake gelijk heeft, moet er in het heelal intelligent leven in overvloed zijn. Er is tot op heden echter niets gevonden. Voor deze zogeheten Fermiparadox zijn al heel wat verklaringen bedacht.

De Amerikaanse astronoom Guillermo Gonzalez zet in zijn boek ”The Privileged Planet” grote vraagtekens bij de vergelijking van Drake. Volgens zijn berekening –op basis van een aangepaste Drakevergelijking– is het helemaal niet waarschijnlijk dat er een tweede planeet met intelligent leven bestaat in de Melkweg.

„Betekent dit dat SETI-onderzoekers hun tijd en geld verspillen? Wellicht. In het algemeen moet een zoekstrategie naar een zeldzaam object heel trefzeker zijn. Stel, je zoekt naar intelligente mieren. Je weet dat 1 op de 1 miljoen mieren echt slim is. Je hebt een automatische zoekmethode ontwikkeld die 99,9 procent accuraat is. Dat lijkt heel nauwkeurig, maar is dat helemaal niet. Je pikt er te veel domme mieren tussenuit. Je hebt dus een betere methode nodig om de juiste mier eruit te pikken.”

Hetzelfde geldt volgens Gonzalez voor het huidige SETI-onderzoek. „Het geld voor SETI zou beter zijn besteed, wanneer ze de onderliggende Drakevergelijking eens tegen het licht zouden houden.”